Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aan de hand`

  1. aan de hand doen (=bezorgen)
  2. aan de hand van (=door middel van)
  3. iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie geven)

6 betekenissen bevatten `aan de hand`

  1. aan de bel trekken (=duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt)
  2. er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  3. in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
  4. iets aan de knikker zijn (=iets niet in orde of aan de hand zijn)
  5. geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
  6. het fijne ervan willen weten (=willen weten wat er precies aan de hand is)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `aan de hand`

  1. Hulsters (NL): wa schiltur (=wat is er aan de hand)
  2. Urkers: Wat is er loos (=Wat is er aan de hand)
  3. Waregems: gieën'n droad an gebrookn (=niets aan de hand)
  4. Vechtdals: wat is't (=wat is er aan de hand)
  5. Munsterbilzen - Minsters: iemes get flikke (=iemand wat aan de hand doen)
  6. Zichers: wat hubste veil? (=wat hebt ge aan de hand?)
  7. Westlands: wat is ter allemaal an de zais? (=wat is er aan de hand?)
  8. Zaans: Drie vingers, pink en doim! (=Wat is er aan de hand?)
  9. eindhovens: Wa ist derke (=Wat is er aan de hand meisje)
  10. Oudenbosch: wa waar taor te doen? (=wat was daar aan de hand?)
  11. Deinzes: Wa nen boel è dadiere? (=Wat is er aan de hand?)
  12. Munsterbilzen - Minsters: on klaogers gene naud (=iedereen heeft wel eens wat aan de hand)
  13. Steins: eder huuske haet zien kruuske (=Bij ieder huishouden is wel wat aan de hand.)
  14. Zichers: Wat hubs ste op zen prei? (=wat heb je aan de hand?)
  15. Bilzers: wot hübste tochmér opzen praaj (=wat is er feitelijk aan de hand met u)
  16. Tilburgs: wès hier naa wir gònde (=wat is hier nu weer aan de hand)
  17. Mestreechs: un akkefietsje aon de hand höbbe (=een onsmakelijk karweitje aan de hand hebben)
  18. Munsterbilzen - Minsters: nau hüb ich get on mene fiets (=nu heb ik wat aan de hand)
  19. Turnhouts: Wa dist na meja jom (=wat is er met jou aan de hand)
  20. Leids: Juh, wat hebbie dan? (=wat is er met je aan de hand?)
  21. Weerts: Waat heb ich noow aan miêne fiets? (=Wat is er nou weer aan de hand?)
  22. Munsterbilzen - Minsters: Wot hëb ich nau toch mër ammel on mene tram (Fiets) (=wat heb ik nu toch maar aan de hand)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen