Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

21 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zijn eige`

  1. bang zijn voor Zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  2. De haring hangt aan Zijn eigen kieuwen (=Men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  3. elk ziet door Zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  4. elke dag heeft genoeg aan Zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  5. elke zot heeft Zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
  6. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan Zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  7. ieder moet Zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  8. ieder moet Zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  9. iemand in Zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  10. iemand in Zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  11. in Zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  12. voor Zijn eigen deur vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
  13. wie luistert aan de wand verneemt Zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
  14. wie Zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  15. Zijn eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  16. Zijn eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  17. Zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
  18. Zijn eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  19. Zijn eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
  20. Zijn eigen straatje vegen (=zijn eigen werk doen)
  21. Zijn eigen vlees of bloed (=zijn eigen familie (kinderen))

15 betekenissen bevatten `Zijn eige`

  1. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door Zijn eigen kinderen)
  2. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door Zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  3. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet Zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  4. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet Zijn eigen tegenslagen verwerken)
  5. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan Zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  6. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op Zijn eigen manier)
  7. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor Zijn eigen daden)
  8. Iemand de vrije teugel laten. (=Iemand Zijn eigen gang laten gaan)
  9. zijn eigen naad naaien (=iets op Zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  10. zijn eigen vlees of bloed (=Zijn eigen familie (kinderen))
  11. de hand in eigen boezem steken (=Zijn eigen fout inzien)
  12. zijn eigen nest bevuilen (=Zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
  13. voor zijn eigen deur vegen (=Zijn eigen problemen oplossen)
  14. zijn eigen straatje vegen (=Zijn eigen werk doen)
  15. rechter in eigen zaak zijn (=Zijn eigen zaak kunnen beoordelen)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met `Zijn eige`

  1. West-Vlaams: ek ze goeste (=elk Zijn eigen smaak)
  2. Huizers: Zain aigen mast overboord zailen (=Zijn eigen boontjes doppen)
  3. Zottegems: goeste es kup (=elk Zijn eigen smaak)
  4. Antwerps: ieder zaaine meug (=iedereen heeft Zijn eigen smaak)
  5. Bilzers: aut zen eege (=uit Zijn eigen beweging)
  6. Munsterbilzen - Minsters: zenen eege gank gon (=Zijn eigen willetje doen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: én zen eege vèt lotte stoëve (=aan Zijn eigen lot overlaten)
  8. Westfries: die het met jou nôdig hillegaar nìks! (=die gaat volledig Zijn eigen gang)
  9. Westerkwartiers: hij's baang veur zien eig'n hachje (=hij vreest voor Zijn eigen lichaam)
  10. Munsterbilzen - Minsters: hae zit al mèt ene voet ènt graof (=de begrafenisondernemer timmert aan Zijn eigen graf)
  11. Westerkwartiers: elk vogeltje zingt zoas 't bekt is (=ieder spreekt op Zijn eigen manier)
  12. Munsterbilzen - Minsters: het hoch teviël umvang en teweineg ènhaat (=de architect tekende Zijn eigen doodvonnis)
  13. Lokers: Ge keud'em deur Zijn eigen gat trekken zonder datter stront oan angt. (=Hij is zeer mager.)
  14. Munsterbilzen - Minsters: hae ès zoe zot as den atste, mèr den dektaur zaag dat et nog te genaese ès (=hij heeft Zijn eigen ook niet gemaakt, maar het gaat al beter)
  15. Bilzers: Lik zen eege hiëfke sjaun te glore, dan zal t onkraud van de geboere dich nie bekore (=Als iedereen voor Zijn eigen deur keert, is de ganse straat schoon)
  16. Munsterbilzen - Minsters: Zjang van Gon van Roebbe wont atter wir zaot wor noë haus gerieje én de graute plantekürf van zene viloo (=Jan Hanssen van Eik aan de Kapel werd eigenhandig door Gon in Zijn eigen plantenkorf naar huis gereden vanuit één of ander café in Munster)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen