Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

30 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Zijn e`

  1. aan Zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  2. aan Zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  3. bang zijn voor Zijn eigen schaduw (=overdreven bang zijn)
  4. dat loopt op Zijn einde (=het is bijna afgelopen)
  5. De haring hangt aan Zijn eigen kieuwen (=Men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  6. elk ziet door Zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  7. elke dag heeft genoeg aan Zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  8. elke zot heeft Zijn eigen marot (=iedereen heeft ook minder goede eigenschappen)
  9. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan Zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  10. ieder moet Zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen tegenslagen verwerken)
  11. ieder moet Zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  12. iemand in Zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  13. iemand in Zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  14. in Zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  15. kinderen Zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
  16. op Zijn elfendertigst (=uiterst langzaam)
  17. voor Zijn eigen deur vegen (=zijn eigen problemen oplossen)
  18. wie luistert aan de wand verneemt Zijn eigen schand (=wie anderen afluistert, kan wel eens iets negatiefs over zichzelf horen)
  19. wie Zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  20. Zijn eer verpanden (=borg staan op zijn erewoord)
  21. Zijn ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  22. Zijn eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  23. Zijn eigen graf graven/delven (=het voor zichzelf bederven)
  24. Zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen)
  25. Zijn eigen naad naaien (=iets op zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  26. Zijn eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
  27. Zijn eigen straatje vegen (=zijn eigen werk doen)
  28. Zijn eigen vlees of bloed (=zijn eigen familie (kinderen))
  29. Zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  30. Zijn ellebogen gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)

47 betekenissen bevatten `Zijn e`

  1. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt Zijn er ook nog mogelijkheden)
  2. zijn eer verpanden (=borg staan op Zijn erewoord)
  3. op de schobberdebonk leven (=dakloos Zijn en/of bedelend leven)
  4. dan is Leiden in last (=dan Zijn er problemen!)
  5. de bezem in de mast voeren (=de baas Zijn en leiding hebben)
  6. een kwade dronk hebben (=dronken Zijn en slecht geluimd)
  7. er zijn kapers op de kust (=er Zijn er die willen meeprofiteren)
  8. op rozen zitten (=erg gelukkig Zijn en goed hebben)
  9. van zessen klaar (=erg handig Zijn en van aanpakken weten)
  10. zich geradbraakt voelen (=erg moe Zijn en diverse pijnen hebben)
  11. iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig Zijn en alles van iemand proberen te vragen)
  12. ergens prat op gaan (=erg trots over iets Zijn en er over opscheppen)
  13. tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens Zijn en er tegen in gaan)
  14. je zult ze maar de kost moeten geven (=het Zijn er veel (mensen))
  15. zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door Zijn eigen kinderen)
  16. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door Zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  17. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet Zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)
  18. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet Zijn eigen tegenslagen verwerken)
  19. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan Zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  20. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op Zijn eigen manier)
  21. men moet zijn bed maken zoals men slapen wil (=iedereen is verantwoordelijk voor Zijn eigen daden)
  22. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas Zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  23. Iemand de vrije teugel laten. (=Iemand Zijn eigen gang laten gaan)
  24. zijn eigen naad naaien (=iets op Zijn eigen manier uitvoeren; eigenwijs zijn)
  25. salvo honore (=met behoud van Zijn eer)
  26. salvo honore et titulo (=met behoud van Zijn eer en zijn titel)
  27. op salet zitten (=mooi aangekleed Zijn en niet werken)
  28. zich er met Jantje van Leiden afmaken (=onzorgvuldig Zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
  29. op een droogje zitten (=op visite Zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  30. het hart op de lippen hebben (=over Zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
  31. de uitzondering bevestigt de regel (=overal Zijn er uitzonderingen)
  32. als een snoek op zolder (=totaal uit Zijn element)
  33. van zijn veren laten (=van Zijn eer kwijtraken)
  34. een roze bril op hebben (=verliefd op iemand Zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
  35. de biezen pakken (=vertrekken (de biezen Zijn een dubbele mand van vlechtwerk, gebruikt als koffer))
  36. Wie gaat slapen zonder te hebben gegeten, staat op zonder te hebben geslapen. (=Voor de gezondheid Zijn eten en slapen van belang.)
  37. in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtig Zijn en op zichzelf kunnen passen)
  38. het zijn vogels van enerlei veren (=ze Zijn eender)
  39. zijn gezicht verliezen (=Zijn eer verliezen)
  40. zijn eigen vlees of bloed (=Zijn eigen familie (kinderen))
  41. de hand in eigen boezem steken (=Zijn eigen fout inzien)
  42. zijn eigen nest bevuilen (=Zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
  43. voor zijn eigen deur vegen (=Zijn eigen problemen oplossen)
  44. zijn eigen straatje vegen (=Zijn eigen werk doen)
  45. rechter in eigen zaak zijn (=Zijn eigen zaak kunnen beoordelen)
  46. nul op het rekest krijgen (=Zijn eis niet ingewilligd krijgen)
  47. als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen Zijn er geen uitgaven meer mogelijk)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen