Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


33 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Verk`

  1. aan het Verkeerde kantoor zijn (=iemand die je niet kan helpen)
  2. als een bok op de haVerkist (=wakend om de gelegenheid niet te laten voorbijgaan)
  3. appelen/knollen voor citroenen Verkopen (=oplichten, bedriegen)
  4. de gulden middenweg (houden/bewandelen/Verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  5. de huid van de beer niet Verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  6. de mijn is Verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  7. de muts zich Verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
  8. een slak op de goede weg, wint het van een haas op de Verkeerde weg (=je kunt beter iets langzaam en goed doen, dan snel en niet goed)
  9. het kan Verkeren (=het kan veranderen, de dingen blijven niet zoals ze zijn)
  10. het Verkorven hebben (=een slechte beurt gemaakt hebben bij iemand)
  11. Iemand een hengst Verkopen. (=Iemand een harde klap geven)
  12. iemand knollen voor citroenen Verkopen (=iemand wat wijsmaken, met praatjes foppen)
  13. iemand kunnen verraden en Verkopen (=iemand veel te slim af zijn)
  14. iemand op het Verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
  15. iets bij de roes Verkopen (=iets verkopen in de staat zoals het is)
  16. iets prediken/Verkondigen (=iets luid, voor iedereen, verkondigen)
  17. iets tegen de penning zestien Verkopen (=iets zeer duur verkopen)
  18. iets voor een appel en een ei Verkopen (=voor een erg lage prijs verkopen)
  19. kunnen zakken en Verkopen (=in handigheid ver overtreffen)
  20. lieVerkoekjes worden hier niet gebakken (=zin of geen zin, je moet het doen)
  21. men moet de huid niet Verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  22. met het Verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
  23. om de haVerklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
  24. op de boom Verkopen (=boomvruchten verkopen voor ze geplukt zijn)
  25. op het Verkeerde paard wedden (=een verkeerde inschatting maken)
  26. Op het Verkeerde paard wedden. (=Zich misrekenen)
  27. Verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  28. Verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
  29. Verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)
  30. Verkopen terwijl hij erbij staat (=te slim af zijn)
  31. zijn huid duur Verkopen (=het niet gemakkelijk opgeven)
  32. zijn vel duur Verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  33. zijn ziel en zaligheid Verkopen (=absoluut alles opofferen)

72 betekenissen bevatten `Verk`

  1. als de herder verdwaalt dolen de schapen (=als de leider het Verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  2. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het Verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  3. In de nood eet de duivel vliegen. (=Als je in nood Verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  4. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het Verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  5. ziende blind zijn (=bijvoorbeeld iemand wel kennen maar toch niet de Verkeerde eigenschappen zien)
  6. op de boom verkopen (=boomvruchten Verkopen voor ze geplukt zijn)
  7. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk Verkeerd zal aflopen)
  8. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te Verkopen)
  9. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te Verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  10. de dingen op hun kop zetten (=de dingen Verkeerd of omgekeerd bekijken)
  11. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet Verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  12. de bazuin steken (=de lof Verkondigen)
  13. het moeras insturen (=de Verkeerde richting op sturen)
  14. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak Verkeerd aanpakken)
  15. Het paard achter de wagen spannen. (=De zaak Verkeerd aanpakken)
  16. de paarden achter de wagen spannen (=de zaak Verkeerd aanpakken)
  17. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets Verkeerds gedaan heeft)
  18. iets aan het handje hebben (=een beetje Verkering hebben)
  19. in een goed blaadje proberen te komen (=een goede reputatie proberen te Verkrijgen)
  20. een klein visje een zoet visje (=een klein voordeel of winstje dat met weinig moeite is Verkregen)
  21. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing Verkiezen)
  22. eenmaal gestolen altijd een dief (=een Verkeerde daad wordt niet vlug vergeten)
  23. op het verkeerde paard wedden (=een Verkeerde inschatting maken)
  24. Het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=Een Verkeerde keuze maken)
  25. goede sier maken (=er (overdreven) goed van leven / goed oVerkomen bij anderen)
  26. uit de verf komen (=goed bij anderen oVerkomen / zich doen opmerken)
  27. averechts uitpakken (=helemaal Verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
  28. het is volle bak (=het is helemaal uitVerkocht; er zijn heel veel mensen)
  29. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te Verkrijgen)
  30. het is hoed (=het is Verkeerd afgelopen)
  31. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te Verkrijgen)
  32. iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een Verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
  33. iemand iets aansmeren (=iemand iets (weinig waardevols) Verkopen)
  34. iemands handen zalven (=iemand iets geven in de hoop een gunst te Verkrijgen)
  35. een Tantaluskwelling zijn (=iets erg graag willen maar het (net) niet kunnen Verkrijgen)
  36. iets prediken/verkondigen (=iets luid, voor iedereen, Verkondigen)
  37. het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of Verkeerd aanpakken)
  38. de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam Verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
  39. iets aan de man brengen (=iets Verkopen)
  40. iets bij de roes verkopen (=iets Verkopen in de staat zoals het is)
  41. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets Verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  42. iets van de hand doen (=iets weggeven of Verkopen)
  43. iets tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur Verkopen)
  44. in de laagte zijn (=in armoedige toestand Verkeren)
  45. geramd zitten (=in een gunstige positie Verkeren)
  46. Tussen hemel en aarde hangen (=In een lastige situatie Verkeren)
  47. zo veeg als een luis op een kam (=in groot gevaar Verkerend)
  48. met het mes in de buik zitten (=in grote angst Verkeren)
  49. Zijn maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=In moeilijke financiële omstandigheden Verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
  50. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal Verkeerd gaat)

Het dialectenwoordenboek kent 64 spreekwoorden met `Verk`

  1. Vechtdals: da sköt hum 't Verkeerdn keelgat in. (=dat schiet hem in het Verkeerde keelgat)
  2. Walshoutems: Verkammezôle (=Kapot maken (voorwerp))
  3. Westerkwartiers: olle boom'n moe'je niet meer verpoot'n (=oude mensen moet je niet meer Verkassen)
  4. Tilburgs: missin-k-wè (=zei ik iets Verkeerds)
  5. Bilzers: de bés nogales Verkeddeld (=je bent nogal Verkouden)
  6. Brakels: een ant grutter danne Verk'n (=heel kleine persoon)
  7. Brakels: ij ès a zu vies as ui Verk'n (=hij is heel slecht gezind)
  8. Gents: tes kluutvis (=het is Verkeerd)
  9. Waregems: conterVerkeeërd (=totaal Verkeerd (bezig))
  10. Brakels: het Verk'n keelt (=het lawaai van een varken in doodstrijd)
  11. Riekevorts: an un dooi Verke trekke (=geen voortgang)
  12. Steins: zoea stòm wie e Verke (=Heel erg dom zijn)
  13. tervurens: en den boor aa pakte zaain Verke (=zonder uitleg)
  14. Munsterbilzen - Minsters: t pieëd aater de kaar spanne (=het Verkeerd aanpakken)
  15. Waregems: 't mis ip hen (=het Verkeerd voor hebben)
  16. Sint-Niklaas: misdelen (=Verkeerd delen bij het kaartspel)
  17. Twents: alle proemn in n drek (=alles gaat Verkeerd)
  18. Veurns: Olles klienkeband voer aamerstèèrt verstoan (=Alles Verkeerd begrijpen)
  19. Lichtervelds: tliep of up ne fiestre (=het liep Verkeerd af)
  20. Grobbendonks: tluipt in tondert (=het loopt Verkeerd)
  21. Munsterbilzen - Minsters: n vaus hugger danne Verke (=klein van stuk)
  22. Diesters: ich zen zoe dik as e Verke (en koei); ich zen dempeg (=volgegeten)
  23. kortemarks: je zit mè ze gat vul schuldn (=hij Verkeerd in geldnood)
  24. Gents: 't zuur aan main zoetje (=iets dat Verkeerd afloopt)
  25. Waregems: iets oitmeedn (=iets doms, Verkeerd (slecht) doen)
  26. Geels: Get ne Verkejede nummer gedroit (=U bent Verkeerd verbonden)
  27. Sint-Niklaas: gè misgeven (=gij hebt Verkeerd gegeven (kaartspel))
  28. Ouddorps: Een goeie haene is niej vet (=Mager is niet Verkeerd)
  29. Veurns: klienkeband vor oamerstèèrt verstoan (=Verkeerd begrijpen)
  30. Vlijtingens: dat klop van gein kante (=dat is helemaal Verkeerd)
  31. Munsterbilzen - Minsters: vür terdievel n kaas aoënstaeke (=de Verkeerde een pluim geven)
  32. Munsterbilzen - Minsters: de plank nogal ès misslon (=geregeld Verkeerde beslissingen nemen)
  33. Westerkwartiers: één om 'e tuun leid'n (=iemand op het Verkeerde been zetten)
  34. Westerkwartiers: hij sloeg de plaank mis (=hij nam de Verkeerde beslissing)
  35. Steins: ein vóés hoeager es e Verke zeen (=niet erg groot zijn)
  36. Heezers: ut vet in dun haondsnest zuuke (=op een Verkeerde manier bezuinigen)
  37. Westerkwartiers: 't peerd achter de woag'n spann'n (=de zaak Verkeerd aanpakken)
  38. Iepers: zieje hi e kiekn! (=tegen iemand die iets Verkeerd doet)
  39. Waregems: 't goa doar 'n wiel ofluuëpn (=het zal daar Verkeerd aflopen)
  40. tervurens: da des nen eruir da ni zjust een es (=ik ben Verkeerd)
  41. Oudenbosch: ijee z n eige in de kaant gereje (=dat is voor hem Verkeerd afgelopen)
  42. Munsterbilzen - Minsters: hae hèttet boeltsje platgegojd (=de kraanmachinist gaf er een Verkeerde draai aan)
  43. Lierops: roi haar en schoiersstreken kunde nie wegfokken (=Verkeerde gewoonten zijn moeilijk te veranderen)
  44. Weerts: Di-j zeuktj 't vêt inne hóngsstâl (=Ze bezuinigt op de Verkeerde manier)
  45. Brakels: ij eet een lirre vandoen om iejn ee Verke zij gat te kijk'n (=heel kleine persoon)
  46. Koersels: Nog te slecht vur in e Verke zen oeren te kappe (=Zeer onsmakelijk (in verband met drank))
  47. Diesters: zoeë stoem as e Verke; zoe stoem ast peët van cristus , Zoé loemp as e kieke (=zeer dom)
  48. Sint-Niklaas: doar godde lijnen mé roûn (=dat gaat voor u Verkeerd aflopen (moeilijkheden mee krijgen))
  49. Westerkwartiers: peerd'n die de hoaver verdien'n krieg'n 't niet (=de beloning komt bij de Verkeerde terecht)
  50. Zeeuws: Da's de pad op zeven (=Verkeerd rijden, via en omweg iets bereiken)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen