Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `VAART`

  1. een aardje naar zijn VAARTje hebben (=qua karakter op zijn vader lijken)
  2. ergens VAART achter zetten (=het snel doen verlopen)
  3. het zal zo n VAART niet lopen (=het zal wel meevallen)
  4. hij VAART de haring over de kop (=hij schiet zijn doel voorbij)
  5. VAART achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
  6. varen waar de grote mast VAART (=klakkeloos de baas volgen)
  7. wie appelen VAART, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  8. zo `n VAART niet lopen (=niet zo erg zijn als het lijkt)
  9. zonder geluk VAART niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen)

5 betekenissen bevatten `VAART`

  1. de vleespotten van Egypte (=een vroegere tijd van grote welVAART)
  2. hem van jetje/katoen geven (=er VAART achter zetten)
  3. vette en magere jaren (hebben) (=jaren met meer welVAART en minder werkloosheid en jaren met minder welVAART en meer werkloosheid)
  4. voor top en takel drijven (=scheepVAART : zonder een zeil te voeren)
  5. Liever vrij en geen eten dan een volle buik aan een ijzeren keten. (=Vrijheid is een hoger goed dan materiële welVAART.)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `VAART`

  1. Genneps: pot wie dèkkel (=Aardje naar zijn VAARTje)
  2. Bilzers: ne gank gon (=een VAART gaan)
  3. Hals: voet (=VAART)
  4. Lebbeeks: pellong: Pellong geven (=Er VAART in zetten)
  5. Riemsts: de volle patrol (=in volle VAART)
  6. Sint-Niklaas: buzze geven (=VAART maken)
  7. Bilzers: 't Ès den aaë gekots ên gesjiëte (=Een aartje naar zijn VAARTje)
  8. Westerkwartiers: de domste boer'n hemm' de dikste eerabbels (=zonder geluk VAART niemand wel)
  9. Bilzers: de vol speet (=in volle VAART)
  10. Booms: vierklaavers (=in volle VAART)
  11. Munsterbilzen - Minsters: dae kümp autte zelfde stal (=hij heeft een aartje naar zijn VAARTje)
  12. Sint-Niklaas: de benen van onder zè gat lopen (=er VAART achter zetten om iets in orde te kijgen)
  13. Westerkwartiers: 'n ons geluk is meer as 'n pond verstand (=zonder geluk VAART niemand wel)
  14. Munsterbilzen - Minsters: haug beem vange viël wènd (=wie VAART heeft dikwijls tegenwind)
  15. Epers: Hee häd de zwoeng der goed in (=Hij had de VAART er in)
  16. Neerharens: Doa veurt e sjeeëp op de knaal (=Daar VAART een schip op het kanaal)
  17. Munsterbilzen - Minsters: de zwoeng zitter nog nie èn (=ik krijg er de VAART niet in)
  18. Archaïsch: hoe VAART hij? (=hoe gaat 't met hem?)
  19. Wichels: wellekom, wellekom, lieve meirt da ge mi mei noar 't graf nieën veirt (=Welkom, welkom lieve maart, dat je met mij naar het graf niet VAART)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen