Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


101 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Unnen`

  1. bergen kUnnen verzetten (=veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen)
  2. bij iemand nog wel kUnnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kunnen nemen)
  3. de bot kUnnen gallen (=een moeilijke taak aankunnen)
  4. de pot op kUnnen (=in geen geval krijgen)
  5. de toets kUnnen doorstaan (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  6. de zon in het water kUnnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  7. de zon niet in het water kUnnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  8. De zon niet in het water kUnnen zien schijnen (=Afgunst hebben (jaloers zijn) op een ander)
  9. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kUnnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  10. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kUnnen beantwoorden (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  11. een schop van een ezel kUnnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  12. een veer van zijn mond kUnnen blazen (=nog niet totaal uitgeput zijn)
  13. er geen touw aan vast kUnnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  14. er met de pet niet bij kUnnen (=het niet willen/kunnen snappen)
  15. er naar kUnnen fluiten (=het niet krijgen)
  16. er niet aan kUnnen tippen (=er een voorbeeld aan kunnen nemen)
  17. er niet bij kUnnen (=het niet kunnen begrijpen)
  18. er niet over uit kUnnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
  19. er niet van kUnnen meespreken (=er niets over weten)
  20. er niet van tussen kUnnen (=er aan vastzitten)
  21. er zijn maal wel mee kUnnen doen (=er wel mee toekomen)
  22. ergens een potje kUnnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  23. ergens een puntje aan kUnnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  24. ergens geen hoogte van kUnnen krijgen (=iets maar niet kunnen begrijpen)
  25. ergens geen peil op kUnnen trekken (=niet op iemand af kunnen gaan / ergens niet van op aan kunnen)
  26. ergens geen speld tussen kUnnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  27. ergens kUnnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)
  28. geen bokkensprongen kUnnen maken (=weinig geld hebben om extra dingen te kunnen kopen)
  29. geen kip meer kUnnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
  30. geen pap meer kUnnen zeggen (=verzadigd zijn)
  31. geen poot aan de grond kUnnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
  32. geen veer van de mond kUnnen blazen (=heel zwak zijn, heel arm zijn)
  33. gestolen kUnnen worden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)
  34. goed zijn woord kUnnen doen (=een vlotte prater zijn)
  35. het daglicht niet kUnnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
  36. Het eten niet meer op kUnnen. (=Spoedig moeten sterven.)
  37. het gras kUnnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  38. het licht in de ogen niet gUnnen (=niets gunnen, er niets van kunnen verdragen)
  39. het niet meer kUnnen navertellen (=er aan sterven)
  40. het op zijn pantoffels/sloffen afkUnnen (=het gemakkelijk aankunnen)
  41. het wel kUnnen schudden (=het wel kunnen vergeten)
  42. het zijn sterke benen die de weelde kUnnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  43. huizen op iemand kUnnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  44. iemand het licht in de ogen niet gUnnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
  45. iemand het voordeel van de twijfel gUnnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  46. iemand kUnnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  47. iemand kUnnen verraden en verkopen (=iemand veel te slim af zijn)
  48. iemand niet kUnnen luchten of zien (=een hekel aan iemand hebben)
  49. iemand niet kUnnen zetten (=iemand niet aardig vinden)
  50. iemand om zijn vinger (kUnnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)

179 betekenissen bevatten `Unnen`

  1. niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kUnnen tippen)
  2. iemands maat niet kunnen halen (=aan iemand niet kUnnen tippen)
  3. bij iemand nog wel kunnen schoolgaan (=aan iemand nog een voorbeeld kUnnen nemen)
  4. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kUnnen weten)
  5. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kUnnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  6. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kUnnen doen en laten wat iemand wil)
  7. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kUnnen) krijgen of alles mogen)
  8. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kUnnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  9. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kUnnen van vermoeidheid)
  10. goede raad is duur (=bijna te moeilijk om raad te kUnnen geven)
  11. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kUnnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  12. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gUnnen - zelf alles willen hebben)
  13. zijn ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kUnnen gebruiken)
  14. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kUnnen volgen)
  15. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kUnnen beginnen)
  16. met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kUnnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
  17. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kUnnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  18. tussen die twee was er geen chemie (=die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kUnnen samenwerken)
  19. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kUnnen begrijpen)
  20. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kUnnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  21. zinken als een baksteen (=direct zinken (niet kUnnen zwemmen))
  22. de wal keert het schip (=door beperkingen enigerlei niet verder kUnnen)
  23. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kUnnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  24. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kUnnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  25. door het lint gaan (=door woede je emoties niet (meer) onder controle kUnnen houden)
  26. de schepen achter zich verbranden (=een beslissing nemen en niet meer terug kUnnen)
  27. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kUnnen doen)
  28. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kUnnen opdrinken)
  29. de bot kunnen gallen (=een moeilijke taak aankUnnen)
  30. de kool en de geit sparen (=een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kUnnen zijn)
  31. op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kUnnen worden)
  32. op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kUnnen worden)
  33. op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kUnnen worden)
  34. water en vuur zijn (=elkaar niet kUnnen verdragen)
  35. ergens een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kUnnen nemen)
  36. er niet aan kunnen tippen (=er een voorbeeld aan kUnnen nemen)
  37. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kUnnen)
  38. ergens een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kUnnen tippen)
  39. zijn lol wel opkunnen (=er niet mee kUnnen lachen)
  40. er niet over uit kunnen (=er niet over kUnnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
  41. ergens een melkkoetje aan hebben (=er veel voordeel uit kUnnen halen)
  42. ergens geen houvast aan hebben (=er weinig mee kUnnen doen)
  43. mogen lijden (=er wel tegen kUnnen - iemand wel kUnnen verdragen)
  44. ergens muziek in zitten (=ergen veel van kUnnen verwachten en/of plezier van beleven)
  45. de hand op iets leggen (=ergens aan kUnnen komen)
  46. zijn draai niet kunnen vinden (=ergens niet kUnnen aarden)
  47. iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kUnnen komen of ergens op gesteld zijn)
  48. er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kUnnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  49. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kUnnen leven)
  50. geen been hebben om op te staan (=geen enkele verantwoording kUnnen geven)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `Unnen`

  1. Tilburgs: Unnen hawtere jas (=een doodskist)
  2. Mestreechs: Unnen daag, twie daog (=een dag, twee dagen)
  3. Tilburgs: Unnen hawtere klaos (=een onbeholpen stijf mens)
  4. Berlicums: op Unnen drieklèts gaon (=snel gaan)
  5. Sin tunnis: Unnen hultere (=iemand met weinig uitstraling)
  6. Budels: Reet buugt,maer Unnen eik brikt (=krakende wagens lopen het langst)
  7. Tilburgs: hè kèkt nie op Unnen bos peejkes (=hij kijkt niet zo nauw)
  8. Tilburgs: Unnen opstaoje meens (=iemand die kalm en rustig werkt)
  9. Waalwijks: Hij ies net zo slim as 't pèrd van Kriestus (..en dè was Unnen ezel) (=Hij is een dom persoon)
  10. Tilburgs: k-kèèk nie op Unnen bos peeje, a-k ut lôof mar hè (=ik kijk niet zo fijn, als het maar redelijk is)
  11. Tilburgs: mar juu Peer, wè heej die koej Unnen öör !! (=maar Piet, wat heeft die koe een flinke uier !!)
  12. Tilburgs: hè lopt as Unnen òssestaawer (=hij loopt wel erg moeilijk)
  13. Tilburgs: hij heej Unnen aorege sènt te vertèère. (=hij heeft tamelijk veel geld.)
  14. Tilburgs: zo lomp as ut pèrd van Christus, èn dè waar Unnen eezel (=zo lomp als een ezel)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen