Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `UIT EEN`

  1. de wind waait UIT EEN andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
  2. twee ruggen UIT EEN varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  3. UIT EEN ander vaatje tappen (=het anders aanpakken)
  4. UIT EEN goed nest komen (=van goede afkomst zijn)
  5. Wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=Het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)

12 betekenissen bevatten `UIT EEN`

  1. kromme sprongen maken (=alle moeite doen om zich UIT EEN situatie te redden)
  2. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon UIT EEN groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
  3. dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een UIT EEN groot gezin)
  4. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken UIT EEN omvangrijk werk)
  5. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand UIT EEN bepaalde groep/partij)
  6. met de rug tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hoogUIT EEN laatste uitweg)
  7. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden UIT EEN gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  8. Uit het zadel wippen. (=Ontslaan of UIT EEN functie zetten)
  9. twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  10. uit de luizen zijn (=UIT EEN netelige situatie gered zijn)
  11. van de wal in de sloot belanden (=vanUIT EEN slechte situatie terechtkomen in een situatie die nóg slechter is)
  12. leven als vrienden en rekenen als vijanden (=vriendelijk met elkaar omgaan UIT EEN soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 6 spreekwoorden met `UIT EEN`

  1. Westfries: Tweide leg (=Kinderen UIT EEN tweede relatie)
  2. Erps: eu vertelchelken vertellen (=iets voorlezen UIT EEN kinderboek)
  3. Liedekerks: Tes iejenen oëit de broesn (=Hij komt UIT EEN vreemd land)
  4. Munsterbilzen - Minsters: hae begos e nau laeve (=de herbergier tapte UIT EEN ander vaatje)
  5. Fries: Hy is fan kwea aaien set,een fiene hushouwding (=Hij stamt UIT EEN slecht bekend staande familie)
  6. Zoutleeuws: Zef, Zul en Sarel dronke zeneivel eit en zat (=Jef, Julle en Charel dronken jenever UIT EEN kop)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen