Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Tot in`

  1. Tot in de puntjes (=tot in het kleinste detail)
  2. Tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  3. Tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)

9 betekenissen bevatten `Tot in`

  1. haarscherp (=(van een afbeelding) getrouw Tot in fijne details)
  2. op en top (=helemaal, Tot in de puntjes)
  3. iets van haver tot gort vertellen (=iets Tot in detail vertellen)
  4. in geuren en kleuren (=Tot in de fijnste details)
  5. van de naald tot de draad (=Tot in het kleinste detail)
  6. van naald tot draad (=Tot in het kleinste detail)
  7. tot in de puntjes (=Tot in het kleinste detail)
  8. ad infinitum (=Tot in het oneindige)
  9. ad calendas graecas (=Tot in het oneindige uitstellen)

Het dialectenwoordenboek kent 244 spreekwoorden met `Tot in`

  1. Rillaars: nen totter doen of nen totter moake (=vallen)
  2. Gents: tjoeze - totse - ne toes (=kus)
  3. Hulsters (NL): totentrekken - meuten trekken (=gekke gezichten maken)
  4. Moes: e schuën totjen (=een mooi gezichtje)
  5. Waregems: conterverkeeërd (=totaal verkeerd (bezig))
  6. Heist-op-den-Berg: nen totter goan (=hard vallen)
  7. Evergems: Sloap’n totda de zonne in ou gat schijnt. (=Zeer lang slapen)
  8. Evergems: Vloan eten totda au gat mee ë teute stoat (=Overmatig eten en drinken.)
  9. Eekloos: un totte geefn (=een kus geven)
  10. Sint-Laureins: angd o totte /muile (=zwijc eens!)
  11. Oudenbosch: ut is nun eule goeie totdaggurdur mee mot dele (=hij is uit op eigen voordeel)
  12. Zeeuws: aje touwe aje toto (=had je het gehouden als je het gehad had)
  13. Westerkwartiers: we hadd'n d'r totoal gien kiend aan (=we hadden het niet moeilijk met hem)
  14. Mechels (BE): a sta mé zenne mond vol tanne (=hij is totaal verwonderd)
  15. Brakels: tès zuu onnuuzel at gruut ès (=totaal belachelijk)
  16. Brakels: vant lamgods gesleen (=totaal van de wijs)
  17. Waregems: zwij'nn lijk vermooërd (=totaal geen bekentenissen afleggen)
  18. Waregems: me zijn d'r niets mee (=voor ons...totaal nutteloos)
  19. Tilburgs: zunnen hoet waar köös versleete (=zijn hoed was totaal versleten)
  20. Liemers: Now bars mien toch ech de klump. (=Totaal niet verwacht.)
  21. Westerkwartiers: hij was heul'ndaal overstuur (=hij was totaal van streek)
  22. Westerkwartiers: hij is heul'ndaal uut stuur (=hij is totaal van streek)
  23. Westerkwartiers: da's gien kiek geliek (=dat lijkt totaal niet)
  24. Munsterbilzen - Minsters: das heil noë de vaentsjes (=dat is totaal mislukt)
  25. Bilzers: asset kos, dan kaafde den os (=dat is totaal onmogelijk)
  26. Westerkwartiers: hij was radbroakt (=hij was totaal kapot)
  27. Lichtervelds: zn bobienn is of (=hij is totaal uitgeput)
  28. Bilzers: ich bén knots aofgemülk (=ik ben totaal uitgeblust)
  29. Sint-Laureins: jis nie op zijn totte gevalln (=hij kan het nogal uitleggen)
  30. Bilzers: noenk dae stoenk totte werd vergoenk (=zijn lijfgeur was niet te harden)
  31. Bilzers: hae hét genéén goej op zene kop (=hij is totaal verdorven)
  32. Turnhouts: in frut vaniejen (=totaal stuk, in scherven)
  33. Munsterbilzen - Minsters: iemed judasse totter nimei wieët bauter steed (=iemand het bloed van onder de nagels halen)
  34. Liedekerks: Das ne scherfttrik iejesteklas (=Die heeft totaal geen manieren)
  35. Munsterbilzen - Minsters: ich koster heilegans nie van iëver (=ik begreep het totaal niet)
  36. Munsterbilzen - Minsters: ich kossem nie tausbringe (=ik kende hem totaal niet)
  37. Westerkwartiers: dat zal mij de lauw sjakk'n (=dat interesseert mij totaal nietr)
  38. Mechels (BE): a wait van gien out paole nemie te make (=hij is totaal verarmd)
  39. Huizers: Hij verhaerden of verstaerden neit (=Het deed hem totaal niets)
  40. Brakels: van toet'n of bloazen weet'n (=totaal niet op de hoogte zijn)
  41. Twents: Ie kunt nen kikker net zo lang ploagen totheeoet de graam kump. (=Je kunt een kikker net zolang plagen tot hij uit de sloot komt.)
  42. Westerkwartiers: hij gijt gien strobreed uut zied (=hij geeft totaal niets toe)
  43. Westerkwartiers: hij keudelde moar wat aan (=hij schoot totaal niet op)
  44. Bilzers: ich voel aateriëver op mene bauk (=ik was totaal mijn kluts kwijt)
  45. Buggenhouts: dain kan ni mie van zein hielen scheiten (=iemand die totaal op is)
  46. Munsterbilzen - Minsters: vannen kaa (kaol) kërmes tauskoeëme (=totaal geen succes geboekt hebben)
  47. Munsterbilzen - Minsters: noenk dae stoenk totte wêrd vergoenk (=nonkel stonk boven de wind uit)
  48. Bilzers: hae wiët nimei van wülke peroche datter és (=hij is totaal het noorden kwijt)
  49. Westerkwartiers: ze stond'n lienrecht teeg'nover 'n anner (=zij waren het totaal oneens)
  50. Liwwadders: uut 'e rafels, verpopsakt (=total loss)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen