Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek
Er zijn geen spreekwoorden gevonden die `To i` bevatten.

Eén betekenis bevat `Toi`

  1. handen wassen (=het Toilet bezoeken)

Het dialectenwoordenboek kent 40 spreekwoorden met `Toi`

  1. Heusdens: ich mot ne t'huske (=ik moet naar het Toillet)
  2. Antwerps: gai zè zeker de plezaantste as g'allien Tois zaait (=bij een twistgesprek)
  3. Rotterdams: de konegin mot ook scheite,dacchie dat ie lekke rook (=als er iemand commetaar heb na je Toiletbezoek)
  4. Zaans: voor donkers Tois (=thuiskomen voordat het donker wordt)
  5. Brugs: no Zjuul (=naar het Toilet)
  6. Antwerps: 't woater stoat al in men oëge (=gezegde wanneer men niet langer kan wachten voor een Toiletbezoek)
  7. Aalsters: noeit ni zwoigen Toidens de lessen! (=nooit niet zwijgen tijdens de lessen)
  8. Lichtervelds: jis noat fetrek (=hij is naar het Toilet)
  9. Flakkees: Mok alweer zièke.. (=Ik moet naar het Toilet..)
  10. Antwerps: nen bruine gaan stallen (=naar het Toilet)
  11. Eernegems: noar bachten goaan (=naar het Toilet gaan)
  12. leeds: nor thuisken goan (=naar het Toilet gaan)
  13. Leeds: nor achter goan (=Naar Toilet gaan)
  14. Giesbaargs: ba juul goan (=naar het Toilet gaan)
  15. Bilzers: noë 't haajske gon (=naar het Toilet gaan)
  16. Lichtervelds: zis noa bachtn (=ze is naar het Toilet)
  17. Zottegems: ou patotters goan afgiet'n (=naar het Toilet gaan)
  18. Westfries: In Toid van ja en nei (=Het ging zeer snel)
  19. Antwerps: ene zonder vel gaan draaien (=naar het Toilet)
  20. antwerps: nen bruinen beer goan verzuipe (=naar het Toilet gaan)
  21. Langemarks: No bacht'n goan (=Naar Toilet gaan:)
  22. Eindhovens: Ben wiste pisse... (=Ik ben naar de Toilet geweest...)
  23. Overijses: no t'hoiske goe (=naar het Toilet gaan)
  24. Lovendegems: noar achteren gaan (=naar het Toilet gaan)
  25. Ninoofs: nor de jul moet'n (=naar het Toilet moeten)
  26. Tielts: ei waor ist skitus ? (=exuseer maar waar is het Toilet ?)
  27. Lokers: ij zit op zijnen truuen (=Hij zit op het Toilet)
  28. Liedekerks: Kgon ensj no tosjken (=Ik ga eens naar het Toilet)
  29. Liedekerks: ik gon ne ke no de koer (=ik ga naar Toilet)
  30. Ossies: 'k moet zeiken as unne ruen (=Ik moet nodig nar het Toilet)
  31. Westfries: Die het de Toid, die komt van Hoorn.. (=Iemand die wel erg traag is)
  32. Veurns: goan woa dat 'n keunienk te voeëte goat (=naar het Toilet gaan)
  33. Gents: Ge goat schuive gelââk een stuk ziepe op nen Toile sieré (=Je zal rap buitenvliegen)
  34. Lokers: 'k gou ne ker woar da de keuning ok te voet goat (=Ik ga naar het Toilet)
  35. Sallands: hi-j/zi-j meg op 'n pot (=hij/zij urineert op het Toilet.)
  36. Schijndels: 'k moe scheiten alzun jong veule mea kooi dérm (=ik ga naar het Toilet)
  37. Avelgems: 'k Moe noar t vertrek goan (=IK moet naar het Toilet (grote behoeften))
  38. Lebbeeks: koer: No de koer gaun, nor achter gaun (=Naar het Toilet gaan)
  39. Waregems: nur vanacht'ren, nur 't vertrek, nur bacht'n, nur de koer goan (=naar het Toilet gaan)
  40. Antwerps: Kgon gau kakke, want ze ston al on de poort. (=Ik moet echt dringend naar Toilet, het komt al bijna...)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen