Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


50 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Tegen`

  1. als je je pet erTegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  2. de egards (Tegenover iemand) in acht nemen (=met de nodige beleefdheid behandelen)
  3. de kont Tegen de krib gooien (=weerspannig zijn)
  4. de verzenen Tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
  5. Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet Tegen te houwen. (=Niet tot iets anders te bewegen)
  6. een Tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  7. er is geen kruid Tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  8. ergens als een berg Tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  9. hard Tegen hard gaan (=niemand die wil toevoegen en er beide voor gaan om te winnen)
  10. iemand Tegen zich in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
  11. iets niet Tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
  12. iets Tegen de penning zestien verkopen (=iets zeer duur verkopen)
  13. iets Tegen iemand hebben (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  14. lijnrecht Tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  15. man met de hamer Tegenkomen (=totaal uitgeput geraken)
  16. men moet straten voor sTegen kennen (=men moet weten tot wie men zich wendt)
  17. met de kop Tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
  18. met de rug Tegen de muur staan (=geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg)
  19. met het hoofd Tegen de muur lopen (=het onmogelijke trachten te bereiken / mislopen)
  20. Met het hoofd Tegen de muur lopen (=Het onmogelijke proberen)
  21. Tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met tegenzin ondervinden)
  22. Tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er tegen in gaan)
  23. Tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
  24. Tegen de lamp lopen (=betrapt/gesnapt worden)
  25. Tegen de maan blaffen (=iets doen wat totaal niet helpt / nodeloze bedreigingen uiten)
  26. Tegen de maan pissen (=Iets onmogelijks proberen)
  27. Tegen de muur zetten (=doodschieten)
  28. Tegen de paal lopen (=er slecht vanaf komen)
  29. Tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken)
  30. Tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen (=Tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
  31. Tegen de stroom oproeien (=tegen de gangbare opinie in gaan)
  32. Tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandigheden toch vooruit komen)
  33. Tegen de vleug strijken (=prikkelen, boos maken)
  34. Tegen een oven gapen (=Proberen iets onmogelijks te doen)
  35. Tegen een stootje kunnen (=wel iets kunnen verdragen)
  36. Tegen elf ogen dobbelen (=weinig kans hebben)
  37. Tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  38. Tegen heug en meug (=met tegenzin doen)
  39. Tegen iemand aanlopen (=iemand toevallig tegenkomen)
  40. Tegen iets aangooien (=aan iets besteden)
  41. Tegen iets aanhikken (=met tegenzin doen)
  42. Tegen wil en dank (doen/zijn) (=met tegenzin)
  43. Tegen windmolens vechten (=tegen irreëele gevaren/zaken vechten)
  44. Tegenspel bieden/geven (=tegenstand bieden)
  45. vechten Tegen de bierkaai (=een gevecht aangaan dat al bij voorbaat verloren is)
  46. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  47. waar je u Tegen zegt (=wat absoluut de moeite waard is)
  48. Wie een paard uit de wei wil halen, moet het beest niet eerst met het halster Tegen de kop slaan. (=Je bereikt meer met vriendelijkheid, dan met strengheid)
  49. wie plast Tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
  50. zijn gat Tegen de kribbe zetten (=onwillig zijn)

86 betekenissen bevatten `Tegen`

  1. Van de os op de ezel springen (=1: Slechte zaken doen. 2: Tegenspoed kennen)
  2. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder Tegenstand)
  3. iemand het hof maken (=aardig Tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  4. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist Tegen te houden)
  5. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst Tegen valt)
  6. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel Tegenstand))
  7. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer Tegen zijn zin)
  8. op de poot spelen (=bij de kleinste Tegenslag flink te keer gaan/razen)
  9. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen Tegenover rijken)
  10. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig Tegenkomt is groot)
  11. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten Tegen de koude)
  12. eind goed, al goed (=de Tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  13. die is niet voor de poes (=die moet als Tegenstander niet onderschat worden)
  14. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de Tegenstand)
  15. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee Tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  16. aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen Tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  17. ongeluk komt zelden alleen (=een Tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  18. mogen lijden (=er wel Tegen kunnen - iemand wel kunnen verdragen)
  19. iets wikken en wegen (=erg lang over iets nadenken en alle voors- en Tegens afwegen)
  20. iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig Tegen iemand doen)
  21. door de knieën gaan (=ergens met Tegenzin mee akkoord gaan)
  22. het hoofd stoten (=ergens onprettig Tegen aan lopen)
  23. ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=ergens verschrikkelijk Tegen opzien)
  24. tegen de borst stuiten (=ergens zwaar moeite mee hebben / met Tegenzin ondervinden)
  25. ruim zijn aandeel in 's werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en Tegenslagen gekend hebben)
  26. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van Tegenstrevers.)
  27. averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
  28. tegen de draad ingaan (=het er niet er mee eens zijn en er Tegen in gaan)
  29. het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder Tegen)
  30. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens Tegenvallers)
  31. het leven is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens Tegenvallers)
  32. het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geluk maar kent soms ook Tegenslag)
  33. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs Tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  34. het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets Tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sluit als een bus.))
  35. de omgekeerde wereld (=het Tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  36. De omgekeerde wereld (=Het Tegenovergestelde van wat normaal en logisch is)
  37. het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst (=het valt hem zwaar Tegen)
  38. een goed zeeman wordt ook wel eens nat (=ieder kent zijn Tegenslagen)
  39. ieder moet zijn eigen kruis dragen (=ieder moet zijn eigen Tegenslagen verwerken)
  40. een pechvogel (=iemand die steeds Tegenslag heeft)
  41. iemand geen haarbreed in de weg leggen (=iemand op geen enkele manier ergens mee hinderen of Tegenhouden)
  42. iemand het net over het hoofd halen (=iemand Tegen wil en dank tot iets doen besluiten)
  43. iemand in de wielen rijden (=iemand Tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  44. tegen iemand aanlopen (=iemand toevallig Tegenkomen)
  45. als een luis in iemands pels zijn (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand Tegenwerken)
  46. iets met lede ogen aanzien (=iets met Tegenzin zien gebeuren)
  47. Een stok in het wiel steken (=Iets of iemand Tegenwerken)
  48. over mijn lijk (=ik zal mij daar met alle kracht Tegen verzetten)
  49. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in Tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
  50. met twee monden praten (=jezelf Tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 291 spreekwoorden met `Tegen`

  1. Ossies: D'r Tegenoan peere (=Er een klap Tegenaan geven)
  2. Diems: instoeken, Tegenan stoeken (=ergens inrijden, Tegenaan rijden)
  3. Munsterbilzen - Minsters: tieëgegaas gaeve (=Tegensputteren)
  4. Munsterbilzen - Minsters: tiëgegaas gaeve (=Tegensputteren)
  5. Zunderts: van de kloaver nor de bieze gaon (=dat is Tegengevallen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: tiëge wil en dank (=ondanks Tegenpruttelen)
  7. Genneps: de schaoj terug kómme haole (=Op Tegenbezoek komen)
  8. Venloos: Op einen aos houwe (=Tegenspoed hebben)
  9. Hunsels: Draan wie verkes Wulm (=We gaan er Tegenaan)
  10. Vlijtingens: terwjaas zie (=Tegendraads zijn)
  11. Tilburgs: teegen ut regeur in (=Tegen de draad in, in de contramine, Tegendraads)
  12. Overpelts: kriet nou toch 't vliegend schieet (=iemand Tegenspreken)
  13. Arendonks: hai drijt zenneh zak (=hij loopt naar de Tegenpartij over)
  14. Oudenbosch: ijis aon ut tobbe (=hij heeft veel Tegenslag)
  15. Gents: en akrootse (=een Tegenslag, jammerlijk voorval)
  16. Westerkwartiers: doar zie 'k teeg'n aan (=daar zie ik Tegenop)
  17. Westerkwartiers: zij zicht d'r teeg'n aan (=zij ziet er Tegenop)
  18. Veurns: kontertjok zien (=Tegendraads zijn)
  19. Oudenbosch: daor eetie toch z n neus aan gestote (=dat is hem Tegengevallen)
  20. Sint-Niklaas: 'k bèn dur Tegenoan getist (=zich ergens zacht Tegen stoten)
  21. Brabants: Tegen den draod in gaan (=het Tegenovergestelde doen van wat men van je verwacht)
  22. Munsterbilzen - Minsters: ne vieze staut mètmaoke (=iets geweldigs Tegenkomen)
  23. Lichtervelds: jis ooltn teegndroad (=hij doet altijd het Tegenovergestelde)
  24. Zeeuws: Hekke bakkessen trekke (=Een onguur persoon Tegenkomen)
  25. Tilburgs: onze vadder teegen ut lèèf lôope (=mijn vader Tegenkomen)
  26. Brakels: ij ee ne loo g'had (=hij is zichzelf Tegengekomen)
  27. Munsterbilzen - Minsters: kom oere sjoj mèr ès trèghaole (=je bent uitgenodigd voor een Tegenbezoen)
  28. Diesters: zenne frak droë (=overlopen naar de Tegenpartij)
  29. Sint-Katelijne-Waver: aa kas oepfrête (=Tegenslag verwerken)
  30. Oudenbosch: daor zuldut altijd tege afle-ge (=daar kun je niet Tegenop)
  31. Heldens: hè wônt Tegen os over (=hij woont Tegenover ons)
  32. Hunsels: Gaas, water en leecht (=We gaan er Tegenaan)
  33. Hoogstraats: 'n echte pinegel (=iemand die altijd Tegendraads is)
  34. Sint-Niklaas: dor bèk wa Tegen gekommen! (=daar heb ik wat beleefd (Tegengekomen)!)
  35. Kortemarks: jis oltn teegntjok (=hij is altijd Tegendraads)
  36. Bilzers: ne staut métmaoke (=iets raars Tegenkomen)
  37. kortemarks: dwêis in de zak zyn (=Tegendraads zijn)
  38. Genneps: ene krangsen hond (=eem koppig, Tegendraads persoon)
  39. Sint-Katelijne-Waver: aa kas oepfrette (=Tegenslag verwerken)
  40. Leefdaals: nen averechtse (=iemand die Tegendraads is)
  41. Munsterbilzen - Minsters: daase op nen aandre ze graof (=lachen met Tegenslag van anderen)
  42. Westerkwartiers: elk huus het zien kruus (=iedereen heeft wel eens Tegenslag)
  43. Kessels: Zoe waers wie sjtruë (=Altijd Tegendraads)
  44. Budels: werse prej (=vrouwelijk geslacht die Tegendraads is)
  45. Brugs: Tegenan tende (=ergens op het einde)
  46. Lebbeeks: vèrken: Nog gië vèrken kénn'n Tegenagen (=O-benen hebben)
  47. Westerkwartiers: 't venien zit em ien 'e steert (=aan het einde komt nog Tegenslag)
  48. Munsterbilzen - Minsters: ne laevende mins ziet get aof (=wat je zo al elke dag Tegenkomt !)
  49. Graauws: ank zoon muis op zolder oai, dan sloak de kat dood. (=een mooie vrouw Tegenkomen)
  50. Poperings: t ligt neuzenens (=dat ligt averrechts Tegenover mekaar)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen