Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Slechte`

  1. angst is een Slechte raadgever (=laat je niet leiden door angst. / Emoties zijn gevaarlijk)
  2. het is een Slechte muis die maar een hol heeft (=je doet er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  3. het pleit beSlechten/beslissen/verliezen (=de zaak definitief verliezen)
  4. in een Slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  5. in een Slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)

35 betekenissen bevatten `Slechte`

  1. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een Slechte zaak gaat niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  2. Van de os op de ezel springen (=1: Slechte zaken doen. 2: Tegenspoed kennen)
  3. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het Slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  4. iemand over de hekel halen (=allerlei Slechte dingen vertellen over iemand)
  5. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verSlechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  6. eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=Als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het Slechte pad brengen.)
  7. men moet van twee kwaden het minste kiezen (=als er enkel Slechte oplossingen zijn, kiest men de minst Slechte)
  8. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van Slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  9. Heeft de duivel 't paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in handen van Slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  10. blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er Slechter van)
  11. het verkorven hebben (=een Slechte beurt gemaakt hebben bij iemand)
  12. rosse buurt (=een Slechte buurt (buurt met prostitutie))
  13. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een Slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  14. een slecht figuur slaan (=een Slechte indruk maken)
  15. ergens aan bekocht zijn (=een Slechte koop doen)
  16. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een Slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  17. bergafwaarts (=het gaat steeds Slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf)
  18. de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het Slechte scheiden)
  19. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en Slechte tijden)
  20. onkruid vergaat niet (=het Slechte is moeilijk uit te roeien)
  21. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door Slechte werking, reparaties of onderhoud)
  22. ik vind het pet (=ik vind het een bijzonder Slechte zaak)
  23. door dik en dun (=in goede en Slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
  24. het kind met het badwater weggooien (=samen met het Slechte ook het goede wegdoen)
  25. van god noch zijn gebod weten (=Slechte dingen durven doen)
  26. tussen hamer en aanbeeld (=tussen twee Slechte dingen moeten kiezen)
  27. tussen twee vuren zitten (=uit twee Slechte dingen moeten kiezen)
  28. van de wal in de sloot belanden (=vanuit een Slechte situatie terechtkomen in een situatie die nóg Slechter is)
  29. de spiering doet de kabeljauw afslaan (=veel Slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  30. voor de bui binnen zijn (=voordat het Slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  31. wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt Slechte gewoonten over)
  32. het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het Slechte pad te raken)
  33. wie met pek omgaat, wordt ermee besmet (=wie met Slechte mensen omgaat neemt de gewoontes van die mensen over)
  34. advocaat van kwade zaken (=wie Slechte zaken verdedigt)
  35. zijn kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een Slechte) opvoeding geven)

Het dialectenwoordenboek kent 46 spreekwoorden met `Slechte`

  1. Veghels: 't kos koijer (=Het kan Slechter)
  2. Westerkwartiers: scheve ding'n pizz'n ook (=ook Slechtere kwaliteit heeft zijn goede kanten)
  3. Hams: tes van de kluuten tegen t berd (=het gaat steeds Slechter)
  4. Sint-Niklaas: kaduuk (=in Slechte staat)
  5. Munsterbilzen - Minsters: da (=dat is geen Slechte)
  6. Wommersoms: kammelot (=gereedschap van Slechte kwaliteit)
  7. Turnhouts: 'k hoai koai kaarte (=ik had Slechte kaarten)
  8. Achels: wan prenteboek/voele (=ik heb Slechte kaarten)
  9. Westerkwartiers: onkruud vergijt niet (=Slechte mensen leven lang)
  10. Ninoofs: van t'alverdrau donker (=van Slechte kwaliteit)
  11. Ninoofs: van t'alverdrou donker (=van Slechte kwaliteit)
  12. Amsterdams: Aggenebbish, Aggenebbisj, Aggenebbis (=Waardeloos, Slechte kwaliteit)
  13. Waregems: verneeglizjeerd (=in Slechte staat)
  14. Munsterbilzen - Minsters: twaer és goed,mer de minse dooge nie (=het weer kan toch niet Slechter)
  15. Bilzers: Vendaog steedtem zene kop verkeird (=Hij is in een Slechte bui vandaag)
  16. Veurns: thuus èkomm'n zien van ... (=Slechte ervaring opgedaan hebben met ...)
  17. west-vlaams: 't kolsietje van templeuf (=een straat in Slechte staat)
  18. Waanroods: gi prinke in men (zen) han hemmen (=Slechte kaarten hebben)
  19. Sint-Niklaas: kattepis, pjeirdezeek (=zeer Slechte drank)
  20. Waregems: 'n kuude (=Slechte sportman)
  21. Utrechts: Je wor noait overreeje as van 'n strontkar (=Alleen Slechte mensen praten slecht over je)
  22. Waregems: 't 'n e geeën beetren an (=hij/zij blijft op het Slechte pad)
  23. Westerkwartiers: noa reeg'n komt zunneschien (=na Slechte dingen komen ook weer goede)
  24. West-Vlaams: de zwiens loop'n me stroaj in under muule. (=Slechte weersvoorspellingen.)
  25. Deinzes: 'n en plankierkoarter (=een Slechte kaartspeler)
  26. Twents: Hee hef 'n kop verkeerd stoan (=Hij is in een Slechte bui)
  27. tilburgs: wen tadderakken (=Ik heb Slechte kaarten in de hand)
  28. Lichtervelds: tis ne stielman van tseevenste knopsgat (=het is een Slechte vakman)
  29. Westerkwartiers: hij het de bokkepruuk op (=hij heeft een Slechte bui)
  30. Marks: ê's naon ne veugel veu de kat (=hij is in Slechte staat ( gezondheid ))
  31. Zeeuws: oe lienker oe flienker oe rechter oe Slechter (=jeuk aan je neus)
  32. Gents: loffelijke geweunte (=een Slechte gewoonte)
  33. Gents: ne kladpotter (=een Slechte schilder)
  34. Waregems: in iemands zakk'n zitt'n (=iemands Slechte kanten bespreken)
  35. Walshoutems: verskoolt glas bier (=Slechte pint bier)
  36. Westerkwartiers: die kirrel het 'n hondeboan (=die man heeft een Slechte baan)
  37. Wommersoms: Gèè zet nowgal ne kiejeverejer (=jij eet te traag, je bent een Slechte eter)
  38. Zeeuws: 't Is een Slechte bakte (=Een zedeloze vrouw)
  39. Sint-Niklaas: da bier is precies schotelwoater (=dat bier heeft een flauwe, Slechte smaak)
  40. Heezers: Zun bakkus is net un afgebraand durrup (=Hij heeft een mond vol Slechte tanden)
  41. Lokers: Gou noar Daknam, doar zitten ze zonder weer (=Wanneer iemand klaagt over het Slechte weer)
  42. Achels: dè is iet van kèskeschiet (=dat is iets van Slechte kwaliteit)
  43. Westerkwartiers: 't hink'nd peerd komt achteraan (=na goede dagen komen weer Slechte)
  44. Westerkwartiers: liefde mokt blind (=geen Slechte dingen van je liefje zien)
  45. Drents: De goede mèns lacht met 't harte, de kwaoie met de mond (=De goede mens lacht met het hart, de Slechte met de mond)
  46. Lebbeeks: frang: Gekost zijn gelèk ne slecht'n alve frang (=Door iedereen gekend zijn (in Slechte zin))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen