Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


26 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Schij`

  1. achter de wolken Schijnt de zon (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  2. als de maan vol is Schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  3. als de zon een mestvaalt beSchijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  4. Dat hangt als een Schijthuis boven de gracht (=Dat is overduidelijk)
  5. de zon in het water kunnen zien Schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  6. de zon niet in het water kunnen zien Schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  7. De zon niet in het water kunnen zien Schijnen (=Afgunst hebben (jaloers zijn) op een ander)
  8. hij Schijt zeven kleuren bagger (=hij is erg bang)
  9. hooien als de zon Schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  10. iemand in de ogen Schijnen (=iemand hinderen)
  11. in de ogen Schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  12. men moet hooien als de zon Schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  13. na regen komt zonneSchijn (=na een periode van tegenslag, komt er een betere tijd)
  14. nu heb je het schaap aan het Schijten (=nu komen er problemen van)
  15. Ook een raspaard Schijt als een karhengst. (=Rangen en standen maken mensen niet meer of minder waard)
  16. Op de galg Schijten (=Nergens bang voor zijn)
  17. Op de wereld Schijten (=Overal maling aan hebben)
  18. over heel veel Schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)
  19. rozengeur en maneSchijn (=totaal geluk)
  20. Schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
  21. Schijt hebben aan (=lak hebben aan, zich niets aantrekken van)
  22. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te Schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  23. Uit hetzelfde gat Schijten (=1: Onafscheidelijke kameraden zijn. 2: Het met elkaar eens zijn)
  24. Wat goed eet, Schijt goed. (=Gezond eten laat het lichaam goed functioneren.)
  25. Wie vuur eet Schijt vonken (=Als men iets gevaarlijks onderneemt krijgt men nare gevolgen)
  26. Zijn licht ergens op laten Schijnen (=Iets duidelijk maken)

21 betekenissen bevatten `Schij`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarSchijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. wat het huis verliest, brengt het weer terug (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorSchijn)
  3. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje Schijnt niet te lukken)
  4. dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarSchijnlijk)
  5. dat gaapt als een oven (=dat is onwaarSchijnlijk)
  6. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het Schijnbaar altijd beter)
  7. Een pilaarbijter (=Een zeer Schijnheilig / hypocriet persoon)
  8. geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen Schijn van kans blijken te hebben)
  9. het is kermis in de hel (=het regent terwijl de zon Schijnt)
  10. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke Schijn misleiden)
  11. in zwang komen / raken (=iets wordt een modeverSchijnsel)
  12. onder de mantel van (=onder de Schijn van)
  13. verrijzen als paddenstoelen na een regenachtige dag (=plots tevoorSchijn komen)
  14. het is niet al goud wat blinkt (=Schijn bedriegt)
  15. een reus op lemen voeten (=Schijnbaar sterk maar in feite zwak)
  16. met los kruit schieten (=Schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  17. Voor God een baard van vlas maken (=Schijnheilig zijn)
  18. als paddenstoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorSchijn komen)
  19. boven water komen / boven water halen (=tevoorSchijn komen / tevoorSchijn halen, verSchijnen, opduiken)
  20. voor galg en rad opgroeien (=vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarSchijnlijk naar criminaliteit leidt)
  21. weer boven water komen (=weer tevoorSchijn komen)

Het dialectenwoordenboek kent 73 spreekwoorden met `Schij`

  1. Zeeuws: das un vroomn apostel (=Schijnheilige)
  2. Bilzers: de zossem ongebiech de kemiene gaeve (=het is een Schijheilige)
  3. Dunges: Un Skèndels kwartje is in Den Dungen gin dubbeltje werd (=Schijndelse grootspraak)
  4. Lebbeeks: Schijr: Ne Schijr doen (=Iemand opscharrelen)
  5. Bilzers: de zossem ongebich de kemiene gaeve (=het is een Schijnheilige)
  6. Bilzers: de zossem ongebich de kemiene gaeve (=Schijnheilige)
  7. Schijndels: Skendelse Skoiers Goan Op Skoan Skoe'n noa Skool (=Schijndele SChooiers Gaan op mooie Schoenen naar school)
  8. Bilzers: tes nie allemoël good da blink (=schone Schijn bedriegt)
  9. Drents: Een mooie schöttel met niks der in (=Uiterlijke Schijn)
  10. Vechtdals: denne knep n katte in 't donker (=die is Schijnheilig)
  11. Bilzers: an kroemmen aos gebeire (=Schijnbaar niks gezien hebben)
  12. Munsterbilzen - Minsters: de zos em ongebich de kemiene gaeve (=dat is een Schijnheilige)
  13. Munsterbilzen - Minsters: tès nie ammel good wo blink (=soms is het maar Schijn)
  14. Diesters: goeje Schijr gedoan (=goede ( rijke ) man gevonden)
  15. Erps: in a broek Schijten en alleloelia zingen (=luidop dromen)
  16. Lokers: zu Schijl as nen otter (=scheel iemand)
  17. Bilzers: van kroemmenoës gebeire (=Schijnbaar niets zien/weten)
  18. Dunges: Zelfs de wind ut Skèndel deugt nie (=Uit Schijndel komt niet veel goeds)
  19. Diesters: in zen broek Schijte van de schrik (=zeer bang zijn)
  20. Bilzers: van boeëve blinke en vanonder stinke (=schone Schijn...)
  21. Hansbeeks: In zijn roab'n Schijd'n (=Iemand anders benadelen)
  22. Bargoens: Schijt er aan hebben (=er niets om geven)
  23. Roois (Sint-Oedenrode): Skijndelse skenenskuppers (=Scheldwoord voor mensen uit Schijndel, ivm hun uitspraak van 'sch-')
  24. Waregems: ge zoe 't n ons Heeëre geevn zonder biecht'n (=Schijnbaar iemand met een goede naam)
  25. Bilzers: hae gebeirt van kroemmenoës (=hij weet Schijnbaar van niets)
  26. Diesters: zoe Schijl as nen otter (=zeer scheel)
  27. Deinzes: ge zult nog veel smalle stronten Schijd'n! (=je zal nog afzien)
  28. Schijndels: alé, vuruit, achteruit (=gauw terug)
  29. Haags: de zon Schijnt nu en dan (=De zon Schijnt zo nu en dan.)
  30. Londerzeels: ne propere smeirlap (=iemand die de Schijn hoog houdt)
  31. Giesbaargs: dingelkes pissen out den heemel , kerremesse in delle (=zon Schijn terwijl het regent)
  32. Geels: tis kerremis in d(h)el (=het regent en de zon Schijnt)
  33. Evergems: 't Es kirmess' in d' elle (=Het regent terwijl de zon Schijnt)
  34. Oosteekloos: t'es kirmesse in d'elle (=Een regenbui terwijl de zon Schijnt)
  35. Bornems: tis kerremus in dhel (=wanneer de zon Schijnt terwijl het regent)
  36. Drents: 't Aol mèens zet 't ooriezer op, de zunne giet skien (=de zon gaat Schijnen)
  37. Schijndels: olling tot tène toe (=helemaal tot het einde)
  38. Schijndels: ge wit oit noit nie (=je weet niet of)
  39. Westerkwartiers: hij reert met 't ene oog, met d'aaner lacht 'er (=hij is voor de Schijn verdrietig)
  40. Lichtervelds: tis kermesse in d elle (=het regent en de zon Schijnt)
  41. Antwerps: 't is duuveltjeskaarmis, tis kaarmis in d'hel (=zon die Schijnt bij regen)
  42. Genneps: schoeks en Schijf (=schots en scheef)
  43. Grobbendonks: Doar krijk naa 't (vliegend) Schijt van! (=Daar kan ik niet tegen!)
  44. Grobbendonks: Doa krijkik 't Schijt van (=Daar kan ik echt niet tegen!)
  45. Schijndels: aveseren- m'n aveseerschoenen aan-- (=opschieten -kan opschieten vandaag)
  46. Hulsters (NL): 't Es kèiremis in d'elle (=Als de zon Schijnt en het regent)
  47. Steins: duvele kirmès / duvelkes kirmès (=Het regent en de zon Schijnt)
  48. Gents: 'k goa maane kop deure mijn gat schaaten/ ket vliegend Schijt (=Ik heb diarree)
  49. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie altijd zik zin vür baeter te wiëne (=alle zorgen verdwijnen als de zon weer gaat Schijnen)
  50. Kortemarks: tis kermesse in delle (=het regent en de zon Schijnt)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen