Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `SMa`

  1. dat SMaakt naar meer (=meer van dat, graag!)
  2. de tongen loSMaken (=aanleiding geven tot gepraat)
  3. die perzik SMaakt naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  4. er is reuk noch SMaak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
  5. gedeelde SMart is halve SMart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  6. het is dief en diefjeSMaat (=het is allemaal even erg)
  7. hij heeft het gelijk van de viSMarkt (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  8. koffen en SMakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  9. kraak nog SMaak hebben (=het is niet heel smakelijk)
  10. over SMaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)

16 betekenissen bevatten `SMa`

  1. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, SMaakt alles)
  2. kraak nog smaak hebben (=het is niet heel SMakelijk)
  3. Het eten is niet te pruimen. (=het SMaakt niet)
  4. hij droogt uit als een Harderwijker (=iemand die alSMaar vervelender wordt)
  5. iemand iets op de mouw spelden (=iemand iets wijSMaken)
  6. iemand een rad voor de ogen draaien (=iemand iets wijSMaken / iemand op gemene wijze bedriegen)
  7. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijSMaken, iemand bedriegen)
  8. iemand knollen voor citroenen verkopen (=iemand wat wijSMaken, met praatjes foppen)
  9. bij de neus hebben (=iets wijSMaken)
  10. oren aannaaien (=iets wijSMaken)
  11. op een oude fiets moet je het leren (=leSMateriaal is zelden nieuw)
  12. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in SMaak moet men geen ruzie maken)
  13. De tafel de nodige eer bewijzen. (=SMakelijk gaan eten.)
  14. Wat de een niet lust, daar eet een ander zich dik aan. (=SMaken verschillen.)
  15. Paardenkeutels zijn geen vijgen (=Uiterlijk kan bedriegen / laat je niks wijSMaken)
  16. honger is de beste kok (=wanneer men honger heeft, SMaakt alles goed)

Het dialectenwoordenboek kent 67 spreekwoorden met `SMa`

  1. Sint-Niklaas: SMal leeken (=SMalle heupen)
  2. West-vlaams: tis topn dat SMakt in die vulle mulle van gie (=SMakelijk)
  3. Bachten de kupes: dat je mule SMakt (=eet SMakelijk)
  4. Ninoofs: woeëterzakken (=SMakeloze aardappelen)
  5. Kinrooi: Gedeildj broeëd is veul lekkerder! (=Gedeeld brood is veel SMakelijker!)
  6. Evergems: Grèten (=De draak met iemand steken, SMalen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: snakke noët einde--drinke (=SMachten naar het einde-naar drank)
  8. Sint-Niklaas: dien appel is zo voos as een roap (=die appel is droog en SMakeloos)
  9. Opglabbeeks: det huiw ich mich in miene geelis (=dat eet ik me helemaal SMaakvol op)
  10. Zelzaats: Menne, menneken (=SMalle doorgang tussen twee woningen)
  11. Twents: loat 't oe SMaken (=laat het je goed SMaken)
  12. Arnhems: Keij'et drin kriege (=SMaakt het)
  13. Steins: op de SMach laupe (=van iemand of iets heel erg profiteren)
  14. Aalters: Dat ulder welbestreube (=Laat het jullie SMaken)
  15. Munsterbilzen - Minsters: SMaer krijge (='n goed pak rammel krijgen)
  16. Sint-Niklaas: SMakken (=geluid maken als men eet)
  17. herenthouts: hie se, daa se, wa SMaate ze nei binne (=bekend volk)
  18. Liedekerks: E zitj zonder SMaad (=Zijn geld is op)
  19. Sint-Niklaas: een oûg uitlachen (=SMakelijk, hard lachen)
  20. Munsterbilzen - Minsters: daste grutste SMaerlapperaaj wot ich aut hëb mètgemok (=erger kan het niet !)
  21. Harelbeeks: Eet'n beuk stoa bie (=Veel en SMakelijk eten)
  22. Munsterbilzen - Minsters: iemed sjroep op zene baod SMaere (=iemand opvrijen)
  23. Munsterbilzen - Minsters: iemes sjroep on de mond SMaere (=iemand opvrijen)
  24. Diems: 't smik nie:t (=het SMaakt niet)
  25. Achterhoeks: Aover de scholder drinken (=Wat niet SMaakt weggooien)
  26. Steins: Vlaai mòt zeen: dun van laer, en dik van SMaer (=Wordt gezegd over vlaai)
  27. Munsterbilzen - Minsters: doë ès geen zaaf aon te SMaere (=dat helpt niet)
  28. Sint-Niklaas: flets (=flauw van SMaak)
  29. Westerkwartiers: elk zien meug (=ieder zijn SMaak)
  30. Antwerps: ieder zaaine meug (=iedereen heeft zijn eigen SMaak)
  31. Bilzers: Dat kimp tot èn m'n kotribbe! (=Dat SMaakt mij!)
  32. West-Vlaams: ek ze goeste (=elk zijn eigen SMaak)
  33. Gelaens (Geleens): Sjans höbbe (=In de SMaak vallen)
  34. Kortemarks: in etwie ze groasje stoan (=in iemands SMaak vallen)
  35. Bosch: Dè lussik nie (=Dat is niet mijn SMaak)
  36. Bilzers: goesteng és koop (=ieder zijn SMaak)
  37. Putters: Je hen un beste SMacht um de barg. (=Je moet nodig naar de kapper.)
  38. Zottegems: goeste es kup (=elk zijn eigen SMaak)
  39. Evergems: Opgetuttert gelijk nen raan adzun. (=Opgedaan zonder SMaak.)
  40. Diesters: daan kan zen klak oept woater SMaate en deronder springe (=over iemand die liegt en overdrijft)
  41. Gents: SMaat er en bruut noartoe en t'kom gesneeje weere (=iemand met een spits gezicht)
  42. Sint-Katelijne-Waver: dan SMaaten ze mee aa biëne (=Dan zijt ge al lang overleden)
  43. Arendonks: just ehn hunne-eh deh oep m'n toeng pist (=dat SMaakt goed)
  44. kortemarks: tis lik een iengeltje dat up me toenge pist (=deze drank SMaakt heerlijk)
  45. Heerlens: bitter vuur d'r monk is vuur 't hats gezonk (=wat bitter SMaakt is gezond)
  46. Dilbeeks: 't bee smokt ransj (=zurig, het bier SMaakt zurig)
  47. Weerts: 'n Gooj vlaaj és dun van laer en dik van SMaer (=Een goed gevulde vlaai)
  48. Venloos: Ik heb eine SMaak in de mónd asof d'r ein kat in haet zitte jônge (=Een vieze SMaak in de mond hebben)
  49. Munsterbilzen - Minsters: goej Limburgse vloj ès din van laer, mèr dik van SMaer (=goede Limburgse vlaai is goed gevuld)
  50. Munsterbilzen - Minsters: attet tich bek (=als het je aanstaat (SMaakt))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen