Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Rijp`

  1. de gelegenheid bij de haren gRijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  2. de maan met de handen willen gRijpen (=het onmogelijke willen doen)
  3. de peer is nog niet Rijp (=de zaak is nog niet in orde)
  4. de Rijpste pruimen zijn geschud. (=belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  5. de vrucht der ervaring Rijpt niet aan jonge takken. (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen.)
  6. er geen drol van begRijpen (=ergens niets van begrijpen)
  7. iemand bij de kladden gRijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  8. met beide handen toegRijpen (=met graagte aanvaarden)
  9. naar de pen gRijpen (=een brief schrijven)
  10. uit de lucht gRijpen (=iets zonder enige grond vertellen)

42 betekenissen bevatten `Rijp`

  1. het licht zien. (=begRijpen wat men daarvoor nog niet begreep.)
  2. dat gaat mijn pet te boven (=daar begRijp ik niets van)
  3. mijn verstand staat er bij stil (=dat begRijp ik helemaal niet)
  4. dat is Latijn voor mij (=dat begRijp ik niet)
  5. dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. (=dat is heel ingRijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring).)
  6. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begRijpen)
  7. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van. (=denken dat je iets begRijpt, terwijl je dat niet doet.)
  8. niet kunnen rijmen (=dingen die niet met elkaar kloppen of het samen niet kunnen begRijpen)
  9. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begRijpen wat er wordt bedoeld)
  10. een spaak in het wiel steken (=door iemands ingRijpen gaat een plan van de ander niet door)
  11. er het mes inzetten (=er grondig op ingRijpen, in de uitgaven besnoeien)
  12. stal noch haard vinden (=er niets meer van begRijpen - de weg totaal kwijt zijn)
  13. boven de pet gaan (=er niets van begRijpen)
  14. er geen touw aan kunnen vastknopen (=er niets van begRijpen)
  15. ergens geen hout van snappen (=er niets van begRijpen)
  16. ergens geen kaas van gegeten hebben (=er weinig van begRijpen, er weinig over weten)
  17. er geen drol van begrijpen (=ergens niets van begRijpen)
  18. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangRijpen)
  19. zo klaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begRijpen)
  20. er met zijn pet niet bij kunnen (=het niet begRijpen)
  21. geen chocola kunnen maken van (=het niet begRijpen)
  22. geen chocolade kunnen maken van (=het niet begRijpen)
  23. er niet bij kunnen (=het niet kunnen begRijpen)
  24. ergens kunnen inkomen (=het wel kunnen begRijpen)
  25. daar is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij. (=iedereen kan dat begRijpen)
  26. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren gRijpen)
  27. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begRijpen, iets voor elkaar hebben)
  28. iemand iets te kort doen (=iemand te weinig geven of begRijpen)
  29. de kat op het spek binden. (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergRijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben.)
  30. iets op zijn beloop laten. (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingRijpt.)
  31. ergens geen hoogte van kunnen krijgen (=iets maar niet kunnen begRijpen)
  32. iets of iemand in de peiling hebben (=iets of iemand begRijpen)
  33. er gaat een belletje rinkelen. (=ik begin het te begRijpen.)
  34. men moet het ijzer smeden als het heet is. (=je moet op het juiste moment de kansen gRijpen en dingen doen)
  35. kunnen behappen (=kunnen begRijpen)
  36. op zijn beloop laten (=laten gebeuren zonder in te gRijpen)
  37. er is geen chocola van te maken (=niet te begRijpen)
  38. de schellen vallen hem van de ogen. (=plotseling iets begRijpen hoe het in elkaar steekt)
  39. bij de pinken zijn (=snel dingen begRijpen, Handig en flink zijn, Vroeg opstaan)
  40. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegRijpelijk)
  41. niet van gisteren zijn (=veel weten, veel begRijpen en snel doorhebben)
  42. een aal bij de staart hebben (=zich met iets 'ongRijpbaars' bezig houden)

Het dialectenwoordenboek kent 6 spreekwoorden met `Rijp`

  1. Loois: dieje zie nog gruun achter zen oewere (=hij is er nog niet Rijp voor)
  2. Sint-Niklaas: die pjeir is mater (=die peer is veel te Rijp)
  3. Lokers: de weireld is vaure Rijpe (=de wereld is bijna rot)
  4. Tilburgs: zèn de knoezels bè öllie al rèèp (=zijn bij jullie de kruisbessen al Rijp)
  5. Mestreechs: mien sjeun zien op de Rijpe (=mijn schoenen zijn kapot)
  6. Oudenbosch: tappultje valt wel at mar Rijp is (=je moet nog even geduld hebben)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen