Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `PieP`

  1. 'm PiePen (=er stilletjes vandoor gaan)
  2. alleen een PiePend wiel krijgt olie. (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht.)
  3. er een muisje van hebben horen PiePen (=er iets van gehoord hebben)
  4. in de PiePzak zitten (=geen oplossing weten, Bang zijn voor de gevolgen)
  5. zoals de ouden zongen PiePen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)

Het dialectenwoordenboek kent 34 spreekwoorden met `PieP`

  1. Olens: PiePeloerebêrrêgê spele (=verstoppertje spelen)
  2. Weerts: Gaer doeëd laeftj lang (=PiePende wagens lopen het langst)
  3. Mestreechs: in dunne PiePzak zitte (=niet goed er voor zitten)
  4. Westerkwartiers: noar 'n aaners PieP'n daanz'n (=andermans wil volgen)
  5. Twents: den löp met beide beene in eene PiePe (=hij is heel onhandig)
  6. Wagenings: PiePers jassen (=aardappelen schillen)
  7. Weerts: dûr tûssenuut PiePe (=er vandoor gaan)
  8. Munsterbilzen - Minsters: as PiePele hoj aete ! (=geloof je dat ?)
  9. Zichers: dich geleifs dat de PiePele hooi aîte (=wat ben je naief)
  10. Bilzers: aste zen eege kons verkope, legge d'aander dich vanzelf én de boëveste loj (=alleen een PiePend wiel krijgt olie)
  11. Sint-Niklaas: PiePkenduik spelen (=verstoppertje spelen van kinderen)
  12. Zwols: ij ef de PiePen vol (=Hij heeft behoorlijk gedronken)
  13. Rotterdams: holletje PiePen (=hellingproef (rij-examen))
  14. Roeselaars: heid ier nie te PieP'n (=je hebt hier niks te zeggen)
  15. Munsterbilzen - Minsters: waaj de aa vrigger joengelde, zo poeppe de joeng nau (=zoals de ouden zongen, zo PiePen de jongen)
  16. Mestreechs: diech un PieP raoke (=bedrogen uit komen)
  17. Mestreechs: dat is gein PieP stöb weerd (=dat is niets waard)
  18. Westerkwartiers: da's wat van lik mij 't kaalk'n PiePke (=dat is wat van niks)
  19. Gents: konseer veur duuve, nen achterklap, die tiest geriekt, zijn olleke die PiePt (=een windje laten)
  20. Dunges: PiePende wagens loapen 't langst, wanr doar word nie veul opgelaoie (=Ziekelijke mensen worden ontzien)
  21. Mestreechs: gein PieP stöb weerd (=dit is niets waard)
  22. Mestreechs: diech un PieP raoke (=op de koffie komen)
  23. Westerkwartiers: de PieP uut hemm'n (=uitgeteld zijn)
  24. Munsterbilzen - Minsters: PiePel zin vanne vlinderdasje (=zich laten strikken voor een strikje)
  25. Houtens: PiePer met slaai (=Aardappel met sla)
  26. Bilzers: gelüfste nie dat PiePele hoj aete, of moetech tig get aanesters wijs maoke (=iemand iets op de mauw spelden)
  27. Munsterbilzen - Minsters: de gelüfs ook nog dat te PiePele hoj aete (=je bent te goedgelovig)
  28. Bilzers: Dae konste wijsmaoke dat de PiePele hoj aete (=Die kan je alles wijsmaken)
  29. tervurens: er stoet ne gruute pierelier vauj ne giele gievel in de PiePerstroet: er staat een grote pereboom voor de gele gevel in de peperstraat. (=typevoorbeeld van tervuursdialect wegens de vele i's)
  30. Lummens: doewe zit ne PiePel op de stinkers (=er zit een vlinder op de afrikaantjes)
  31. Westerkwartiers: hij smookt 'n roare PieP tebak (=roken - hij rookt een rare pijp tabak)
  32. Zwevegems: een PiePke en 'n kreuske (=een zoentje en een kruisje voor het slapengaan)
  33. Westerkwartiers: kom es weer en proat 'n PieP vol (=kom graag nog eens weer te praten)
  34. Roermonds: Ich höb de PieP oet, ich höb de knuip aaf (=Ik ben heel moe)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen