Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


56 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ooie`

  1. aap wat heb je mOoie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  2. beter blOoie Piet dan dOoie Piet (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
  3. de boel erbij neergOoien (=ermee stoppen)
  4. de kont tegen de krib gOoien (=weerspannig zijn)
  5. De Ooievaar nakijken (=Tijd verdoen)
  6. de plOoien glad strijken (=de ruzie bijleggen)
  7. de troffel in de kalkbak gOoien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  8. dertien ogen gOoien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  9. duren is een mOoie stad (=nu is het goed, maar blijft dat zo?)
  10. een bliek (spiering) uitgOoien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  11. een knuppel in het hoenderhok gOoien (=opschudding veroorzaken)
  12. een knuppel in het honderd gOoien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  13. een visje uitgOoien (=proberen of ergens belangstelling voor bestaat)
  14. ergens een balletje over opgOoien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  15. ergens met de pet naar gOoien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  16. geen rOoie cent waard (=waardeloos)
  17. Geld in het water gOoien (=Geld verspillen)
  18. geld over de balk gOoien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  19. goed geld naar kwaad geld gOoien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  20. het kan vriezen en het kan dOoien (=het kan alle kanten uit gaan)
  21. het kind met het badwater weggOoien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
  22. het op een akkoordje gOoien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  23. het over een andere boeg gOoien (=het anders aanpakken)
  24. het roer omgOoien (=het op een heel andere manier proberen)
  25. hij speelt aap wat heb je mOoie jongen (=hij is overdreven vriendelijk)
  26. hoge ogen gOoien (=een goede kans maken op iets)
  27. hOoien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  28. iemand iets voor de voeten gOoien (=iemand met iets confronteren)
  29. iemand zand in de ogen strOoien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  30. iets in de groep gOoien (=iets in een groep bespreken)
  31. je moet geen goed geld achter slecht geld aangOoien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  32. kruis of munt gOoien (=ervoor loten)
  33. men moet hOoien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  34. met de muts naar iets gOoien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  35. met de pet naar iets gOoien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
  36. met een metworst naar een zij spek gOoien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  37. moet je heen hOoien? (=heb je geen tijd?)
  38. mOoie liedjes duren niet lang (=geluk is van korte duur)
  39. naar het hoofd gOoien/slingeren (=scherpe verwijten maken)
  40. olie in/op het vuur gOoien (=iets doen waardoor de ruzie opnieuw begint of oplaait)
  41. olie op de golven gieten/gOoien (=de gemoederen kalmeren)
  42. om de dOoie dood niet (=volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven)
  43. ook tussen de mOoie bloemen groeien brandnetels (=de schoonheid van de omgeving biedt geen garantie voor onaangename zaken)
  44. op z'n dOoie akkertje (=op zijn gemak, heel rustig, heel langzaam)
  45. op zijn dOoie gemak (=heel rustig, zonder zich te haasten)
  46. over de balk gOoien (=onnodig geld uitgeven voor zaken die niet nodig zijn)
  47. over de rOoie gaan (=de perken te buiten gaan)
  48. roet in het eten gOoien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  49. rozen voor de varkens/zwijnen strOoien (=iets goed doen voor mensen die dat niet waarderen)
  50. te grabbel gOoien (=zomaar weggooien, opofferen)

5 betekenissen bevatten `Ooie`

  1. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mOoier voordoen dan het is)
  2. de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltOoien)
  3. de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltOoien)
  4. aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplOoien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
  5. te grabbel gooien (=zomaar weggOoien, opofferen)

Het dialectenwoordenboek kent 6 spreekwoorden met `Ooie`

  1. Oudenbosch: ge mot Ooie as de zon schijnt (=die heeft het gemakkelijker)
  2. Oudenbosch: motte gij gaon Ooie ? (=moet je vlug ergens naar toe ?)
  3. Venloos: d'n Ooievaar haet um in ut bein gebete (=zij is aangeteld/zwanger)
  4. Diems: Atte Ooievaer op 1 been steet isse nie meer maagd (=Als de Ooievaar op 1 been staat is die zwanger)
  5. Zeeuws: moi je nog Ooien (=heb je haast)
  6. Westfries: Weer kikkers binne, binne Ooievaars (=Met het een, komt vaak het ander)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen