Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `OKKE`

  1. als door een repel getrOKKEn (=zeer mager)
  2. beer op sOKKEn (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  3. bij elkaar passen als twee trommelstOKKEn (=goed bij elkaar passen)
  4. bOKKEsprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
  5. de bOKKEn van de schapen scheiden (=de goeden van de kwaden scheiden)
  6. de bOKKEnpruik op hebben (=slecht gehumeurd zijn)
  7. de schapen van de bOKKEn scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
  8. de sOKKEn erin zetten (=hard weglopen)
  9. een beer op sOKKEn. (=een goedzak.)
  10. een held op sOKKEn. (=iemand die zich dapper voordoet, maar in werkelijkheid niets durft. Een bangerik.)
  11. een mooi span voor een bOKKEnwagen (=een zonderling koppel)
  12. geen bOKKEsprongen kunnen maken (=weinig geld hebben om extra dingen te kunnen kopen)
  13. Het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sOKKEn (=Zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  14. hij heeft iets in de melk te brOKKElen. (=hij heeft daar invloed.)
  15. iemand de brOKKEn in de mond tellen (=iemand iets helemaal niet gunnen)
  16. iemand uit de tent lOKKEn (=het voor elkaar krijgen dat iemand iets doet)
  17. iemand uit zijn tent lOKKEn (=iemand uitlokken zodat hij over een bepaald onderwerp spreekt)
  18. iemand van de sOKKEn rijden/lopen. (=iemand (bijna) omver rijden of lopen.)
  19. iemand van de sOKKEn slaan. (=iemand vellen, neerslaan.)
  20. niets in de melk te brOKKEn hebben (=niets te zeggen hebben)
  21. oude bOKKEn hebben stijve horens. (=oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen)
  22. uit de klei getrOKKEn (=boers)
  23. uit zijn tent lOKKEn (=uitlokken - doen praten)
  24. van de sOKKEn gaan/raken/vallen. (=bewusteloos vallen.)
  25. vechten dat de kraaien om de brOKKEn komen (=hevig vechten)
  26. veel in de melk te brOKKElen hebben (=veel invloed ergens hebben)
  27. zij hebben een te grote broek aangetrOKKEn. (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed hebben.)

14 betekenissen bevatten `OKKE`

  1. buiten spel blijven (=(willen) proberen niet betrOKKEn te zijn)
  2. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrOKKEn bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)
  3. slapende honden wakker maken (=de aandacht vestigen op een sluimerend probleem dat je nadeel kan berOKKEnen)
  4. alles op een kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gOKKEn)
  5. een heilig huisje (=een herberg - een (voor de betrOKKEne) onaantastbare waarheid)
  6. advocaat van de duivel spelen. (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lOKKEn.)
  7. een luis in iemands pels poten/zetten (=iemand last berOKKEnen)
  8. iemand uit zijn tent lokken (=iemand uitlOKKEn zodat hij over een bepaald onderwerp spreekt)
  9. op de vuist gaan. (=knOKKEn.)
  10. men hoeft geen luizen in de pels te poten (=men moet niemand last berOKKEnen)
  11. de dans ontspringen (=niet in het onheil betrOKKEn worden)
  12. een muurbloempje zijn. (=stil en teruggetrOKKEn zijn.)
  13. uit zijn tent lokken (=uitlOKKEn - doen praten)
  14. zijn eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berOKKEnen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen