Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Niet meer`

  1. als de boeren Niet meer klagen en de pastoors Niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  2. dat paard zal mij Niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  3. Dat paard zal mij Niet meer slaan. (=Voortaan zal ik beter oppassen)
  4. door de bomen het bos Niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  5. Het eten Niet meer op kunnen. (=Spoedig moeten sterven.)
  6. het Niet meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn)
  7. het Niet meer kunnen navertellen (=er aan sterven)
  8. Niet meer kunnen wegdenken (=niet meer kunnen missen)
  9. Niet meer van vandaag (=het is ouderwets of niet meer acceptabel)
  10. wanneer de boeren Niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)

52 betekenissen bevatten `Niet meer`

  1. ongevraagd, ongeweigerd (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf Niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  2. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde Niet meer)
  3. Oude paarden jaagt men aan de dijk. (=Als men de taak Niet meer goed aankan, wordt men ontslagen)
  4. op je laatste benen lopen (=bijna Niet meer kunnen van vermoeidheid)
  5. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er Niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  6. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het Niet meer geaccepteerd)
  7. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij Niet meer gebeuren)
  8. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon Niet meer in de nabijheid is)
  9. pap in de benen hebben (=de benen willen Niet meer vooruit)
  10. de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal Niet meer kunnen volgen)
  11. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er Niet meer over hebben)
  12. zijn schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om Niet meer te hoeven werken)
  13. de geest is uit de fles (=dit is Niet meer controleerbaar)
  14. dit loopt uit de hand (=dit is Niet meer onder controle)
  15. reageren met de voeten (=door ergens weg te gaan, weg te blijven of Niet meer terug te keren, aangeven dat men niet tevreden is)
  16. de nekslag geven (=door iets wordt de situatie een te groot probleem waardoor men het Niet meer aan kan)
  17. de schepen achter zich verbranden (=een beslissing nemen en Niet meer terug kunnen)
  18. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat Niet meer gered kan worden)
  19. uit het oog verliezen (=er Niet meer aan denken)
  20. in de knoop zitten (=er Niet meer wijs uitraken - van slag zijn)
  21. iets in de doofpot stoppen (=ergens totaal Niet meer over praten, verzwijgen)
  22. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, Niet meer verder doen)
  23. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - Niet meer verder kunnen)
  24. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat Niet meer bestaat of actief is)
  25. niet meer van vandaag (=het is ouderwets of Niet meer acceptabel)
  26. zich een ongeluk lachen (=hetzelfde als `In een deuk liggen`, Niet meer bijkomen van het lachen)
  27. iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het Niet meer aan kan)
  28. iemand de bons geven (=iemand waarmee je een relatie hebt Niet meer willen zien)
  29. dat wast al het water van de zee niet af (=iets is Niet meer te veranderen/aan te passen)
  30. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er Niet meer over praten)
  31. ergens de balen van hebben (=iets Niet meer leuk vinden en willen dat het stopt)
  32. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die Niet meer in stand kan worden gehouden)
  33. in het schuitje zitten en mee moeten varen (=mee moeten doen, zich Niet meer kunnen terugtrekken)
  34. met iemand breken (=met iemand Niet meer verder werken, leven)
  35. na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal Niet meer helder van geest)
  36. buiten de schreef (=Niet meer acceptabel)
  37. niet meer kunnen wegdenken (=Niet meer kunnen missen)
  38. over het hoofd groeien (=Niet meer onder controle te houden)
  39. ergens een vouwtje bij leggen (=Niet meer over spreken)
  40. het hoofd kwijt (=Niet meer weten wat te doen)
  41. het hoofd verliezen (=Niet meer weten wat te doen)
  42. het hoofd loopt me om (=Niet meer weten wat te doen (bv bij drukte))
  43. zijn schepen achter zich verbranden (=obstinaat doorgaan, zodanig dat men Niet meer terug kan)
  44. van zijn stuk raken (=onzeker worden en Niet meer weten wat te zeggen)
  45. Ook een raspaard schijt als een karhengst. (=Rangen en standen maken mensen Niet meer of minder waard)
  46. nu breekt mijn klomp (=van verbazing Niet meer weten wat te zeggen)
  47. zand erover (=vergeet het maar (in de zin van : we praten er Niet meer over))
  48. uitgeteld zijn (=vermoeid zijn, Niet meer verder kunnen)
  49. gedane zaken hebben geen keer (=wat voorbij is, keert Niet meer weer)
  50. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde Niet meer aan kan)

Het dialectenwoordenboek kent 128 spreekwoorden met `Niet meer`

  1. Westerkwartiers: uut het oog, uut het haart (=Niet meer in beeld, dan ook Niet meer in de geest)
  2. Kortemarks: je verroert van gièèn vinne (=hij beweegt Niet meer)
  3. Oudenbosch: kzijn ut beu (=ik doe het Niet meer)
  4. Hams: 'tschaap is de preut af (=ik kan Niet meer)
  5. Wetters: kzitte strop (=ik kan Niet meer verder)
  6. Veurns: 't Nie meeë lange trekk'n (=Niet meer lang leven)
  7. Lichtervelds: je verroert van gièèn vinne (=hij beweegt Niet meer)
  8. Lichtervelds: jee doa gescheetn (=hij is er Niet meer gewenst)
  9. Genneps: van de been af zien (=Niet meer kunnen lopen)
  10. Westerkwartiers: niet noakoart'n (=naderhand Niet meer zeuren)
  11. Westerkwartiers: olle boom'n moe'je Niet meer verpoot'n (=oude mensen moet je Niet meer verkassen)
  12. Westerkwartiers: dat kenn'n we Niet meer bruuk'n (=dat kunnen we er Niet meer bij hebben)
  13. Waregems: ie zit stroop (=hij geraakt er Niet meer uit)
  14. Oudenbosch: ij wit nie mir waordiejut moet zoeke (=hij heeft het Niet meer)
  15. Waregems: ie 'n tooëgt em niemre (=hij laat zich Niet meer zien)
  16. Waregems: zet da uit ui ôëft (=denk er Niet meer aan)
  17. Waregems: 'k gerake versteld (=ik krijg mijn eten Niet meer op)
  18. Lommels: dè't schèt (=ik trek het me Niet meer aan)
  19. Waregems: t es mij ontgoan (=ik weet het Niet meer)
  20. Westerkwartiers: ik kon dat niet tuusbreng'n (=ik herkende dat Niet meer)
  21. Opglabbeeks: zut dich det uut de kop (=Niet meer aan denken)
  22. Waregems: ten ee gieën angezichte niemre (=Niet meer om aan te zien)
  23. Oudenbosch: ij isser mee weg (=die zie je Niet meer)
  24. Genneps: Nie mèr op tèlle (=Ergens Niet meer op rekenen)
  25. Lovendegems: 'k ben nuh mijnen droad kwijt (=het verband Niet meer zien)
  26. Westerkwartiers: hij was kepot (=hij kon er Niet meer tegen)
  27. Bergs: da dieng van mijn tangtmartange (=ik ben niet (meer) seksueel actief)
  28. Lochristis: 't schuip es de preude af (=hij is uitgeteld/hijkan Niet meer)
  29. Heezers: zao kerks as nun hond klippels (=niet (meer) naar de kerk gaan)
  30. Giesbaargs: zoajen nor de zak (=Niet meer uitgeven dan men heeft)
  31. Westfries: dat pôot is stik (=tussen hen komt het Niet meer goed)
  32. Lichtervelds: tis famielj uut (=we praten Niet meer met elkaar)
  33. Oudenbosch: das uit de tijd (=dat is Niet meer van deze tijd)
  34. Oudenbosch: daor gevik gin vijf sente mir vor (=dat komt Niet meer goed)
  35. Bilzers: nog ne koje naach (=die leeft Niet meer lang (hoest))
  36. Oudenbosch: ijis de kluts kwijt (=hij weet het Niet meer)
  37. Waregems: 't en e(s) niemer nooëdig (=het hoeft Niet meer)
  38. Sint-Niklaas: ei is niemmeer zoe jonk (=hij is Niet meer zo jong)
  39. Siebengewalds: Ik zie de kluts kwiet (=Ik weet het Niet meer)
  40. Westerkwartiers: aaner onnerwaarp . . (=ik wil het hierover Niet meer hebben)
  41. Sint-Niklaas: de fuut is er uit (=mijn spuitwater borrelt Niet meer)
  42. Lanakens: Dat zuuste nit mie (=Dat ziet gij Niet meer)
  43. Sint-Niklaas: dor edde niets nie meer on te zeigen (=die gehoorzaamt Niet meer)
  44. Liwwadders: laat maar sitte, juh (=het hoeft voor mij Niet meer)
  45. Waregems: 'k 'ndoe niemer mee (=ik doe Niet meer mee)
  46. Munsterbilzen - Minsters: tgeloof ès noë de botte (=ik geloof er Niet meer in)
  47. Munsterbilzen - Minsters: tgloof ès noë de botte ! (=ik geloof er Niet meer in !)
  48. Lichtervelds: kzy dn droad kwyt (=ik kan Niet meer volgen)
  49. Helmonds: 'k warskauw oe nie mèr! (=Ik waarschuw je Niet meer!)
  50. Waregems: 'k ga versteekn (=ik krijg mijn eten Niet meer op)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen