Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Niet lang`

  1. mooie liedjes duren Niet lang (=geluk is van korte duur)
  2. strenge heren regeren Niet lang (=wanneer een baas niet een beetje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)

9 betekenissen bevatten `Niet lang`

  1. Een morse muur is snel afgebroken (=1: Een slechte zaak gaat Niet lang mee. 2: Als iets slecht gemaakt wordt gaat het gemakkelijk kapot)
  2. de maat is vol (=het wordt Niet langer getolereerd)
  3. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het Niet langer kan negeren)
  4. de handen van iemand aftrekken (=iemand Niet langer steunen)
  5. zijn handen van iemand aftrekken (=iemand Niet langer steunen)
  6. tabak van iets hebben (=iets Niet langer willen)
  7. overboord werpen (=Niet langer gebruiken, ervan afzien)
  8. weer op de been zijn (=Niet langer ziek zijn)
  9. gestolen kunnen worden (=van geen belang meer zijn - Niet langer nodig zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 26 spreekwoorden met `Niet lang`

  1. Sint-Niklaas: kattekoljeiren (=gramschap die Niet lang duurt)
  2. tervurens: t kuit af (=het duurt Niet lang meer)
  3. Lauws: j' is ant sleren (=Hij zal Niet lang meer leven)
  4. Munsterbilzen - Minsters: op zen leste been loope (=Niet lang meer leven)
  5. Lichtervelds: kee gièèn zittnd gat (=ik kan Niet lang blijven zitten)
  6. Geuls: dae geit te gaerd aaf (=die zal Niet lang meer leven)
  7. Oudenbosch: op z n leste bene lope (=Niet lang meer leven)
  8. Westerkwartiers: de situoatie doar is onholdboar (=zo kan het daar Niet langer)
  9. West-Vlaams: schoane lietjes deur'n nie lange (=mooie liedjes duren Niet lang)
  10. Maldegems: der t scheut van kreegen (=iets Niet langer kunnen verdragen)
  11. Oudenbosch: ik maok ut nie lang mir (=ik leef Niet lang meer)
  12. Moorsel: ket va memore zoën/ van ntwelven tot n'noen ontaagen (=Niet lang kunnen onthouden)
  13. Sint-Niklaas: ei zittor op ne schupstoel (=hij zal daar Niet lang blijven werken)
  14. Sint-Niklaas: zèn pijp is veir uit; ès veir den ond gô voeieren (=hij zal Niet lang meer leven)
  15. Bilzers: dae zal gauw begrins zien (=men zal Niet lang om hem rouwen)
  16. Sint-Niklaas: die mokt er korte metten mee (=bij die man duurt het Niet lang)
  17. Venloos: Dae löp met de plenk onder de jas. (=Die heeft Niet lang meer te leven)
  18. Lichtervelds: j ee moa tleevn van ne roîboard ne mièè (=hij zal Niet lang meer leven)
  19. Lichtervelds: je goat ollichte de gèskantn ofrieën (=hij zal Niet lang meer leven)
  20. Sint-Niklaas: gee zittend gat ein (=Niet lang op zelfde plaats of stil kunnen zitten)
  21. Antwerps: En de poembak, de poembak, de poembak is kapot, en ... (=We kunnen het Niet langer aan)
  22. Bilzers: daaj zal rap bekriëte zien (=ze zullen Niet lang om haar rouwen)
  23. Steins: dae ruuk(stink) nao de sjöp (=Die heeft Niet lang meer te leven)
  24. Westerkwartiers: hoe haarder as 't reeg'nt, hoe gauwer is 't over (=al te strenge heren blijven Niet lang aan de macht)
  25. Sint-Niklaas: ei springt erop gullèk nun bok op doaverkist (= haverkist) (=hij kan Niet langer wachten om te beginnen eten)
  26. Antwerps: 't woater stoat al in men oëge (=gezegde wanneer men Niet langer kan wachten voor een toiletbezoek)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen