Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Niet in`

  1. dat gaat je Niet in de kouwe kleren zitten. (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring).)
  2. dat staat Niet in zijn woordenboek. (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord.)
  3. de zon Niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  4. je moet een gegeven paard Niet in de mond kijken. (=je moet niet te kritisch zijn over cadeaus, of koopjes)
  5. men mag een gegeven paard Niet in de bek kijken. (=men mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt.)
  6. men moet een gegeven paard Niet in de bek zien/kijken. (=met een cadeau moet je blij zijn en niet te kritisch naar kijken)
  7. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch Niet in april (=Boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  8. Niet in de haak zijn (=er klopt iets niet)
  9. Niet in de wieg gesmoord (=niet van bij de opkomst vernietigd - al oud)
  10. Niet in een goed vel steken (=altijd ziek zijn, nooit gezond)
  11. Niet in iemands schaduw kunnen staan (=aan iemand absoluut niet kunnen tippen)
  12. Niet in tel zijn (=niet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen)
  13. Rome is Niet in één dag gebouwd. (=relativeren: Leer geduld te hebben.)
  14. wie boter op zijn hoofd heeft moet Niet in de zon lopen (=wie schuldig is houdt zich best gedeisd)

20 betekenissen bevatten `Niet in`

  1. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat Niet in orde is)
  2. geen zuivere koffie zijn (=daar is iets Niet in orde)
  3. de peer is nog niet rijp (=de zaak is nog Niet in orde)
  4. er is een steek aan los (=er is iets Niet in orde, hij is (lichtjes) gek)
  5. het is hommeles (=het is daar Niet in orde)
  6. het is nog ver van zingen (=het is nog lang Niet in orde)
  7. er is reuk noch smaak aan (=het is weinig waard, het is Niet interessant)
  8. er is een luchtje aan (=het klopt niet, er is iets Niet in orde)
  9. de koek is op. (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er Niet in.)
  10. op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes. (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er Niet in.)
  11. er is geen goed garen mee te spinnen. (=iemand die Niet in staat is goed samen te werken)
  12. niet pluis zijn (=iets is er Niet in orde)
  13. iets aan de knikker zijn (=iets Niet in orde of aan de hand zijn)
  14. de dans ontspringen (=Niet in het onheil betrokken worden)
  15. met iemand niet willen oversteken (=Niet in iemands plaats willen zijn)
  16. gehoor weigeren (=Niet ingaan op)
  17. wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken. (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal Niet in een hogere sociale klasse terechtkomen.)
  18. met de klompen van het ijs blijven. (=zich met iets Niet inlaten.)
  19. zij hielden het onder de pet. (=zij brachten het Niet in de openbaarheid.)
  20. nul op het rekwest krijgen (=zijn eis Niet ingewilligd krijgen)

Het dialectenwoordenboek kent 3427 spreekwoorden met `Niet in`

  1. Leuvens: poapeplekker (=nietsnut)
  2. Liwwadders: o nietan (=of niet dan)
  3. Texels: Dot is toch ellef en een oortje (=Niets waard)
  4. Genneps: tís mèr un ert (=klein, nietig zijn)
  5. Heerlens: mit d'r baat waggele (=nietszeggend reageren)
  6. Hendrik-Ido-Ambachts: je mot nie lullen (=klets nietl)
  7. Veurns: op niet'n trekk'n (=nergens naar lijken)
  8. Neerpelts: Nietegelujve! (=Ongelooflijk)
  9. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  10. Brugs: u stroentroaper achter den tring, medun mangde zoender gat (=een nietsnut)
  11. Westerkwartiers: dat zal mij de lauw sjakk'n (=dat interesseert mij totaal nietr)
  12. Lichtervelds: kee nietn duuvle gekreegn (=ik heb helemaal niets gekregen)
  13. Zwevegems: 'k Verstoa d'er nietekloat'n van. (=Ik versta er niets van.)
  14. Rotterdams: ja toch? Niettan? (=iemand gelijk geven)
  15. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hetis een nietswaardig persoon)
  16. Harelbeeks: Ie n'es ginne klets in zyn oanzichte weir (=hij is een nietswaardig persoon)
  17. Brakels: da wezen eetij niet (=dat inzicht heeft hij niett)
  18. Amsterdams: Lamzak, Lamlul, Lapzwans, (=Nietsnut)
  19. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  20. Waregems: 'k 'n weete geên beskeeêt, 'k weete van niet'n (=ik ben Niet ingelicht)
  21. Londerzeels: hij es geen peip zeik waait (=hij is een nietsnut)
  22. Lichtervelds: ge zie ne groîtn zeero (=je bent een nietsnut)
  23. Waregems: 't un trekt ip nietn (=dat gelijkt nergens op)
  24. Veurns: nie ol gin suuker en zeeëm zien (=nietallemaal rozengeur en maneschijn zijn)
  25. kortemarks: jee nieten in de pap te brokkn (=hij heeft er niets te zeggen)
  26. Antwerps: Ginne zjiever, hé ? (=Geen discussie, nietwaar ?)
  27. Zelzaats: 't Es e zwalpei. (=Dronken nietsnut die blijft rondhangen. Of nietsnut die van geen hout pijlen weet te maken.)
  28. Langemarks: tschilde an nieten of en a prys (=Hij had bijna prijs)
  29. Munsterbilzen - Minsters: bel mich mèr as ge traut zit (=met mij moet je geen welles-nietes spelleke)
  30. Tilburgs: tis tòch stèèrk war ! (=het is toch bijna niet te geloven, nietwaar !)
  31. Veurns: 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=Nietalles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.)
  32. Munsterbilzen - Minsters: das ne Jan men kloete (='t is een nietsnut)
  33. Waregems: van niets vervoard zijn (=van niets bang zijn/niet terugdeinzen)
  34. Tilburgs: kiek is ofter kiek en aster kiek, nie kieke (=kijk eens of hij kijkt en als hij kijkt nietkijken)
  35. Westerkwartiers: wel niet woagt, wel niet wint (=wie niets probeert bereikt ook niets)
  36. Tilburgs: dè-s un kösselek kedoo, war (=dat is een kostbaar cadeau, nietwaar)
  37. Tilburgs: tis toch euweg sund war! (=dat is nu toch echt jammer,nietwaar!)
  38. Sint-Niklaas: rjein de knots (=niets)
  39. Antwerps: ni veel soeps (=niets bijzonders)
  40. Bilzers: nie viël sops (=niets bizonders)
  41. Turnhouts: das niks van pettik (=dat is niets bijzonder/niet belangerijk)
  42. Sint-Niklaas: niet nie meer (=niets meer)
  43. Westerkwartiers: die zit niet veur zwitvoet'n ien de bak (=die zit niet voor niets in de bajes)
  44. Bilzers: nul de botte (=helemaal niets)
  45. Aalsters: van krommenoos geboren (=niets weten)
  46. Aarschots: 't Is noppes (=Het is niets)
  47. Hams: Niets genauderd (=Het brengt niet op)
  48. Waregems: da 'n broochte niets ip (=dat leverde niets op)
  49. Lichtervelds: ge kunt gièène kei vloan (=van iemand die niets heeft moet je niets verwachten)
  50. Waregems: ie 'n es gieëne stamp teeën z'n klooëtn wird, ie 'n es gieën roste kluite wird (=het is een nietsnut)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen