Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

16 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Nacht`

  1. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/Nachten strengen. (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag.)
  2. als een dief in de Nacht (=ongemerkt, onverwacht.)
  3. als een Nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  4. bij Nacht en ontij (werken/zijn) (=wanneer anderen slapen)
  5. bij Nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  6. er Nachtwerk van maken (=laat opblijven)
  7. ergens een Nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  8. komen als een dief in de Nacht (=onverwacht komen)
  9. met de Nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  10. met de Nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  11. niet over een Nacht ijs gaan (=eerst nadenken voor men iets doet - geen risico's nemen)
  12. overdag hebben waar men s Nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  13. uitgaan als een Nachtkaars (=langzaam doven, sterven)
  14. van de Nacht een dag maken (='s nachts werken)
  15. verrijzen als paddestoelen na een regeNachtige dag (=plots tevoorschijn komen)
  16. wie ’s Nacht gaat vissen moet overdag zijn netten drogen (=Wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard)

7 betekenissen bevatten `Nacht`

  1. van de nacht een dag maken (='s Nachts werken)
  2. een klein lek doet een groot schip zinken. (=een geringe oNachtzaamheid kan tot grote schade leiden.)
  3. iemand uit bed lichten (=iemand 's Nachts doen opstaan)
  4. iemand achter de bank schuiven (=iemand miNachtend behandelen)
  5. met de nek aanzien (=met miNachting behandelen)
  6. de nek toekeren (=zich miNachtend van iemand afwenden)
  7. iemand de nek toekeren (=zich miNachtend van iemand afwenden)

Het dialectenwoordenboek kent 30 spreekwoorden met `Nacht`

  1. Izegems: in zien slèpn (=in zijn Nachthemd)
  2. Sint-Niklaas: das ne Nachtkuil (=iemand die 's Nachts lang uitblijft)
  3. Veurns: van de kokkemoare bereen zien (=een Nachtmerrie hebben)
  4. Weerts: vrollujgedachte en wîntjerse Nachte, verângere zieëve kieër in eîne Nacht (=steeds weer van gedachte veranderen)
  5. Bilzers: ich sloëp asnen os.... (=als ik ga slapen tel ik schaapjes, als ik slaap zie ik Nachtmerries)
  6. Westerkwartiers: doar heb 'k sloabeloze Nacht'n van (=daar lig ik vaak wakker van)
  7. Westerkwartiers: dat ging uut as 'n Nachtkeers (=dat stopte zonder dat iemand het merkte)
  8. Gents: hij es van de moare berejen (=hij staat slecht gemutst op (heeft slecht geslapen door Nachtmerries))
  9. Bilzers: Taesse twelf en één és gee goed volk opte been (='s Nachts is niets te zoeken op straat)
  10. Epers: de nach is veur ut ongedierte (='s Nachts hoor je op bed te liggen)
  11. Bilzers: de naach beheirt sjelme en lichte vrolaaj (='s Nachts behoor je in je bed te zijn)
  12. Lokers: Duikt au weierme mee au gat bluuët (=Goede Nacht wens)
  13. Westerkwartiers: 's naachts 'n kirrel, 's mörng's 'n kirrel (=wie 's Nachts feestviert, moet 's ochtends niet zeuren)
  14. Ouddorps: Kleranzie maeke (=Klaar maken voor de Nacht)
  15. Bilzers: tot e koet énde naach (=tot ver in de Nacht)
  16. Oudenbosch: ijee vaNacht ligge woelwaotere (=hij heeft een onrustige Nacht gehad)
  17. Gents: sloapwal en doe gien uuge toe (=een goede Nacht toewensen)
  18. Leuvens: ik em den iele Nacht wei zitte wezzele ! (=ik heb weer niet geslapen deze Nacht)
  19. Sint-Niklaas: van geel de Nacht geen oog dicht gedoan ein (=van heel de Nacht niet geslapen hebben)
  20. Munsterbilzen - Minsters: tenaach héttet lëlek gedoeën (=deze Nacht heeft het geonweerd)
  21. Munsterbilzen - Minsters: hae bliëf tooghange tot e koet énde naach (=tot diep in de Nacht zat hij op café)
  22. Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt gesloeëpe waaj nen os (=zij heeft de ganse Nacht gesnurkt)
  23. Drents: 'k Heb vanNacht gien wenk in de ogen had. (=Ik heb de hele Nacht niet geslapen)
  24. Westerkwartiers: bie Nacht en ontied (=op de onmogelijkste tijdstippen)
  25. Lokers: mijn slonse mijn sloare get uêren gelijk un taljuêre (='mijn lieve vriendin je bent zo lelijk als de Nacht)
  26. Westerkwartiers: over één Nacht ies goan (=iets er zonder nadenken op wagen)
  27. Munsterbilzen - Minsters: aste spech laach, wiëd rènger verwaach (=kraait de haan bij avond of Nacht, dan wordt er ander weer verwacht)
  28. Lichtervelds: je kwam tuus e gat in dn Nacht (=hij kwam laat thuis)
  29. Gents: allee treute, we zijme vuurt, ik zal eu thuis ne kier tuugen woar dat Belfort echt stoat (=kom schat, we gaan naar huis voor een romantische Nacht)
  30. Venloos: Bezeuk en vis bliève gen dreej daag fris (=Gasten die langer dan een Nacht blijven logeren, leiden tot irritatie)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen