Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


112 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Naar`

  1. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden)
  2. al zo oud als de weg Naar Kralingen (=erg oud)
  3. alle moleNaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  4. alle waar is Naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
  5. alle wegen leiden Naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  6. alles malletje Naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  7. als winNaar/beste uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  8. bij Neck om Naar Den Haag (=een onnodige omweg maken)
  9. daar is wel wachten maar geen vasten Naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  10. dat ruikt Naar peper (=dat is erg duur)
  11. dat smaakt Naar meer (=meer van dat, graag!)
  12. De bijl Naar de steel werpen (=Iets geheel opgeven)
  13. de huik Naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
  14. de kolf Naar de bal werpen (=het opgeven)
  15. de mantel Naar de wind hangen (=steeds de opinie van de anderen volgen)
  16. de tering Naar de nering zetten (=leven met de middelen die men heeft)
  17. de vis aardt Naar de zee (=je kunt wel zien waar hij vandaan komt)
  18. de weg Naar de hel is geplaveid met goede voornemens (=veel goede voornemens hebben zonder ze daadwerkelijk uit te voeren)
  19. die perzik smaakt Naar meer (=dat is gunstig - nog van dat!)
  20. die sNaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  21. doe wel Naar mijn woorden, maar ziet niet Naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  22. een aardje Naar zijn vaartje hebben (=qua karakter op zijn vader lijken)
  23. een droge maart en een natte april is de boeren Naar hun wil (=weerspreuk)
  24. een gevoelige sNaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  25. een kolfje Naar zijn hand (=iets dat hij erg graag doet)
  26. een tere sNaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken)
  27. er Naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
  28. er zal geen haan Naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  29. er zijn vele wegen die Naar Rome leiden (=er zijn meerdere manieren om iets te doen)
  30. ergens een gooi Naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
  31. ergens een slag Naar slaan (=raden)
  32. ergens met de pet Naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  33. ergens met lood in de schoenen Naar toe gaan (=ergens verschrikkelijk tegen opzien)
  34. ergens oren Naar hebben (=er wel iets in zien)
  35. fijnbesNaard (=gevoelig)
  36. geen haan die er Naar kraait (=niemand zal het weten)
  37. geen oren hebben Naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  38. Geen tien paarden brengen me daar Naar toe. (=In geen geval ga ik daar naar toe)
  39. goed geld Naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  40. het is Naar de maan (=het is kapot)
  41. het water loopt altijd Naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  42. hij kijkt er Naar uit als de pastoor Naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting naar uit)
  43. hij snakt erNaar als een vis Naar water (=ergens hevig naar verlangen)
  44. hoer en tolleNaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  45. iemand Naar de barbiesjes wensen (=iemand verwensen)
  46. iemand Naar de keel vliegen (=op iemand erg kwaad worden, aanvallen, ermee vechten)
  47. iemand Naar de kroon steken (=z'n best doen anderen te overtreffen)
  48. iemand Naar de maan wensen (=iemand verwensen)
  49. iemand Naar de Mokerhei wensen (=iemand verwensen)
  50. iemand Naar de mond praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)

82 betekenissen bevatten `Naar`

  1. iemand (niet) voor vol aanzien (=(niet echt) Naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat)
  2. De kruik gaat zolang te water tot zij barst (=1: Alles heeft zijn beperkingen. 2: De onvoorzichtige die niet Naar goede raad wil luisteren ondervindt daarvan vroeg of laat de gevolgen)
  3. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren Naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  4. waar een wil is is een weg (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden Naar je doel)
  5. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - Naar de mond van de toehoorder praten)
  6. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje Naar de muur gestuurd worden)
  7. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos Naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  8. in gebreke zijn (=de taak niet Naar behoren uitgevoerd hebben)
  9. een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder Naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  10. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugeNaar zijn)
  11. de kunst gaat om brood (=een kunsteNaar verdient moeizaam z'n brood)
  12. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten Naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  13. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook Naar geluisterd wordt)
  14. iemand de voet kussen (=erg onderdanig Naar iemand doen)
  15. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag Naar slaan, erNaar raden)
  16. hij snakt ernaar als een vis naar water (=ergens hevig Naar verlangen)
  17. geen oren hebben naar iets (=ergens niet Naar willen luisteren)
  18. zijn laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had Naar buiten brengen)
  19. in zijn knollentuin zijn (=het Naar de zin hebben)
  20. hij is over het paard getild (=hij heeft te veel eigendunk of heeft een Naar karakter, doordat hij zoveel geprezen of verwend is)
  21. hij kijkt er naar uit als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=hij kijkt ergens vol verwachting Naar uit)
  22. iemand van Pontius naar Pilatus sturen (=iemand aan het lijntje houden, altijd ergens anders Naartoe sturen)
  23. een echte huismus (=iemand die het thuis Naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  24. zo de wind waait, waait zijn jasje (=iemand zonder principes, die zonder eigen mening anderen Naar de mond praat)
  25. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal Naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  26. ergens op gebrand zijn (=iets heel erg fijn vinden en er Naar streven)
  27. hij heeft een appeltje met hem te schillen (=iets met iemand te bespreken hebben Naar aanleiding van iets wat men die ander verwijt)
  28. dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg Naar wordt verlangd)
  29. Geen tien paarden brengen me daar naar toe. (=In geen geval ga ik daar Naar toe)
  30. Het is beter de bakkers te paard, als de dokters. (=Je kunt beter voldoende en gezond eten, dan straks Naar de dokter te moeten)
  31. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kunt het niet iedereen Naar de zin maken)
  32. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen Naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  33. omstaan leren (=leren schikken Naar de wensen en bevelen van een ander)
  34. Ga patatten planten (=Loop Naar de maan)
  35. te woord staan (=luisteren Naar en bereid zijn te spreken met)
  36. voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die Naar iemands verhaal luisteren)
  37. zoals men zaait zo zal men oogsten (=men krijgt loon Naar werken)
  38. waar het paard aangebonden is moet het vreten (=men moet zich Naar de omstandigheden schikken)
  39. Waar het paard aangebonden is, moet het vreten. (=Men moet zich Naar de omstandigheden schikken)
  40. leugens hebben korte benen (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd Naar buiten)
  41. de violen stemmen (=met elkaar onderhandelen, Naar compromissen zoeken)
  42. onder de wol kruipen (=Naar bed gaan)
  43. zijn naam eer aandoen (=Naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
  44. te goeder trouw (=Naar beste weten en eerlijk handelend)
  45. een frisse neus halen (=Naar buiten gaan)
  46. terugverlangen naar de vleespotten van Egypte (=Naar de goede tijden terugverlangen)
  47. hoge nood hebben (=Naar de wc moeten)
  48. iets in de wind slaan (=Naar een advies niet Naar luisteren)
  49. zijn penaten opzoeken (=Naar huis gaan)
  50. zijn klompen wegbrengen/wegzetten (=Naar huis gaan/sterven)

Het dialectenwoordenboek kent 536 spreekwoorden met `Naar`

  1. Westerkwartiers: dat leek Naarg'nswoar op (=dat klopte van geen kant)
  2. Westerkwartiers: dat liekt Naarg'ns woar op (=dat lijkt nergens Naar)
  3. Sint-Niklaas: stjeirten (=ergens langzaam Naartoe gaan)
  4. Bocholts: boe geiste hiene (=waar ga je Naartoe)
  5. Turnhouts: Woar goade henne (=Waar ga je Naartoe)
  6. Heusdens: moesem hinne (=waar is hij Naartoe)
  7. Sinttruins: moe got djelings heine (=waar gaan julie Naartoe)
  8. Sinttruins: moe gôdg eine (=waar ga je Naartoe)
  9. Zurriks: Op de schobberdeboonk goan (=Op de bonnefooi ergens Naartoe gaan)
  10. Flakkees: Da keije Naarugus meer kriege (=Dat kan je nergens kopen)
  11. Westerkwartiers: 't is Naarg'ns beder as tuus (=het is nergens beter dan thuis)
  12. Westerkwartiers: 't liekt Naarg'ns noar (=het lijkt nergens op)
  13. Westerkwartiers: 't is Naarg'ns beder as thuus (=oost west thuis best)
  14. Driels: doar durft nog gin bleind pèèrd nor toe (=daar durft nog geen blind paard Naartoe)
  15. Amsterdams: Klerelijer (=Iemand die iets Naars heeft gedaan en die je vervolgens een ernstige ziekte toewenst)
  16. Westerkwartiers: zij hemm'n Naarg'ns verlet van (=zij komen niets tekort)
  17. Astens: oppaasteopen of oppommeloppin (=waar ga je Naartoe)
  18. Heusdens: moesse hinne (=waar is ze Naartoe)
  19. Westerkwartiers: 't is Naarg'ns beder as tuus (='t is nergens beter dan thuis)
  20. Westerkwartiers: dat leek Naarg'ns woar op (=dat was niet zoals het behoorde)
  21. Heusdens: moe zedde hinne gewieest (=waar ben je Naartoe gegaan)
  22. Zichers: Ich goan doa heir (=Ik ga daar Naartoe)
  23. Heusdens: moes diee netouw (=waar is hij Naartoe)
  24. Heusdens: moes osmahinne (=waar is ons moeder Naartoe)
  25. Lebbeeks: pèid: Te post en te pèid ieveranst nautoe rouijn (=Erg haastig ergens Naartoe rijden)
  26. Lebbeeks: verraplee: Wau es 'n nottoe? Nau verraplee wau da donn'n bass'n nost ele gat. (=Waar is hij Naartoe? Ik weet / zeg het niet / je hebt er geen zaken mee)
  27. Walshoutems: screume (=Houtems volksspel : gespannen koordje waar men vanop een afstand van +/- 5m ver, kwartcenten Naartoe gooiden. Degene die het dichts bij de lijn gooide won de pot.)
  28. Sint-Niklaas: ze lopen de benen vanonder ulder gat (=ze lopen ergens heel rap Naartoe)
  29. Westerkwartiers: de schoa ken'j Naarg'ns op verhoal'n (=de schade kan door niemand worden vergoed)
  30. Twents: ik goa sloapn (=Naar bed)
  31. Amsterdams: Helemaal Naar de Maassluis (=Helemaal Naar de klote)
  32. Zeeuws: kwa khi mn padje korten (=Naar huis of Naar bed)
  33. Amsterdams: Aan de gallemieze liggen, Naar de gallemieze gaan (=Naar de klote gaan)
  34. Rotterdams: Ik ga Naar m´n nest (=Ik ga Naar bed)
  35. Genneps: pot wie dèkkel (=Aardje Naar zijn vaartje)
  36. Oldambsters: aan zied goan (=Naar bed gaan)
  37. Bilzers: das noë men goesting (=dat is Naar mijn zin)
  38. Bilzers: de kins mene rég op (=loop Naar de maan)
  39. Booms: loèpt nodde poemp (=loop Naar de maan)
  40. Booms: leupt noa de poemp (=loop Naar de maan)
  41. Wetters: kust ze (=loop Naar de maan)
  42. Zwols: op uus op an gaon (=Naar huis gaan)
  43. Marine jargon (veelal Maleis): de wal op gaan (=Naar huis gaan)
  44. Leeds: nor achter goan (=Naar toilet gaan)
  45. Veurns: no verremetjes zien (=Naar ver weg vertrokken zijn)
  46. Bilzers: nen draeë tron gaeve (=Naar zijn hand zetten)
  47. Tilburgs: lop nor de klôote !! (=loop Naar de maan !!)
  48. Bilzers: sjoer ze mich és (=loop Naar de pomp)
  49. Twents: goat hen (=loop toch Naar de maan)
  50. Bergs: Achter d'n gebreide n'onderbroek kruipe (=Naar bed gaan)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen