Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


420 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Len`

  1. Aan een oud dak moet je veel herstelLen (=Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  2. aan je paLen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)
  3. achter de gordijntjes smulLen (=in stilte opeten)
  4. achter de puttings overboord valLen (=reddeloos verloren zijn)
  5. achteruit gaan als een holLend paard (=snel terrein verliezen)
  6. Achteruit gaan als een holLend paard. (=Snel terrein verliezen)
  7. achteruit zeiLen (=achteruit gaan)
  8. ad caLendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen) (Latijn)
  9. advocaat van de duivel speLen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  10. Aken en KeuLen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  11. alle moLenaars zijn geen dieven (=scheer niet iedereen over dezelfde kam)
  12. alle zeiLen bijzetten (=de uiterste best doen om iets toch te bereiken)
  13. alles over de vloer haLen (=alles verplaatsen)
  14. als apen hoger klimmen wilLen, ziet men gauw hun blote bilLen (=iemand die meer wil dan hij kan, maakt zich snel belachelijk)
  15. als de dagen (gaan) Lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
  16. Als de ene blinde de ander leidt valLen ze beiden in de gracht (=Wanneer onbekwamen andere onbekwamen adviseren gaat het fout)
  17. als de herder verdwaalt doLen de schapen (=als de leider het verkeerd doet weten de mensen die hem volgen niet wat ze doen moeten)
  18. als een blinde over de kleuren oordeLen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  19. als hamerstuk behandeLen (=het voorstel zonder discussie aannemen)
  20. als paddenstoeLen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  21. als Pasen en Pinksteren op één dag valLen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  22. appeLen/knolLen voor citroenen verkopen (=oplichten, bedriegen)
  23. bakzeil haLen (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed)
  24. baLen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  25. boven water komen / boven water haLen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
  26. chapeau bas speLen (=onderdanig zijn)
  27. dat heb ik nog nooit op een klomp horen speLen (=dat is al te gek)
  28. dat is huiLen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  29. dat is koren op zijn moLen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  30. dat spreekt boekdeLen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  31. dat varkentje zulLen we even wassen (=deze opdracht zullen we even uitvoeren)
  32. De aardappeLen afgieten (=Een plasje doen door heren)
  33. De aardappeLen komen niet voor de eikenblaren (=Boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  34. de baars vergalLen (=de zaak laten mislukken)
  35. de bal aan het rolLen brengen (=de aanzet geven)
  36. de baron speLen (=(onterecht) baas spelen)
  37. de beest speLen/uithangen (=zich onbeschoft gedragen)
  38. de bot kunnen galLen (=een moeilijke taak aankunnen)
  39. de boter alleen op zijn koek wilLen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  40. de bramzeiLen bijzetten (=alles op alles zetten)
  41. de buikriem aanhaLen (=spaarzamer worden)
  42. De domste boeren hebben de dikste aardappeLen (=Met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  43. De één mag een paard steLen, de ander mag niet over het hek kijken. (=Sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  44. de eerste viool speLen (=het hoogste woord hebben en de baas spelen)
  45. de fioLen van zijn toorn uitstorten (=heftig uitvaren)
  46. de grond onder zich voeLen wegzinken (=beschaamd zijn , geen oplossing meer zien)
  47. de gulden middenweg (houden/bewandeLen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  48. de hand Lenen tot (=helpen)
  49. De hete aardappel doorspeLen (=Iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  50. de hieLen lichten (=weggaan)

437 betekenissen bevatten `Len`

  1. de baron spelen (=(onterecht) baas speLen)
  2. op de vingers kijken (=(Op een verveLende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt)
  3. save our souls (=(S.O.S) Redt onze zieLen)
  4. buiten spel blijven (=(wilLen) proberen niet betrokken te zijn)
  5. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstelLen)
  6. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordeLen)
  7. je hart uitstorten (=aan iemand alles (in vertrouwen) vertelLen)
  8. zich Oost-Indisch doof houden (=absoluut niet wilLen horen)
  9. op een letter doodblijven (=absoluut niets veranderd wilLen zien)
  10. op zijn tabbaard/tabberd zitten (=afranseLen)
  11. zich vergalopperen (=al te snel iets wilLen doen)
  12. het naadje van de kous willen weten (=alle details wilLen weten)
  13. het gelag betalen (=alle kosten moeten betaLen terwijl ook anderen er schuld aan hebben)
  14. alles op haren en snaren zetten (=alle middeLen aanwenden / alles in het werk stelLen)
  15. het doel heiligt de middelen (=alle middeLen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  16. voor Sinterklaas spelen (=alle wensen vervulLen, alles voor iedereen betaLen)
  17. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertelLen over iemand)
  18. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stelLen)
  19. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regeLen)
  20. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betaLen)
  21. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordeLen)
  22. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan (=als er allerlei verveLende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  23. Waar aas is vliegen kraaien (=Als er iets te haLen valt staat iedereen vooraan)
  24. hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdeLen (erfenissen))
  25. bij nacht zijn alle katjes grauw en alle mondjes even nauw (=als het erop aankomt zijn we alLen gelijk)
  26. lieg ik, dan lieg ik in commissie (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertelLen)
  27. veel varkens maken de spoeling dun (=als je met veel bent, moet je ook met veel deLen)
  28. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich verveLen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  29. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/elLende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/elLende te dragen)
  30. schelen zijn de mooiste niet, maar ze worden wel het meest aangekeken (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan scheLen)
  31. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschilLend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  32. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertelLen of zelfde voorbeeld geven)
  33. die veel begeert veel ontbeert (=altijd meer wilLen maakt ongelukkig)
  34. niets dan wonden en builen zoeken (=altijd wilLen vechten)
  35. in een andere vorm gieten (=anders voorstelLen)
  36. het hoogste woord hebben (=baas zijn (of wilLen zijn))
  37. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertelLen)
  38. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als verveLend ervaren wordt)
  39. Heeft de duivel 't paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevalLen, dan verlies je alles.)
  40. de toon aangeven (=bepaLen welke richting het op gaat)
  41. beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzeLend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
  42. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertelLen)
  43. van de sokken gaan/raken/vallen (=bewusteloos valLen)
  44. twee ruilen een huilen (=bij het ruiLen is de een altijd beter af dan de ander)
  45. Men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=Boerenregel. AardappeLen komen pas in mei uit)
  46. op zijn poot spelen (=boos uitvalLen)
  47. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedeLend leven)
  48. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdeLen')
  49. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdeLen van een weefgetouw])
  50. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwaLen / de stad verlaten)

Het dialectenwoordenboek kent 32 spreekwoorden met `Len`

  1. Bilzers: as de doëch Lenge geet de wênter strenge (=als de dagen Lengen wordt het kouder)
  2. Waregems: lijk nen achttienmoandre (=fitheid, Lenigheid, gezondheid uitstraLend)
  3. Temse: stijf as en ijzeren hekke (=niet Lenig)
  4. Turnhouts: ne jummenastikke (=een Lenig iemand)
  5. turnhouts: Haai is ne jummenastikke (=Hij is heel Lenig)
  6. Munsterbilzen - Minsters: Lengs zen naos voert (=terloops)
  7. Oudenbosch: kzijn zo stijf as ne bok (=ik ben helemaal niet Lenig meer)
  8. Oudenbosch: as de daoge Lenge gaon ze strenge (=in de winter gaat het vriezen)
  9. Brakels: ij got nie Lenge ne mir trek'n (=zijn einde is in zicht)
  10. Munsterbilzen - Minsters: Lengs zen sjoen loope (=overdreven verwaand zijn)
  11. Munsterbilzen - Minsters: Lengs et pëtsje pisse (=vreemd gaan)
  12. Munsterbilzen - Minsters: den heilege gees ès Lengs gewès (=ze is onverwacht zwanger)
  13. Waregems: van einsenteins (=over de gehele Lengte)
  14. Sint-Lenaarts: Zedde gij op ouwe kop gevalle? (=Ben je gek?)
  15. Maldegems: vanessentent (=over heel de Lengte)
  16. Kortrijks: van ens 'n tens (=overlangs, in de Lengte)
  17. Munsterbilzen - Minsters: baeter sjeef trèn as raech ter Lengs dür (=beter iets dan niets)
  18. Waregems: zjuust verpasse (=de juiste maat, Lengte, warmte, kruiding enz.)
  19. Bilzers: tés geen daudzin métten sjaun vroo te sloëpe, waol dërter wakker Lengs te blijve ligge (=gemiste kansen nemen geen keer)
  20. Munsterbilzen - Minsters: dassem Lengs zen naos dërgegon (=dat is hem niet te beurt gevalLen)
  21. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeter glad Lengs (=de keeper sloeg de bal mis)
  22. Antwerps: Ik moet mijne chick oek betaole (=Ik kan je geen geld Lenen)
  23. Sint-Lenaarts: Ni janke, mer tanke. (=Niet klagen, maar drinken.)
  24. Sint-Lenaarts: pikkeLen (=hooi op een driepikkel stapeLen)
  25. Waregems: 't steekt zo nauwe nie (=een beetje zus, een beetje zo (Lengte, gewicht))
  26. Leeds: van ensj tenenje (=over de ganse Lengte (van vb een stuk land, een tuin)
  27. Sint-Niklaas: vanaf 't veurjoar Lengen de doagen (=vanaf de Lente blijft het iedere dag iets langer licht)
  28. Drents: Vrunden zit mekar niet in de buuse (=Geld Lenen maakt een eind aan vriendschap)
  29. Bilzers: tés geen daudzin métten vroo te sloëpe, waol dërter wakker blijve Lengs te ligge (=Laat nooit een kans onbenut waarvan je later spijt kan hebben)
  30. Munsterbilzen - Minsters: wo Lengs zene mond aofhink, ès oo spijtig ! (=je hebt maar éénmaal de kans en het wil niet lukken)
  31. Oudenbosch: die motte nie de Lengte geve (=die moet je niet de kans geven)
  32. Westerkwartiers: dat gijt deur tot ien Lengte van doag'n (=dat gaat zo nog een hele tijd door)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen