Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Lappe`

  1. de broek Lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  2. de sLappe lach hebben/krijgen (=niet kunnen stoppen met lachen)
  3. een gezicht van ouwe Lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  4. Een oud paard hoort graag het kLappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  5. een oud voerman hoort nog graag het kLappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  6. er zouden geen achterkLappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  7. goed in de sLappe was zitten (=veel geld hebben)
  8. het kLappen van de zweep kennen (=precies weten hoe het eraan toegaat, ervaren zijn)
  9. iets aan je laars Lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  10. in de Lappenmand zitten (=ziek zijn)
  11. in de sLappe was (=in de contanten, in het geld)
  12. op de Lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  13. op het sLappe koord dansen (=zijn kunsten vertonen - ook :risico's nemen)
  14. uit de school kLappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
  15. vloeken als een bootwerker/kartouw/ketelLapper/ketter (=onbeheerst vloeken)

Eén betekenis bevat `Lappe`

  1. zijn mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verkLappen van een geheim)

Het dialectenwoordenboek kent 13 spreekwoorden met `Lappe`

  1. Veurns: ze gat vaah'n an... (=aan zijn laars Lappen)
  2. Vejels: iene puitje Lappe (=Iemand laten struikelen)
  3. Amsterdams: dan kan je Lappen kakken (=heb je goed gegeten?)
  4. Munsterbilzen - Minsters: opte lep gon (=op de Lappen gaan)
  5. Sinnekloases en niekaarks: dat zijn nog-àl Lappen (=dat is toch wel erg)
  6. Aarschots: Oep de Lappe gaan (=Biertjes gaan drinken)
  7. Gents: op larie goan, op zijnen dril goan (=op zijn Lappen gaan)
  8. Hoogstraats: duiven gaan Lappen (=Duiven ergens zuidwaarts gaan loslaten)
  9. Zeeuws: ie trok un hezicht va nouwe Lappen (=lelijk kijken)
  10. Genneps: Iemes peutje Lappen (=Iemand beentje lichten)
  11. Lovendegems: iemand nen toer Lappen (=iemand een loer draaien*)
  12. Zaans: Een broek Lappe en gare toegeve (=Het kost meer dan dat het opbrengt)
  13. Rotterdams: Hebbie 'goed' gegeten, dan keije morregu Lappe scheite (Goed=kleding) (=Heb je goed gegeten?)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen