Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `LICHTE`

  1. de hand met iets LICHTEn (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  2. de hielen LICHTEn (=weggaan)
  3. de lade LICHTEn (=geld uit de lade halen)
  4. een beentje LICHTEn (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
  5. een tipje van de sluier opLICHTEn (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  6. het anker LICHTEn (=ergens vertrekken, weggaan en verder reizen)
  7. iemand de beurs LICHTEn (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
  8. iemand de voet LICHTEn (=iemand op gemene manier de baan afnemen)
  9. iemand pootje LICHTEn (=iemand doen struikelen)
  10. iemand uit bed LICHTEn (=iemand 's nachts laten opstaan)
  11. iemand uit het zadel LICHTEn (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  12. iemands doopceel LICHTEn (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  13. uit het zadel LICHTEn (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
  14. zijn anker kappen/LICHTEn (=er met spoed vandoor gaan)

4 betekenissen bevatten `LICHTE`

  1. aan zijn neus hangen (=hem inLICHTEn)
  2. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorLICHTEn als hij dat niet wil)
  3. iemand een oor aannaaien (=iemand opLICHTEn)
  4. appelen/knollen voor citroenen verkopen (=opLICHTEn, bedriegen)

Het dialectenwoordenboek kent 464 spreekwoorden met `LICHTE`

  1. Munsterbilzen - Minsters: mètte kenon oppen mèg sjiete (=LICHTElijk overdrijven)
  2. Munsterbilzen - Minsters: hübste opten trêk geston (=je bent LICHTElijk verkouden)
  3. Achterhoeks: Sodom en Gomorra (=Groenlo en LICHTEnvoorde)
  4. Teralfene: As de kassoin' pieten onjn' ze ging op eel bloeit gat nui Skerpeneevel. (=Het is een LICHTEkooi.)
  5. Zeeuws: zeebraken (=LICHTEn zonder donder,volgende dag noordenwind)
  6. Lichtervelds: je kan dichten zoender ze gat up te LICHTEn (=hij maakt karamellenverzen)
  7. Genneps: Iemes peutje lappen (=Iemand beentje LICHTEn)
  8. Lebbeeks: konouijne: De konouijne springen tegen d'n draud (=De borsten zien bewegen in de (LICHTEre) kledij)
  9. Lichtervelds: je goat ard of (=hij is geconstipeerd)
  10. Lichtervelds: tis potjebucht (=het is gepeupel)
  11. Lichtervelds: we zyn tgat in (=we vertrekken)
  12. Koksijds: eje meje hat bloat helehe (=als iemand een LICHTE verkoudheid heeft)
  13. Sint-Niklaas: die zak is te zwoar, we gon èm verlochten (=die zak is te zwaar, we gaan hem LICHTEr maken)
  14. Lichtervelds: tschoap is de preute of (=alles is om zeep)
  15. Lichtervelds: gif moa buzze (=doe maar vlug voort)
  16. Lichtervelds: sprikt oaj groît zyt (=een kind moet zwijgen)
  17. Lichtervelds: an tkortst ende trekkn (=geen gelijk halen)
  18. Lichtervelds: tlopt van de schippe (=het is overdreven)
  19. Lichtervelds: tis ol werk voe dn drol (=het is verloren moeite)
  20. Lichtervelds: tis te dom om doîd te doen (=het is zeer eenvoudig)
  21. Lichtervelds: tschilt gièène scharding (=het scheelt niet veel)
  22. Lichtervelds: tstienkt van een eure verre (=het stinkt geweldig)
  23. Lichtervelds: twoait lik e bièèste (=het waait heel hard)
  24. Lichtervelds: je droajt roend de pot (=hij draait er omheen)
  25. Lichtervelds: je geboart van krommenoas (=hij gebaart van niets)
  26. Lichtervelds: jeet em buutngebonzjoerd (=hij heeft hem buitengegooid)
  27. Lichtervelds: zn oar krult lik ne pak noagels (=hij heeft stoppelhaar)
  28. Lichtervelds: jis te dom voe ooi teetn (=hij is aartsdom)
  29. Lichtervelds: je zit met veugelschyt (=hij is bang)
  30. Lichtervelds: tis lik dn doîd up gièètepoîtn (=hij is graatmager)
  31. Lichtervelds: jis zoî dom of tachterste van e pêird (=hij is oliedom)
  32. Lichtervelds: jis in een achte gesleegn (=hij is onwel geworden)
  33. Lichtervelds: jis zoî dom of tkolf van Moîzes (=hij is zeer dom)
  34. Lichtervelds: jis gierig datn stienkt (=hij is zeer gierig)
  35. Lichtervelds: jis zoî zwort of moljes gat (=hij is zeer vuil)
  36. Lichtervelds: jeet de kreevl in ze gat (=hij kan moeilijk stilzitten)
  37. Lichtervelds: jit lik ne dykkedelver (=hij kan veel eten)
  38. Lichtervelds: jeet gat schoîne (=hij krijgt een buitenkans)
  39. Lichtervelds: je zie ze pêire (=hij lijdt veel pijn)
  40. Lichtervelds: je makt van zne tettre (=hij maakt kabaal)
  41. Lichtervelds: je makt van e scheete ne dunderslag (=hij overdrijft)
  42. Lichtervelds: je klapt lik nn astre (=hij praat veel)
  43. Lichtervelds: je zjeneert em (=hij schaamt zich)
  44. Lichtervelds: jeet oîgn up ze gat (=hij ziet alles)
  45. Lichtervelds: etwie dn duuvl andoen (=iemand plagen)
  46. Lichtervelds: mn êrte slapt (=ik ben slaperig)
  47. Lichtervelds: tliep of up ne fiestre (=het liep verkeerd af)
  48. Lichtervelds: jis zoî roend of een ei (=hij is erg dwaas)
  49. Lichtervelds: jee gezoenteit te koîpe (=hij is kerngezond)
  50. Lichtervelds: jis tgat of (=hij is ten einde krachten)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen