Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


12 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Kwij`

  1. borgen is geen Kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  2. dat raak je aan de straatstenen niet Kwijt (=dat is niet te verkopen)
  3. de draad Kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
  4. de kluts Kwijt zijn (=in de war zijn)
  5. de tramontane Kwijt zijn (=het spoor bijster zijn)
  6. de weg Kwijt zijn (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken)
  7. een mens lijdt diKwijls het meest door het lijden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  8. Eerst eten dan Kwijlen. (=Eerst leven dan filosoferen.)
  9. het hoofd Kwijt (=niet meer weten wat te doen)
  10. het stuur Kwijt zijn (=de controle verloren hebben)
  11. lopen als een kip die haar ei niet Kwijt kan (=onrustig heen en weer lopen)
  12. zijn ei Kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)

11 betekenissen bevatten `Kwij`

  1. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit Kwijtraken)
  2. als `t schip zinkt dan zinkt ook de lading (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles Kwijt)
  3. wie hoog klimt kan laag vallen (=belangrijke zaken snel Kwijt raken door kleine dingen)
  4. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand Kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  5. genade voor recht laten gelden (=de straf Kwijtschelden)
  6. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich diKwijls op dat moment zien)
  7. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een 'parvenu' heeft diKwijls kapsones)
  8. als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een 'parvenu' heeft diKwijls kapsones)
  9. van zijn veren laten (=van zijn eer Kwijtraken)
  10. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn diKwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak)
  11. zo gewonnen, zo geronnen (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer Kwijt raken)

Het dialectenwoordenboek kent 55 spreekwoorden met `Kwij`

  1. Sallands: dat bin 'k kwiet ewöddn (=dat ben ik Kwijtgeraakt)
  2. Drents: wat heun ofgaon (=op een pijnlijke manier iets Kwijtraken)
  3. Vechtdals: kwiet wörn (=Kwijt raken)
  4. Bilzers: van de waajs (=de kluts Kwijt)
  5. Waregems: ie es z'n touwe Kwij(t) (=hij kan geen antwoord geven)
  6. Tilburgs: hij wies nie wor z'n gewèr waar (=hij was zijn geweer Kwijt)
  7. Munsterbilzen - Minsters: ze wor autter laud geslaoge (=ze was de kluts Kwijt)
  8. Waregems: ie weet nie woarin of woaroit (=hij is het noorden Kwijt)
  9. Antwerps: Ajis van zan mellek. Z'is van eur mellek. (=Hij is de kluts Kwijt. Zij is de kluts Kwijt.)
  10. Twents: Hee is zie’n hoesbreef verget’n (=hij is de weg Kwijt)
  11. Leopoldsburgs: hiel hed deroan (=het noorden Kwijt)
  12. Munsterbilzen - Minsters: van zen mölk zin (=de kluts Kwijt zijn)
  13. Lovendegems: peetse scheirtant (=iemand met een tand Kwijt)
  14. Munsterbilzen - Minsters: immei wiëte wot nen daog et és (=het noorden Kwijt zijn)
  15. Munsterbilzen - Minsters: de brings mich van menen aprepoo (=ik geraak de kluts Kwijt)
  16. Munsterbilzen - Minsters: aut zen bedoening zin (=de kluts Kwijt zijn)
  17. tervurens: aa kloesj kwaat zaan (=uw kluts Kwijt zijn)
  18. Westerkwartiers: zij is 't spoor biester (=zij is de weg Kwijt)
  19. Westerkwartiers: zij was uut 't lood sloag'n (=zij was de kluts Kwijt)
  20. Waregems: ie e(s) van de planke, ie 'n weet niemre woar da 't skeeêt (=hij is het noorden Kwijt)
  21. Munsterbilzen - Minsters: daaj zit nog lang op me kot ! (=ik geraak haar niet Kwijt)
  22. Hams: hij es zijne kluts Kwijt (=hij lette niet op)
  23. Munsterbilzen - Minsters: zene kluts Kwijt zin (=van zijn melk zijn)
  24. Assers: Hae is van de kar aaf. (=Hij is verbouwereerd, de kluts Kwijt)
  25. Bilzers: van zen mëlk (de koeëk) zin (=de kluts Kwijt zijn)
  26. Munsterbilzen - Minsters: hae ès de kluts Kwijtgerok (=de slager weet niet meer welk vlees hij in de kuip heeft)
  27. Munsterbilzen - Minsters: hae sloeg tilt (=de kassier was de tel Kwijt)
  28. Bilzers: nimei wiëte daste van Bulze bés (=het noorden Kwijt zijn)
  29. Bilzers: ich voel aateriëver op mene bauk (=ik was totaal mijn kluts Kwijt)
  30. Rotterdams: Hebbie een halleve snipperdag gehad (=Als je iemand even Kwijt bent, en weer ziet.)
  31. Lovendegems: 'k ben nuh mijnen droad Kwijt (=het verband niet meer zien)
  32. Munsterbilzen - Minsters: seffes bèste zen toeng Kwijt (=niet aan het mes likken)
  33. Berchems: zije ui ure Kwijt? (=je bent te laat)
  34. Steins: ich bèn ram oeterreine (=ik ben helemaal de kluts Kwijt)
  35. Bilzers: hae wiët nimei van wülke peroche datter és (=hij is totaal het noorden Kwijt)
  36. Tilburgs: assie nie rokt, ròktie van de wèès (=wanneer hij niet rookt, raakt hij de kluts Kwijt)
  37. Steins: Ich bèn gans oetereine (=ik ben de kluts Kwijt)
  38. Lovendegems: de kluts Kwijt zijn (=niet weten wat aanvangen*)
  39. Liwwadders: dat figuur spoort niet helemaal goeed (=hij is een beetje de weg Kwijt)
  40. tervurens: ik zaain ielemoe wisjewasje (=ik ben van mijn melk, het noorden Kwijt)
  41. Twents: Old geald en oale wief ko`j kwiet in klingelbuul. * (=In een geld budel kan je allls Kwijt)
  42. Munsterbilzen - Minsters: dat hèt mich gepak, ich bèn der onnersteboëve van (=dat heeft me aangegrepen, ik ben er de kluts van Kwijt)
  43. Oudenbosch: ij waar eulemaol de kluts Kwijt (=hij was erg in de war)
  44. Oudenbosch: ijis de kluts Kwijt (=hij weet het niet meer)
  45. Munsterbilzen - Minsters: dae ès heilegans de waeg ('t noorde) Kwijt (=hij is op den dool)
  46. Hams: hij es zijne kluts Kwijt (=hij is van zijn melk)
  47. Munsterbilzen - Minsters: bèste zen toeng Kwijt ? (=kun je niet antwoorden ?)
  48. Waregems: olve goar'n, 'n vijze Kwijt (=niet goed bij zinnen)
  49. Mols: de kluts Kwijt zijn (=van slag zijn)
  50. Twents: Ik wil oe veur gin doezend geulden missen, mer ak oe kwiet bin wik oe veur ' n kwartje nog nich wier hebn! (=Ik wil je nog voor geen duizend gulden missen, maar als ik je Kwijt ben wil ik je nog voor geen kwartje weer hebben.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen