Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Je in het`

  1. als een pareltJe in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
  2. een loodJe in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren)
  3. een oogJe in het zeil houden (=iets in de gaten houden)
  4. iemand met een kluitJe in het riet sturen (=een antwoord krijgen waar men niets aan heeft)
  5. met een kluitJe in het riet sturen (=met een smoesje wegsturen)

Eén betekenis bevat `Je in het`

  1. iemand een worst voorhouden. (=iemand een voordeeltJe in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan.)

Het dialectenwoordenboek kent 68 spreekwoorden met `Je in het`

  1. Brabants: Gé het ut of gé het ut nie (=je hebt het of je hebt het niet)
  2. Bergs: Ge bekekt 't mar (=Je bekijkt het maar.)
  3. Rijssens: ie hept t vudretn (=je hebt het verknoeid)
  4. Lutters: ie lie:gt ut (=je liegt het)
  5. Bredaas: Ge wittet oit nooit nie! (=Je weet het nooit!)
  6. Oudenbosch: gij kunt de pot op (=je bekijkt het maar)
  7. tervurens: get et oon aa fles (=je hebt het zitten)
  8. Gils: ge mot er zelf aachterkommen (=je moet hetzelf ontdekken)
  9. Oudenbosch: edduttem al gevroge (=heb je hem het al gevraagd)
  10. Waregems: ge keun het nie bepeiz'n (=je kunt het je niet inbeelden)
  11. Lichtervelds: tzal an je flossche zyn (=je zult het zitten hebben)
  12. Eindhovens: Wa bende aant doen (=Wat ben je aan het doen?)
  13. Snekers: kest ut wel schudde (=je kunt het wel vergeten)
  14. Twents: Noe hej't vedrett'n (=Je hebt het verknald)
  15. Eindhovens: Ge ziet mar ! (=Je bekijkt het maar !)
  16. brabants: Witte wè gai kan... (=Je zoekt het zelf maar uit!)
  17. Lichtervelds: ge zoet er jne doîd an oaln (=je zou het besterven)
  18. Helmonds: Ge wit 't ooit nooit nie (=Je weet het maar nooit)
  19. Hulsters (NL): ge kun me kloate kussen (=je bekijkt het maar)
  20. Dilbeeks: Ge muigt twie kiere groan... (=Je kan het al raden...)
  21. Munsterbilzen - Minsters: de deeste lamp branne (=je maakt het te dol)
  22. Zunderts: hwooije as de zon schent (=je moet het nu verdienen)
  23. Geffes: Ge wit noit nie (=Je weet het maar nooit)
  24. Betuws: kwijt of net se wijd (=evengoed/ je kunt het proberen)
  25. Helders: nôh jôh (=je meent het / het is niet waar)
  26. Brakels: ge ziejln't vazeleven nie klap'n (=je zult het nooit weten)
  27. Genneps: Antw: Poepe ien de schoe.n (=Wat ben je aan het doen?)
  28. Twents: As ie roekt dan wet ie of `t stinkt (=Als je ruikt dan weet je of het stinkt)
  29. Nieuw-vossemeers: Da's d'r neffe Pinneke Testers (=je hebt het fout, je vergist je)
  30. Wetters: Wie bij den hond sloapt betroapt zijn vleuen (=je hebt het zelf gezocht)
  31. Roois (Sint-Oedenrode): Das dan mee den leste keer gewist. (=Je kunt het voortaan vergeten.)
  32. Sin tunnis: Goed ete anders gaode in het pierekuuleke (=Je moet goed eten anders ga Je in het pierengaatje)
  33. Zurriks: Ge moet er gen zakbèn van make (=Je moet het niet te gek maken)
  34. Tilburgs: ge mot ut intèts laote weete (=je moet het tijdig laten weten)
  35. Waregems: ge kuintre ne puint an zoig'n! (=je zult het niet beter kunnen (niet overtreffen)(uitdagend gezegd))
  36. Tilburgs: ge doe-g-ut ok nôot nie goet ok nie (=je doet het ook nooit goed)
  37. Arendonks: geh kunt er is dik rond (=je mag het vergeten, ik doe het niet)
  38. Veurns: Oe is 't mi je. Os 't een bitje goat! (=Hoe maak je het? Het kan nogal erdoor!)
  39. Rotterdams: Wat ben je aan ut sjouwuh? (=Wat ben je aan het doen?)
  40. brabants: als je denkt het is goed (=agge denkt des goed)
  41. Kaatsheuvels: Ge hègget of ge hègget nie (=Je hebt het of je hebt het niet)
  42. Oudenbosch: ge-gut of ge-gut nie (=je hebt het of je hebt het niet)
  43. Munsterbilzen - Minsters: de bès terbij (=je hebt het spek aan je been)
  44. kortemarks: kak of gieèn kak de pot up (=je moet het doen met of tegen je zin)
  45. Sallands: goedgaon (='t gaat je goed, het beste)
  46. Tilburgs: ge zèè-g-ut wèrd (=je bent het waard)
  47. Liedekerks: Getj ann'n auk in (=Je hebt het zitten)
  48. Werkendams: Gé wet hut hè? (=Je weet het hè?)
  49. Steins: dao vilt mijë raenge naeve dich es op dich (=Je moet het niet zo somber inzien)
  50. Twents: A'j t earste knoopsgat mist, krie'j t buis nich too (=Als Je in het begin een fout maakt, komt het niet meer goed)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen