Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


27 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Is geen`

  1. aal Is geen paling (=het mindere is niet gelijk aan het meerdere)
  2. Aardewerk Is geen paardenwerk. (=Graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  3. alle hout Is geen timmerhout (=niet iedereen beschikt over dezelfde kwaliteiten / niet alles is van voldoende kwaliteit)
  4. alle vis Is geen bakvis (=niet alles is even dienstig (of handelbaar of lekker))
  5. borgen Is geen kwijtschelden (=uitstel is geen afstel)
  6. daar Is geen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  7. daar Is geen woord Frans/Latijn/Chinees bij (=iedereen kan dat begrijpen)
  8. dat Is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  9. dat Is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  10. een ei Is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei (=één is niet genoeg, twee is beter, drie is goed)
  11. Een mens Is geen aardappel (=Iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  12. elk schot Is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  13. er Is geen chocola van te maken (=het is niet te begrijpen)
  14. er Is geen doen aan (=hij is niet te overtuigen, niets kan helpen)
  15. er Is geen doorkomen aan (=je geraakt er niet door)
  16. er Is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  17. er Is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  18. er Is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
  19. er Is geen land met hem te bezeilen (=je kan met hem niets aanvangen, omdat hij niet wil meewerken)
  20. er Is geen rooi mee te schieten (=je kan er niets mee aanvangen)
  21. er Is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
  22. er Is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
  23. Eten en drinken Is geen beroep / ambacht. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  24. het Is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  25. het Is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost)
  26. het leven Is geen zoete krentenbol (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  27. uitstel Is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)

7 betekenissen bevatten `Is geen`

  1. dat zet geen zoden aan de dijk (=dat Is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  2. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat Is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  3. lach als je begraven wordt (=dat Is geen reden om te lachen)
  4. dat raakt kant noch wal (=dat Is geen zinnig argument)
  5. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag Is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  6. borgen is geen kwijtschelden (=uitstel Is geen afstel)
  7. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden Is geen gevaar te duchten)

Het dialectenwoordenboek kent 706 spreekwoorden met `Is geen`

  1. Overijses: geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben)
  2. West-Vlaams: jeet een tonge van lientjes (=hij kan praten als geeneen)
  3. Bilzers: dat ès geene frang wiëd (=dat Is geen cent waard)
  4. Willebroeks: nost geene kant (=aan de andere kant)
  5. Waregems: in geen'n tijd (=als de bliksem)
  6. Sint-Laureins: jis van geenen haeze gemaekt (=hij is niet vlug)
  7. Sint-Niklaas: va geenen oantrok zin (=door niemand bezocht worden en geen vrienden hebben)
  8. Bilzers: Dat trèk op geenen élger (=Dat lijkt nergens naar)
  9. Buggenhouts: hei he' geene boeilt vant werken (=een gediplomeerde luiaard)
  10. Evergems: ij ee geene noagle om an zijn gat te krabb'n (=hij heeft geen bezit)
  11. Tilburgs: hè kos nie hèrs òf geens (=hij kon geen kant meer op)
  12. Sint-Laureins: tIs geenen teek (=je mag hem niet onderschatten)
  13. Tilburgs: hè liep toepertoe hèrs èn geens (=hij liep alsmaar heen en weer)
  14. Tilburgs: èlleken dag hèrs èn geens nòr Gôol (=iedere dag heen en weer naar Goirle)
  15. Bilzers: doë wiët ich geene waeg mèt (=daar kan ik niet mee uit de voeten)
  16. Rotterdams: geen haarlemmer dijkie's (=geen gezeur)
  17. Haarlems: Geen porem, geen smoel (=Geen gezicht)
  18. Diesters: malchans (=geen geluk)
  19. rotterdams: geen asem (=geen gehoor)
  20. Munsterbilzen - Minsters: geen griezel kompasse taajne (=geen greintje medelijden hebben)
  21. Zaltbommels: hedde gij geen urkes (=heb jij geen oren)
  22. Aspers: taas geen avance (=het heeft geen zin)
  23. Westerkwartiers: links legg'n loat'n (=geen aandacht aan besteden)
  24. Opglabbeeks: gein sloapende hoen wakker make (=geen argwaan wekken)
  25. Huizers: gien morrie hemmen (=geen fut hebben)
  26. Moes: giën geduren emmen (=geen geduld hebben)
  27. Amsterdams: geen regen geen rust (=gèn regen gèn ruste)
  28. Gents: schraaf op, gien sjanse (=geen geluk)
  29. Susters: dae is neet van God de Vader (=geen gemakkelijk heerschap)
  30. Veurns: gin vett'n zien (=geen interssante zaak zijn)
  31. Genks: gee nouts ès goed nouts (=geen nieuws is goed nieuws)
  32. Opglabbeeks: geine muuw aan te passe (=geen raad weten)
  33. Sint-Niklaas: gene rotten bal ein (=geen rooie duit hebben)
  34. Achterhoeks: Lieke op d`n diek blieven (=Geen schulden maken)
  35. Turnhouts: laaiachtig zen (=geen staat op kunnen maken)
  36. Waregems: ge meug wedd'n (=geen twijfel mogelijk)
  37. Brakels: giejn affirns mee èn (=geen zaken mee hebben)
  38. Turnhouts: ni scheutsig zaain (=geen zin hebben)
  39. Westerkwartiers: 't was doar mor moagertjes (=het was daar geen vetpot)
  40. Lokers: mieer volk dan mènsen (=het Is geen goed publiek)
  41. Volendams: Et is nag gien zemer! (=Het is nog geen zomer!)
  42. Tilburgs: hè-me gin hèmme (=hebben we geen hemden)
  43. Zaans: Et hangt niet (=Het heeft geen haast)
  44. Brugs: t'i gin avance (=het heeft geen zin)
  45. Gents: tes gien avanse (=het heeft geen zin)
  46. Waregems: toeternietoe (=het speelt geen rol)
  47. Brugs: zun bobbiene is of (=daar zit geen fut meer in)
  48. Westerkwartiers: da's gien peuleschil (=dat Is geen kleinigheid)
  49. Munsterbilzen - Minsters: das gee klee bier (=dat Is geen kleinigheid)
  50. Liwwadders: dat het gien doel (=dat heeft geen nut)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen