Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Is ga`

  1. een kinderhand Is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
  2. een kort liedje Is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)

9 betekenissen bevatten `Is ga`

  1. je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mIs gaat)
  2. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mIs gaat)
  3. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mIs gaat)
  4. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mIs gaat)
  5. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reIs gaan)
  6. zijn penaten opzoeken (=naar huIs gaan)
  7. zijn klompen wegbrengen/wegzetten (=naar huIs gaan/sterven)
  8. de mis aan de muur plakken (=niet naar de mIs gaan (verzuimen))
  9. geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mIs gaat, gaat iets anders goed)

Het dialectenwoordenboek kent 1175 spreekwoorden met `Is ga`

  1. Florianders: Gaathie (=Hoe gaat het)
  2. West-Vlaams: 't gaapt geliek é oven (=het gaapt gelijk een oven)
  3. temse: godde gaa (=ga jij)
  4. Genneps: stön te gaape (=Verbaasd zijn)
  5. West-Vlaams: vremd goan, ip een andre goan, scheve schatse rien, verandren van toespieze (=vreemd gaand)
  6. Lommels: gij se gaap ! (=dom iemand)
  7. Texels: De velle foor de óge hange (=Gaan slapen)
  8. Liwwadders: gaast die kant nog op (=ga je vanavond uit)
  9. Huizers: Reejen en kleejen (=Huishouden gaande houden)
  10. Gronings: proat Is gain jenever (=praatjes vullen geen gaatjes)
  11. Tilburgs: k-gao gaa (=ik ga vlug)
  12. Mestreechs: Gaank naor dien brak tow! (=Ga naar huis!)
  13. Tilburgs: de gaansen dag (=de hele dag)
  14. Horster: dát gaajt meej nì (=dat bevalt mij niet)
  15. Liwwadders: gaast oek met naar skoal? (=ga jij ook mee naar school?)
  16. Reties: Hai is Piejer Gaais on't hèllepe (=Hij is aan het luieren)
  17. Hunsels: Gaas, water en leecht (=We gaan er tegenaan)
  18. Maldegems: 't zit een zweun in de bjeten (=er is iets gaande)
  19. Roeselaars: wukkistter de (=wat is er gaande)
  20. Westels: et reigert klaan gaaten (kleine geiten) (=het regent pijpenstelen)
  21. Volendams: Dut lekt wel een gaantje (=Dit is wel een grap)
  22. Tilburgs: de gaansen wèreld (=de gehele wereld)
  23. Helmonds: wa gaaj (=wat vind jij er van)
  24. Sallands: 't Leem giet zien gaanks. (=Het is, zoals het is.)
  25. Heusdens: is da vlies al meurf (=is het vlees al gaar)
  26. Sint-Niklaas: al zè gaalt opdoen (=al zijn geld verkwisten)
  27. Sint-Niklaas: veel gaalt vandoen ein (=veel geld nodig hebben)
  28. Antwerps: gaai (=gij)
  29. Ursels: wordt gezegd tegen iemand waarvan men denkt dat hij geen deftige job zal vinden (=wa gaade later worden strontraper achter den trein)
  30. Horster: 't gaait 'm ni (=het bevalt hem niet)
  31. Bilzers: der és wir n hoër én de botter (=er is weer wat gaande !)
  32. Liemers: Zwaore kleigrond is mehgaonde grond die blief ow aan de klump hange. (=Mee gaande zware kleigrond.)
  33. Oudenbosch: gaartum nooit zeker (=je kon nooit van hem op aan)
  34. Twents: da's de gaank mer weark (=dat duurt even)
  35. Hamonter: de erepel zien murruf (=de aardappelen zijn gaar)
  36. Erps: de petatten zijn zocht (=de aardappels zijn gaar)
  37. turnhouts: zen de patatten al meurrig (=zijn de aardappelen gaar)
  38. Vechtdals: wa doe-j toch gaanks! (=wat ben je toch bezig!)
  39. Mestreechs: tége gaas géve (=tegen sputteren)
  40. Nijmeegs: die sulle duir gin gaotjes ien 't sand pisse (=die zullen daarv geen gaatjes in het zand pissen)
  41. Helenaveens: Gaar nie! (=Helemaal niet!)
  42. Flakkees: ut vleis iszo gaer as 'n daauwtje (=zo gaar als boter)
  43. Twents: 'n Kleen neuske ko'j gaauw snuutn (=Gering in aanzien, snel aftroeven)
  44. Genneps: Ga.w is ân de schiet gestörve; langsaam lèèft nog (=Haast je langzaam)
  45. Mols: gaai goa nievrans henne ! (=gij gaat nergens naar toe !)
  46. Gouda: Voor gaas gaan (=Toch ergens voor vallen, ergens intuinen)
  47. Zichers: gaank nou treg... (=dat meen je niet...)
  48. Vechtdals: gaank in de bokse (=door lopen/ werken)
  49. Horster: ze haaje niks waat meej gaajde (=ze hadden niets waarvoor ik mij interesseerde)
  50. Drents: met gaaiman het dak op (=dan het je de poppen aan het dansen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen