Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `In alle`

  1. een onzevader bidden In alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
  2. zich In allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  3. zwijgen In alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)

3 betekenissen bevatten `In alle`

  1. zo zeker als de bank (=iemand die In alles te vertrouwen is)
  2. een onzevader bidden in alle kapelletjes (=In alle cafés langsgaan)
  3. je bedje is gespreid (=je komt in een situatie terecht waarIn alles al voor je geregeld is)

Het dialectenwoordenboek kent 287 spreekwoorden met `In alle`

  1. helmonds: alleej, alleej, alleej (=schiet op)
  2. Antwerps: allee , den allee is bouve (=allee (aansporing))
  3. Moes: mor allei gij (=maar kom)
  4. Erps: in a broek schijten en alleloelia zingen (=luidop dromen)
  5. Moes: allei jong (=t'is niet waar zeker)
  6. Brakels: mij gat gescheetn en alleeloeja gezoongn (=in je dromen)
  7. Tilburgs: alleej,verèùt, aachterèùt. (=toe, vooruit, ga achteruit.)
  8. Waregems: allee toe, gouw ! (=kom op !)
  9. Munsterbilzen - Minsters: van lang ston konste wottel sjiete (=alleenstaande zoekt zittend beroep)
  10. Merenaars: alleesj gi woeer (=niet eens waar)
  11. Lebbeeks: goestingen: Vieze goestingen émmen (=Trek hebben in niet-alledaags gerechten tijdens de zwangerschap)
  12. Westfries: allegaar skeef en beroerd. (='t is niet bepaald af....)
  13. Zeeuws: allef mudje (=klein dik vrouwtje)
  14. Moes: allei jom, oustouwa (=komaan, haast je wat)
  15. Antwerps: veul te goe is allef zot (=veel te goed is half zot)
  16. herenthouts: Kgoon da allegaa doen (=Ik zal dat eens vlug doen)
  17. Drents: Hij mot op de zwörm passen. (=Iemand wiens vrouw 'op alledag' loopt)
  18. Munsterbilzen - Minsters: zenen allee gon (=buiten gezwierd worden)
  19. Walshoutems: allel e pueteke huutkees bij de bienoor hoale (=Vlug een potje hoofdkaas bij de beenhouwer halen)
  20. Ossendrechts: allee gij! (=uitroep van verontwaardiging)
  21. Tilburgs: alleej, kom haawdoe war. (=nou vooruit tot ziens maar weer.)
  22. Waregems: ie 'n oa alleens geen'n dust (=hij had niet eens dorst)
  23. Londerzeels: oep den allee (=op de overloop)
  24. Bevers: Ik zal da ies allegou arrangeren (=Ik zal dat eens snel doen)
  25. Epers: A'j noe deur de hond of de katte e'beet'n wod,t'is allebeide niks. (=Politiek is gemeen)
  26. Harelbeeks: Allee tot in 't pikken van d'n andzjoen eh! (=Een vage afsraak maken)
  27. Ouddorps: Ze blonke as 'n schallebieter, alletwêê (=Ze glommen allebei)
  28. Hulsters (NL): Allee, jong? - Allijong? (=Wat zeg je me nou?)
  29. Hulsters (NL): allee jong! (=hou daar mee op!)
  30. Oudenbosch: ij mag nog vor allef geld mee (=hij kan nog mee op een kinderkaartje)
  31. Oudenbosch: die zijn vantzelfde laoke en pak (=die zijn allebei even erg)
  32. Waregems: ouw zeekre !, emmaar allee gouw zeg !, ten e nie woar ee ! (=nee maar !)
  33. helmonds: wai ete allein nog wa froit (=ik eet alleen nog wat fruit)
  34. Terneuzens: de minsen stingen allegoare t'hope op den diek (=de mensen stonden op een kluitje op de dijk)
  35. Kinrooi: Allein oppen druuëge veultj 'ne vès natigheid! (=Alleen op het droge voelt een vis nattigheid!)
  36. turnhouts: Leustert ollemoal iszier (=Aandacht allemaal)
  37. Brugs: ollemolle toope (=allemaal samen)
  38. Sint-Niklaas: allemoal tuggoar (=allemaal tesamen)
  39. Lovendegems: ze kunnen allemaal oplupen (=ze kunnen allemaal opdonderen)
  40. Allefs: As ut hooi ut perd achterna komt, willut gevrete worre (=Zij wil een man)
  41. Kinrooi: Mèt twieë kriegs te mieë gedachtj es allein gedaon! (=Met twee krijg je meer gedachten dan alleen gedaan!)
  42. Kinrooi: Eigelik kinne wae 't gelök allein mer es 't veurbiej is! (=Eigenlijk kennen wij het geluk alleen maar wanneer het voorbij is!)
  43. Tilburgs: alleej, haawdoe èn saluu(t) war ! (=nou vooruit, het ga je goed en tot ziens hè !)
  44. Antwerps: Allei, cirkulei, d'eraf of 'k zet oe deroep ! (=Vooruit, rij door, ga van dat (voetpad), of ik zet je op de bon !)
  45. Steins: moorziëlig allein (=eenzaam (heel erg))
  46. Haags: Ik breek je allebé je potûh, Ik trap je darme op een hoap, ik zuig je een aug uit, kruip in je reet en bét een stuk uit je hagt. (=Jij bent nog niet jarig)
  47. Waregems: allee, goen'aavnd, zulle! (=dat is mij te veel, ik haak af (protesthouding))
  48. Kinrooi: De kóns baeter get allein gaon fitsen es aan thoes ruzing make! (=Je kan beter alleen gaan fietsen dan thuis ruzie maken!)
  49. Gronings: doar komt gain gebak oet (=allemaal het zelfde)
  50. Brugs: 't zien klaps tegen den vaak (='t is allemaal tevergeefs)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen