Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `In Goede`

  1. iets In Goede banen leiden (=ervoor zorgen dat iets goed verloopt)
  2. In Goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen worden)
  3. In Goede doen (=in goede vorm)
  4. In Goede dorpen zijn/geraken (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken)

2 betekenissen bevatten `In Goede`

  1. door dik en dun (=In Goede en slechte tijden / alles overhebben voor iemand)
  2. in goede doen (=In Goede vorm)

Het dialectenwoordenboek kent 87 spreekwoorden met `In Goede`

  1. Vechtdals: goeindag (eem) (=goedendag)
  2. Waregems: elk ne goen da(g) (=goedendag iedereen)
  3. Brakels: wor ons Irre zij goedeeten in steekt (=een nietsnut die men tolereert)
  4. Zeeuws: hoeiendag oe is t noe? (=goedendag hoe gaat het)
  5. Lebbeeks: védder: God védder a (=Goedendag (afgeleid van)
  6. Veurns: voe gIn Goeden oendje (=voor geen geld ter wereld)
  7. Harelbeeks: Betoal'n mee gesloot'n buzz'n (=Ruilen met goederen of arbeid)
  8. Evergems: Hé zal moetn toe zijn om azuen schure uit de dessen. (=Hij zal van goeden huize moeten zijn om die vrouw aan haar trekken te laten komen.)
  9. Achterhoeks: he'j al e'dretten (=goede morgen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: ins goed doërsmèere (=een goede beurt geven)
  11. Lichtervelds: jis van goe ras (=hij is van goede komaf)
  12. Munsterbilzen - Minsters: zenen drae nie krijge (=niet In Goede doen zijn)
  13. Giethoorns: Niet al te tierig wezen (=Niet In Goede gezondheid verkeren)
  14. Lebbeeks: oeëftvogel: D'n oeëftvogel afgeschoot'n emmen (=Een goede keuze maken / Een goede man hebben)
  15. Maldegems: nen oasoart doen (=een buitengewoon goede koop doen)
  16. Dilbeeks: ne koil oitdoon (=een goede zaak doen)
  17. Tilburgs: goeje raot waar dûur (=goede raad was duur)
  18. Millers: goejë rwojd ès duur (=goede raad is duur)
  19. Ransts: aave leste frak is er ene zonder zakken (=bij uw overlijden krijg je geen goederen mee)
  20. Brabants: unne goeie haan is nie vet (=een goede haan is niet vet)
  21. Westerkwartiers: 't hink'nd peerd komt achteraan (=na goede dagen komen weer slechte)
  22. Westerkwartiers: één wat aan de haand doen (=iemand een goede tip geven)
  23. Waregems: 't es verloorn ezeid (=niet vatbaar voor goede raad)
  24. Liessents: Die is un bietje mèr as ne rèchte vêrrekesstart. (=Van goede komaf zijn.)
  25. kortemarks: jee ne slag gedoan (=hij heeft een goede zaak gedaan)
  26. Diesters: goeje schijr gedoan (=goede ( rijke ) man gevonden)
  27. Waregems: in doeninge zijn (=goede contacten hebben)
  28. Lokers: Duikt au weierme mee au gat bluuët (=Goede nacht wens)
  29. Huizers: De snie is d'r uit (=Goede verstandhouding verbroken)
  30. Giessendams: Das een goeie mop (=Dat is een goede grap)
  31. Lopiks: lekker flauw zijn (=een goede grap vertellen)
  32. Giethoorns: hi-j stek niet goed in zien vel (=Geen goede gezondheid)
  33. Munsterbilzen - Minsters: goeje roeëd èende wènd slon (=goede raad is weggegooid)
  34. Tilburgs: tzen koai koikus (=het zijn geen goede kaantjes)
  35. Hulsters (NL): in form zain (=In Goede conditie zijn)
  36. Bilzers: goeie vés moet zwümme (=bij een goede maaltijd hoort een glaasje)
  37. Vechtdals: goed opmaakn döt botter verkoopn (=met een goede presentatie verkoop je beter)
  38. Nuths: Oum ine nuye knecht te kinne mooste um eine kier laote mit eite. (=Een goede knecht eet snel.)
  39. Munsterbilzen - Minsters: juffroke, gae zürg vêr de oëpening en ich vër de zin (=een goede openingszin ?)
  40. Deinzes: Zot ziddn (=Een goede tijd beleven met behulp van genotsmiddelen.)
  41. Bilzers: e goed piëd és zen haover wol wiëd (=een goede werkkracht mag wel wat kosten)
  42. Sint-Katelijne-Waver: Diê zit oep eun goei waa (=Die zit op een goede weide)
  43. Munsterbilzen - Minsters: eegelëk worret ne goeje kloet (=het was feitelijk toch een goede gast)
  44. Westerkwartiers: scheve ding'n pizz'n ook (=ook slechtere kwaliteit heeft zijn goede kanten)
  45. Munsterbilzen - Minsters: aste kat van haus ès, konste noch de poes van de buurvroo gon zikke (=beter een goede buur dan ....)
  46. Bilzers: dae kriëgdae kriëg e pak zwiemel waai ter nog naut ho(ch) gehad (=die kreeg een goede rammeling)
  47. Nuths: Oum ine huye knecht te kinne mooste um eine kier laote mit eite. (=Een goede knecht eet snel.)
  48. Valkenswaards: un bietje teveul van ’t goeie (=een beetje teveel van het goede)
  49. Munsterbilzen - Minsters: aster ook mér één goej vroo bestond, hoch God ter ziëker één gehaage (=goede vrouwen bestaan er niet)
  50. Gents: ij es gezet lijk ne pui op ne wegeling (=hij wordt op de goede weg gezet)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen