Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ijden`

  1. aan een zIjden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  2. De groten rIjden te paard en de kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=De machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  3. de lIjdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  4. door merg en been dringen/snIjden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  5. een mens lijdt dikwijls het meest door het lIjden dat hij vreest (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  6. een rare schaats rIjden (=zich raar aanstellen, lichtzinnig leven)
  7. een scheve schaats rIjden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  8. een vogel in de auto rIjden (=elk geval kan overal mee leven)
  9. een vreemde schaats rIjden (=zich raar aanstellen)
  10. geen hout snIjden (=niets bewijzen , niet van toepassing zijn)
  11. het is goed riemen snIjden uit andermans leer (=met andermans eigendom kan men gemakkelijk kwistig omgaan)
  12. het tafellaken doorsnIjden (=alle bindingen met iemand verbreken)
  13. iemand de pas afsnIjden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren)
  14. iemand in de wielen rIjden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  15. iemand van de sokken rIjden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  16. iemands levensdraad afsnIjden (=doden)
  17. iets langs je (koude) kleren af laten glIjden (=ergens niets van aan trekken)
  18. in geen tIjden (=in lange tijd)
  19. in het zicht van de haven schipbreuk lIjden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  20. krakende wagens lopen/rIjden het langst (=nieuw hoeft niet altijd beter te zijn / mensen die vaak ziek zijn worden vaak toch heel oud)
  21. Men moet een paard de rug niet stuk rIjden. (=Men moet niet te veel eisen van een ander)
  22. men moet een paard de rug niet stukrIjden (=men moet niet altijd te veel eisen)
  23. men moet rIjden en omzien (=men moet voorzichtig te werk gaan)
  24. met de witte perdekies naar Velzeke rIjden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  25. mogen lIjden (=er wel tegen kunnen - iemand wel kunnen verdragen)
  26. nieuwe messen snIjden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken)
  27. op dat mes kun je naar Keulen rIjden (=dat mes is erg bot)
  28. Op een apostelpaard rIjden. (=Lopen)
  29. op het apostelpaard rIjden (=te voet gaan)
  30. Op twee paarden blijven rIjden. (=Men kan geen keus maken)
  31. op zijn stokpaard rIjden (=altijd over hetzelfde praten of klagen)
  32. rIjden en omzien (=verderdoen maar ook opletten)
  33. schipbreuk lIjden (=het niet tot zijn doel geraken / mislukken)
  34. twee ruggen uit een varken willen snIjden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
  35. wie honing wil eten moet lIjden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor over hebben)
  36. wie mooi wil zijn, moet pijn lIjden (=voor schoonheid moet je wat over hebben)
  37. zich in de vingers snIjden (=zichzelf (onbedoeld) benadelen)

33 betekenissen bevatten `Ijden`

  1. in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lIjden)
  2. hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tIjden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  3. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strIjdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  4. met scheve ogen aankijken (=benIjden, argwanend kijken)
  5. op heterdaad betrappen (=betrappen tIjdens de misdaad)
  6. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrIjden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
  7. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tIjden die mogelijk nog gaan komen)
  8. zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tIjdens het koken))
  9. hartzeer van iets hebben (=er geestelijk onder lIjden)
  10. leergeld betalen (=fouten maken tIjdens het leren)
  11. geen hart in het lijf hebben (=geen greintje medelIjden kennen)
  12. een hart van steen hebben (=geen medelIjden met anderen hebben)
  13. Met hem is het kwaad kersen eten. (=Het is beter hem te mIjden.)
  14. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tIjden)
  15. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rIjden of lopen)
  16. met wortel en tak uitroeien (=iets volledig bestrIjden om er geen last meer van te hebben)
  17. door dik en dun (=in goede en slechte tIjden / alles overhebben voor iemand)
  18. in troebel water is het goed vissen (=in tIjden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  19. het roer in handen hebben (=leiding geven en door moeilijke tIjden heen komen)
  20. het gras in de knieën hebben (=lIjden aan voorjaarsmoeheid)
  21. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tIjdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  22. harde noten kraken (=moeilijke tIjden moeten doormaken)
  23. terugverlangen naar de vleespotten van Egypte (=naar de goede tIjden terugverlangen)
  24. de handen slaan aan (=ontwIjden)
  25. tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermIjden)
  26. uit de koets stappen (=overlIjden)
  27. het loodje (erbij neer)leggen (=overlIjden)
  28. in het schot vallen (=precies tIjdens het startschot vertrekken)
  29. katjes die muizen miauwen niet (=tIjdens het eten wordt er veel minder gesproken)
  30. uit z`n rol vallen (=tIjdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort)
  31. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tIjden)
  32. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snIjden))
  33. een vette keuken een mager testament (=wie veel uitgeeft tIjdens het leven, laat weinig na)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen