Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


26 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `IEMAND IN`

  1. bij IEMAND IN het krijt staan (=aan iemand iets schuldig zijn)
  2. gebraden duiven vliegen nIEMAND IN de mond (=je krijgt niets zomaar (zonder er enige moeite voor te doen))
  3. IEMAND IN de arm nemen (=iemand de hulp vragen om te ondersteunen)
  4. IEMAND IN de boot nemen (=met iemand een grap uithalen)
  5. IEMAND IN de buik straffen. (=Als straf geen eten geven.)
  6. IEMAND IN de kaart spelen (=iemand onbewust helpen)
  7. IEMAND IN de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
  8. IEMAND IN de maling nemen (=iemand voor de gek houden)
  9. IEMAND IN de ogen schijnen (=iemand hinderen)
  10. IEMAND IN de ogen steken (=iemand ergeren)
  11. IEMAND IN de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
  12. IEMAND IN de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  13. IEMAND IN het gareel slaan (=iemand dwingen voor je te werken, iemand aan het werk zetten)
  14. IEMAND IN het naadgaren komen (=iemand erg hinderen)
  15. IEMAND IN het ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  16. IEMAND IN het zadel helpen (=iemand aan een (goede) functie/positie helpen)
  17. IEMAND IN het zeer tasten (=bij iemand de gevoelige plek raken)
  18. IEMAND IN het zonnetje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eer bewijzen)
  19. IEMAND IN zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  20. IEMAND IN zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  21. IEMAND IN zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
  22. iets of IEMAND IN de peiling hebben (=iets of iemand begrijpen)
  23. iets/IEMAND IN de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  24. met IEMAND IN aanvaring komen (=ruzie of problemen met iemand krijgen)
  25. met IEMAND IN zee gaan (=met iemand een samenwerking beginnen)
  26. voor IEMAND IN het krijt treden (=iemand helpen en verdedigen)

13 betekenissen bevatten `IEMAND IN`

  1. de kust is veilig (=alles is in orde - er is nIEMAND IN de buurt)
  2. iemand de hand boven het hoofd houden (=IEMAND IN bescherming nemen)
  3. iemand iets onder de roos vertellen (=IEMAND IN het geheim iets meedelen)
  4. iemand onder de duim houden (=IEMAND IN je macht hebben, iemand de baas zijn)
  5. het iemand warm maken (=IEMAND IN moeilijkheden brengen)
  6. de strop om de hals doen (=IEMAND IN uiterste problemen brengen)
  7. de kat bij de melk zetten (=IEMAND IN verleiding brengen)
  8. de kat bij het spek zetten (=IEMAND IN verleiding brengen)
  9. iemand aan zijn angel krijgen (=IEMAND IN zijn macht krijgen)
  10. iemand de ogen openen (=IEMAND INzicht geven in iets wat diegene nog niet doorhad)
  11. iemand uit het zadel werpen (=iemand wegwerken, IEMAND IN verlegenheid brengen)
  12. iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / IEMAND IN zijn macht hebben)
  13. leer om leer zijn (=op gelijke manier straffen als de maner waarop IEMAND IN de fout gegaan is)

Het dialectenwoordenboek kent 1130 spreekwoorden met `IEMAND IN`

  1. Lovendegems: iets aan de neuze hangen van iemand (=iemands nieuwsgierigheid bevredigen*)
  2. Waregems: in iemands ropn skijtn (=iemands plannen dwarsbomen)
  3. Kalforts: in iemands rapen scheiten (=iemand onheus behandelen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: iemed ploemme (=iemands geld afhandig maken)
  5. Westerkwartiers: één ien 'e koart kiek'n (=iemands plannen afkijken)
  6. Kortrijks: tès ne gatlekker (=in iemands gunst willen zijn)
  7. Kortemarks: in etwie ze groasje stoan (=in iemands smaak vallen)
  8. Zeels: tege zijne meug (=tegen iemands zin)
  9. Zeeuws: ie proenkt mie un ander mans veern (=iemands werk gebruiken)
  10. Bilzers: Iemed onder z'n dauve sjiete (=Onder iemands duiven schieten)
  11. Munsterbilzen - Minsters: iemes op zene kop zitte (=achter iemands veren zitten)
  12. Bilzers: taere op nen aandre zen maol (=op iemands kosten leven)
  13. Munsterbilzen - Minsters: op iemed ze daok zitte (=in iemands omgeving blijven rondhangen)
  14. Walshoutems: Se in heur/zen eige vet loate stoave. (=Geen aandacht meer geven aan iemands kwaadheid)
  15. Weerts: gae zootj t'r 'n hoês op bouwe en 'n schiêthoês veltjer op um (=iemands praatjes niet zonder meer geloven)
  16. Wetters: koo euk iets gepeist moar twas da nie (=niet ingaan op iemands voorstel)
  17. Westerkwartiers: één noar d'oog'n zien (=handelen naar iemand's wensen)
  18. Herentals: Iemand binnedoen (=Iemand kussen)
  19. Drents: Aj een ekster vortjaagd kriej een bonte vogel weer (=Geef geen opdracht die iemands kunnen te boven gaat)
  20. Lebbeeks: mèmme: Ei èit te lank aun de mèmme gangen (=Over iemands wiens binnenlip erg zichtbaar is)
  21. Aspers: ne kluët aftrekken (=iemand foppen)
  22. Opglabbeeks: emes duurhubbe (=iemand doorhebben)
  23. Zottegems: ne klut aftrekken (=iemand foppen)
  24. Liedekerks: Ne zeventiejen (=Iemand gierig)
  25. Astens: wanne lapzwans (=lui iemand)
  26. Booms: ne krabbekoker (=ongewoon iemand)
  27. Waregems: iemand oytmokn veur vorte vis/iemand zijn zoaligheid zegg'n (=iemand beschimpen)
  28. Waregems: bieét'n ip iemand (=op iemands kop zitten)
  29. Waregems: iemand nie kuinn zien (=afkeer voelen voor iemand)
  30. Waregems: iemand skeeëf bekijk'n (=iemand minachtend ontwijken)
  31. Antwerps: iemand ne kloet aftrekken (=iemand een loer draaien)
  32. Brabants: iemand duruit bossen (=iemand eruit gooien)
  33. Zottegems: iemand ne pee stoven (=iemand foppen)
  34. Westfries: iemand op het snotje hebben (=IEMAND IN de gaten houden)
  35. Sint-Niklaas: iemand een toert geven (=IEMAND IN het gezicht slaan)
  36. Sint-Niklaas: iemand de neus afbijten (=iemand onbeleefd afsnauwen)
  37. Zottegems: iemand de loef afstek'n (=iemand overtreffen)
  38. Sint-Laureins: iemand ten kandeele gaan (=iemand te lijf gaan)
  39. Lokers: iemand bij den bok duene (=Iemand bedriegen)
  40. Zottegems: iemand versturen (=iemand voor de gek houden)
  41. Waregems: in iemands zakk'n zitt'n (=iemands slechte kanten bespreken)
  42. Munsterbilzen - Minsters: iemes ènvètte (=iemandgoed zijn vet geven)
  43. Heels: emes snötte (=iemand aftroeven)
  44. Liedekerks: Iejenen betoepen (=Iemand bedriegen)
  45. Veurns: in etwieëns beuze pissen (=iemand vleien)
  46. Tilburgs: laasteg pòtstuk !! (=lastig iemand !!)
  47. Melsbroeks: kwispel (=onberekenbaar iemand)
  48. Kaatsheuvels: des nun kwaast (=verwaand iemand)
  49. Sint-Niklaas: iemand een kotering, botering geven (=iemand een rammeling geven)
  50. Waregems: iemand bij de viede zett'n (=iemand met iets opschepen (sluw))



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen