Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Hij wil`

  1. april doet wat Hij wil (=april geeft onvoorspelbaar weer)
  2. geen zo kleine sant of Hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)

5 betekenissen bevatten `Hij wil`

  1. iets naar zijn hand zetten (=het precies (laten) doen zoals Hij wil)
  2. zijn haan moet altijd koning kraaien (=Hij wil altijd de baas zijn)
  3. haring of kuit ergens van willen hebben (=Hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  4. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat Hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  5. Hij laat de wereld op zijn duim draaien (=Men doet alles wat Hij wil)

Het dialectenwoordenboek kent 24 spreekwoorden met `Hij wil`

  1. West-vlaams: Hij wil niet lammeren (=Hij wil geen geld geven)
  2. Wetters: tes hem verloren gezeid (=Hij wil niet luisteren)
  3. Nijlens: a schiet onder men doaven (=Hij wil zaken afnemen)
  4. Westerkwartiers: Hij wil d'r gien woord van hemm'n (=Hij wil er niet over praten)
  5. Westerkwartiers: Hij wil dij geld uut de buus klopp'n (=Hij wil jou geld afhandig maken)
  6. Westerkwartiers: Hij wil gien woord hemm'n (=Hij wil 't er niet meer over hebben)
  7. Waregems: ie wil per see deuredrijv'n (=Hij wil onverstoorbaar doorgaan met)
  8. Gents: ij vroagt 't ei uit eu gat (=Hij wil alles weten)
  9. Westerkwartiers: zien hoan wil keuning kraai'n (=Hij wil de baas zijn)
  10. Westerkwartiers: hij wiet van gien opholl'n (=Hij wil maar steeds doorgaan)
  11. Graauws: ei wou ta malgeréé én (=Hij wilde dat per se hebben)
  12. Tilburgs: hij wo nie in tèùg. (=Hij wilde niet in het gareel.)
  13. Waregems: iej ee nogal veel beslag, mee ol zin pretn (=Hij wil opvallen, hij looft zichzelf)
  14. Oudenbosch: ij wul atijd gere lope kommedeere (=Hij wil graag de baas spelen)
  15. Oudenbosch: ijee un veul te groot zeil op (=wat Hij wil/probeert te bereiken kan niet)
  16. Diesters: dieë hijt er gin oeëre noar (=Hij wil er niet van weten)
  17. brabants: Assie ger blert, dan blert ie ger. (=Als Hij wil schreeuwen, dan laat hem toch doen.)
  18. kortemarks: je droajt roend lik ne stroent in ne zikpot (=hij weet niet precies wat Hij wil)
  19. Westerkwartiers: Hij wil niet om liek (=hij gehoorzaamt niet)
  20. Westerkwartiers: Hij wil 't midd'nste en de beide end'n (=hij is een hebberig iemand)
  21. Westerkwartiers: Hij wil niet op 't iezer biet'n (=hij voert geen steek uit)
  22. Westerkwartiers: Hij wil zien eig'n zwit niet ruuk'n (=hij is liever lui dan moe)
  23. Twents: He wil poezen, mer 't mel in de moond holn. (=Hij wil blazen, maar het meel in de mond houden (dus twee dingen tegelijk doen, wat niet kan).)
  24. Kaatsheuvels: Hij wil veul vur niks en wèènig vur un bietje; ties nu'n èchte klaploaper (=Hij wilt veel voor niets en weinig voor een beetje; het is een echte profiteur.)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen