Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

11 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Hiel`

  1. de Hielen lichten (=weggaan)
  2. het Hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
  3. iemand de Hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
  4. iemand de Hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
  5. iemand op de Hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  6. liever iemand zijn Hielen zien dan zijn tenen (=iemand niet goed kunnen verdragen)
  7. naar zijn Hielen omzien (=aan vluchten denken)
  8. stoot je Hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  9. zij Hielden het onder de pet (=zij brachten het niet in de openbaarheid)
  10. zijn achillesHiel zijn (=de zwakke kant/plek van iemand zijn)
  11. zijn Hielen laten zien (=weggaan)

Eén betekenis bevat `Hiel`

  1. iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de Hielen volgen)

Het dialectenwoordenboek kent 32 spreekwoorden met `Hiel`

  1. Waregems: geeënen moyen (=niets helpt/Hielp)
  2. Westerkwartiers: hij Hiel' e poot stief (=hij Hield voet bij stuk)
  3. Westerkwartiers: ze namm'n heur d'r tuss'n (=ze Hielden haar voor de gek)
  4. Waregems: geeëne(n) moyen (=niets helpt/Hielp om iem. te overtuigen)
  5. Waregems: geeëne moyen (=niets helpt/Hielp)
  6. Westerkwartiers: een Hiele bult (=een hele boel)
  7. Zeeuws: ie sti ter bie te Hielen (=ook zin in)
  8. Balens: zenne Hielen saanteboetik (=zijn hele hebben en houden)
  9. Tilburgs: hè scheej urööt (=hij Hield ermee op)
  10. Fries: moarns let, de Hiele dei nei de kloaten (=de morgenstond heeft goud in de mond)
  11. Westerkwartiers: de Hiele brut (=de hele boel)
  12. Westerkwartiers: ze zaat'n 'em op 'e Hiel'n (=ze hadden hem bijna ingehaald)
  13. Hulshouts: Hiel den hannekesnest (=heel de bende)
  14. Leopoldsburgs: Hiel hed deroan (=het noorden kwijt)
  15. Westerkwartiers: da's Hiel (heul) aans (=dat is heel anders)
  16. Brees: Noe zeik mich toch Hiel de stoof oet (=Dat is godgeklaagd!)
  17. Westerkwartiers: hij beet zich op 'e lipp'n (=hij Hield zich goed)
  18. Mestreechs: de Awbrök is Hiel aajd (=de Servaasbrug is heel oud)
  19. Opglabbeeks: doa kumt Hiel get biej kieke (=het is moeilijk)
  20. Westlands: ik zie liever je Hielen dan je tenen (=ik zie je liever gaan dan komen)
  21. Westerkwartiers: 't komt bij hem Hiel krekt (=hij werkt heel nauwgezet)
  22. Westerkwartiers: dat oogt Hiel wat (=ogen - dat oogt heel wat)
  23. Mestreechs: iech höb de Hiel nach ligke krawwake (=de slaap niet kunnen vatten)
  24. Munsterbilzen - Minsters: hae zoeg te sjoer al hange (=de blinde Hield het voor bekeken)
  25. deinzes: j'es Hiel zot d'ndien'n (=hij is niet goed bij zijn hoofd)
  26. Liemers: De geestelijkheid Hiel toen de minse ze bang - de ontvangers Hiel de minse toen arm - de schoolmeisters Hiel de minse toen dom - en de baze Hiel de de minse toen muuj - Zo zat de feodale samelaeving in de Liemers toendertied now eenmaol in mekaar dah `t nie anders könte. (=Zwaar werken hoef je niet meer zoals vroeger.)
  27. Antwerps: mé Hiel aantwaarpe mor nie mé maai (=jij gaat mij niet voor de gek houden)
  28. Lummens: Ze hit e Hiel lil-lek bakkes (=Ze heeft een heel lelijk gezicht)
  29. Buggenhouts: dain kan ni mie van zein Hielen scheiten (=iemand die totaal op is)
  30. Buggenhouts: k'sin liever zein Hielen as zein tippen (=iemand niet graag ontmoeten)
  31. Westerkwartiers: dat duurde 'n Hiel schoft (=dat duurde een hele poos)
  32. Antwerps: 'kem Hiel antwâarpe oep z'en bakkes geloepe en niks gevonde (=vruchteloos zoeken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen