Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


57 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `HET O`

  1. altijd HET Oude liedje (=steeds weer hetzelfde)
  2. door HET Oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
  3. een doorn in HET Oog zijn (=ergens aan ergeren)
  4. een snee in HET Oor hebben (=dronken zijn)
  5. heb je HET Ooit zo zout gegeten (=heb je het ooit zo straf meegemaakt)
  6. HET Onderspit delven (=verliezen)
  7. HET Onderste uit de kan willen (=het uiterste willen)
  8. HET Onweer is niet van de lucht (=iets dat steeds blijft doorgaan of iemand die telkens weer kwaad tekeer gaat)
  9. HET Oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
  10. HET Oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  11. HET Oog van de meester maakt het paard vet. (=Je moet als baas zelf toezicht houden, want anders wordt je bedrijf verwaarloosd)
  12. HET Oog van de wereld (=de publieke opinie)
  13. HET Oog wil ook wel wat (=het uiterlijk van iets speelt ook een rol)
  14. HET Oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
  15. HET Oor lenen (=luisteren)
  16. HET Oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  17. HET Oor strelen (=aangenaam in de oren klinken)
  18. HET Op de heupen hebben (=slecht gehumeurd, op geestdriftige wijze iets doen, zenuwachtig, verstoord zijn)
  19. HET Op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  20. HET Op de lippen hebben (=het net willen zeggen)
  21. HET Op de zenuwen hebben (=zenuwachtig zijn)
  22. HET Op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  23. HET Op iemand begrepen hebben (=iemand goed kunnen verdragen / iemand is altijd de pineut)
  24. HET Op iemand gemunt hebben (=steeds dezelfde persoon die ergens last van heeft)
  25. HET Op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  26. HET Op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
  27. HET Op zijn pantoffels/sloffen afkunnen (=het gemakkelijk aankunnen)
  28. HET Oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  29. HET Over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  30. iemand iets in HET Oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze influisteren)
  31. iemand iets in HET Oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  32. iemand in HET Ooitje nemen (=met iemand een grap uithalen of voor de gek houden)
  33. iemand ongesuikerd zeggen waar HET Op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  34. iemand spreken door HET Oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
  35. Iets door HET Oog van de schaar halen (=Materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  36. iets in HET Oor knopen (=iets goed onthouden)
  37. iets op HET Oog hebben (=voor zichzelf al iets hebben uitgekozen)
  38. in HET Ongelijk stellen (=ongelijk geven)
  39. in HET Ongewisse (=in onzekerheid)
  40. in HET Oog hebben (=binnen het gezichtsveld zijn)
  41. in HET Oog houden (=binnen het gezichtsveld houden)
  42. in HET Oog krijgen (=opmerken)
  43. in HET Oog lopen (=opvallen)
  44. in HET Oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  45. in HET Oor fluisteren (=zachtjes (heimelijk) zeggen)
  46. in HET Ootje (=influisteren)
  47. met HET Ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
  48. onder HET Oog brengen (=doen opmerken)
  49. ongesuikerd zeggen waar HET Op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
  50. uit HET Oog verliezen (=er niet meer aan denken)

62 betekenissen bevatten `HET O`

  1. wie a zegt moet ook b zeggen (=als je eenmaal ergens aan begonnen bent, moet je HET Ook afmaken)
  2. de toon aangeven (=bepalen welke richting HET Op gaat)
  3. bij de tekst blijven (=bij HET Oorspronkelijke plan blijven)
  4. dat is de hamvraag (=de vraag waar HET Om gaat)
  5. zijn oren laten hangen (=depressief zijn, HET Opgeven)
  6. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details HET Overzicht verliezen)
  7. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van HET Onbekende onthullen)
  8. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over HET Oude vakmanschap)
  9. een vaantje strijken (=flauw vallen, sterven, HET Opgeven)
  10. zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten HET Ongelijk verdragen)
  11. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om HET Ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  12. heb je het ooit zo zout gegeten (=heb je HET Ooit zo straf meegemaakt)
  13. het is zo lang als het breed is (=het blijft hetzelfde, hoe je HET Ook bekijkt)
  14. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om HET Ook daadwerkelijk uit te voeren)
  15. door de zure appel (heen)bijten (=HET Onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  16. een kort liedje is gauw gezongen (=HET Onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  17. het hoge woord is er uit (=HET Onaangename is gezegd)
  18. het harde woord moet eruit (=HET Onaangename moet gezegd worden)
  19. over de tong gaan (=HET Onderwerp van gesprek zijn)
  20. koeien met gouden horens beloven (=HET Onmogelijke beloven)
  21. ijzer met handen breken (=HET Onmogelijke doen)
  22. Met het hoofd tegen de muur lopen (=HET Onmogelijke proberen)
  23. met het hoofd tegen de muur lopen (=HET Onmogelijke trachten te bereiken / mislopen)
  24. met de kop door de muur willen (=HET Onmogelijke willen)
  25. de maan met de handen willen grijpen (=HET Onmogelijke willen doen)
  26. naar de maan reiken (=HET Onmogelijke willen doen)
  27. onze lieve heer is aan het kegelen (=HET Onweert)
  28. oude schoenen wegwerpen voor men nieuwe heeft (=HET Onzekere voor het zekere nemen)
  29. het roer omgooien (=HET Op een heel andere manier proberen)
  30. iets zwart op wit hebben (=HET Op papier hebben staan)
  31. zijn hoofd in de schoot leggen (=HET Opgeven)
  32. de kolf naar de bal werpen (=HET Opgeven)
  33. de vlag strijken (=HET Opgeven)
  34. het zeil strijken (=HET Opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  35. een Augiasstal reinigen (=HET Opruimen van een vreselijk vuile boel)
  36. de oude zuurdesem (=HET Oude kwaad)
  37. met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik HET Ook wil, het zal niet lukken)
  38. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht HET Ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  39. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet HET Op zijn eigen manier)
  40. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand HET Onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  41. de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat HET Ook die kwaliteit heeft)
  42. wat van ver komt, is lekker (=iets wat van ver komt, is bijzonder. Daarom denkt men dat HET Ook beter zal zijn)
  43. in het vizier hebben (=in HET Oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  44. voor aap staan (=in HET Openbaar belachelijk zijn)
  45. men kan geen ijzer met handen breken (=men kan HET Onmogelijke niet doen)
  46. met het blote oog (=met HET Oog te zien, zonder hulpmiddelen)
  47. het is niet iedereen gegeven ajuin met droge ogen te schillen (=niet iedereen doet HET Onaangename met de glimlach)
  48. de dans ontspringen (=niet in HET Onheil betrokken worden)
  49. morgen komt er weer een dag (=niet zo haastig, morgen kan HET Ook nog)
  50. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar HET Op staat)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen