Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `HET EEN`

  1. als het hemd scheurt dan heeft HET EEN gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
  2. HET EEN eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)

10 betekenissen bevatten `HET EEN`

  1. het is maar een weet (=als HET EENmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  2. berouw komt na de zonde (=als HET EENmaal gebeurd is komt pas de berouw)
  3. de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico's blijft nemen, gaat HET EEN keer mis)
  4. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om HET EENs te worden)
  5. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof HET EEN originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  6. ik vind het pet (=ik vind HET EEN bijzonder slechte zaak)
  7. vis noch vlees (=noch HET EEN noch het ander)
  8. mossel noch vis (=noch HET EEN noch het ander - goed noch slecht)
  9. Ongegund brood wordt veel gegeten. (=Vaak kan men het niet verdragen dat HET EEN ander beter gaat.)
  10. bokkensprongen maken (=van HET EEN op het ander springen - zotte sprongen maken)

Het dialectenwoordenboek kent 34 spreekwoorden met `HET EEN`

  1. Nijlens: gaoget 'n bitje (=gaat HET EEN beetje)
  2. Bornems: Eiren of joenk (=Het is HET EEN of het ander)
  3. Millers: tèèn en tanër (=HET EEN en ander)
  4. Bolserters: Hij is dronken. (=Hij HET EEN dikkeniën.)
  5. Westels: aare of joeng (=HET EEN of het ander)
  6. Giesbaargs: tes tieen of tander (=het is HET EEN of het ander)
  7. Sint-Niklaas: teen en tander (=HET EEN en het ander)
  8. Zeeuws: tis mossel of vis (=het is HET EEN noch het ander)
  9. turnhouts: das teen en taander (=dat is HET EEN en het ander)
  10. Veurns: ... dat 't è frang is (=... dat HET EEN lieve lust is)
  11. Mechels (BE): 'tzenlappen poepe me ne floore (=HET EEN en ander)
  12. West-Vlaams: doet ne kier zelve (=doe HET EEN keer zelf)
  13. Avelgems: Est een meiske of ne knecht? (=Is HET EEN meisje of een jongen?)
  14. Budels: as de as brékt vilt de kaar (=HET EEN volgt op het ander)
  15. Zuid-west-vlaams: 't is noch en ei noch en joenk (=het is nog HET EEN en het ander)
  16. Valkenswaards: Het un bietje mee mekaor kenne veine (=HET EEN beetje met elkaar kunnen vinden)
  17. brabants: tussen de fib en de faillie (=niet HET EEN niet het ander)
  18. Machels (Zulte): vanenssentens (=helemaal (van HET EEN tot het ander einde))
  19. Tilburgs: Ik heb liever kèès as un aai (=ik heb liever HET EEN dan het ander)
  20. Westfries: Weer kikkers binne, binne ooievaars (=Met HET EEN, komt vaak het ander)
  21. Oudenbosch: da schil ne jas mee giestere (=vandaag is HET EEN stuk minder koud dan gisteren)
  22. Merenaars: wat es 't na, auren of jongeren (=wat is het nu, HET EEN of het ander)
  23. Tilburgs: Ik heb liever kèè as un aai (=ik heb HET EEN liever dan het ander)
  24. Horster: 'n kleur of ge de hel ágebloaze het (=een rode kleur)
  25. Bolserters: Hij HET EEN flinke stuiter. (=Hij is redelijk bezopen.)
  26. Steins: 't is mich sjiet egaal (=het is mij om HET EENder)
  27. Munsterbilzen - Minsters: de hël begint bau den hiemel ophült (=als je het mooie niet meer ziet in je leven, dan wordt HET EEN hel)
  28. Klemskerks: a't een (h)oend gewist, je beeët: gezegd als iemand iets niet opmerkt of niet vinden kan wat vlak in zijn nabijheid staat of ligt (=had HET EEN hond geweest, hij beet)
  29. Tilburgs: klèèn kènder slaope derèège grôot èn aaw meense slaope derèège dôod. (=voor kleine kinderen is veel slapen gezond, voor oudere mensen is HET EEN veeg teken.)
  30. Bilzers: vertél naut on zen kammeraode wot zen vijande naut maoge te wiëter koëme (=een geheim blijft geheim door geheim te houden dat HET EEN geheim is)
  31. Alblasserdams: die HET EEN tik van de meulen gehad (=niet helemaal goed bij zijn hoofd zijn)
  32. Huizers: haij HET EEN leven as een luis op een zeer hoofd (=hij heeft een goed leven)
  33. Venrays: den HET EEN klap van de molenwiek gehad (=iemand die te gek doet(bv de dorpsgek))
  34. Diems: dèn HET EEN neus veur de kop doar ku'j een vèrke met bére (=iemand met een hele grote neus)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen