Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gh`

  1. gezegende omstandiGheden (=in verwachting)
  2. gezelliGheid kent geen tijd. (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt.)
  3. gieriGheid is de wortel van alle kwaad. (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  4. heden in hooGheid verheven morgen onder de aarde (=vandaag nog heel belangrijk, maar morgen misschien al dood)
  5. iets beneden zijn waardiGheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
  6. in een geur van heiliGheid (=uiterst godvruchtig)
  7. lediGheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  8. nattiGheid voelen (=merken dat er iets niet klopt of iets niet goed gevonden wordt)
  9. schitteren door afweziGheid. (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd.)
  10. van eeuwiGheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  11. voor de drang der omstandiGheden zwichten (=zich naar de omstandigheden schikken)
  12. voor de poorten van de hel weGhalen (=uit het grootste gevaar redden)
  13. voorzichtiGheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
  14. voorzichtiGheid is de moeder van de porseleinkast. (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee.)
  15. zijn ziel en zaliGheid verkopen (=absoluut alles opofferen)
  16. zuiniGheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  17. zuiniGheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen. (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)

52 betekenissen bevatten `Gh`

  1. als het voeten heeft (=als de omstandiGheden gunstig zijn)
  2. de ratten verlaten het zinkende schip. (=als de omstandiGheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  3. nood breekt wet. (=bij moeilijke omstandiGheden is er meer geoorloofd)
  4. dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee beziGhoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.)
  5. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijveriGheid niet doven)
  6. de kaart van het land kennen (=de omstandiGheden kennen)
  7. de bordjes zijn verhangen (=de omstandiGheden zijn veranderd)
  8. de wind waait uit een andere hoek (=de omstandiGheden zijn veranderd)
  9. gierigheid is de wortel van alle kwaad. (=door gieriGheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  10. paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardiGheid waar iets of iemand trots op is.)
  11. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandiGheden zitten)
  12. een steentje bijdragen (=een kleiniGheid aan het grote geheel bijdragen)
  13. een visje verschalken (=een kleiniGheid meepikken)
  14. een taling uitzenden om een eendvogel te vangen (=een kleiniGheid opofferen om iets belangrijks terug te krijgen)
  15. eén uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit. (=één moment van onvoorzichtiGheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  16. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandiGheid laat nog geen eindconclusie toe)
  17. een twistappel vormen (=een onderwerp van ruzie/conflict/oneniGheid zijn)
  18. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt. (=er is altijd wel iemand die van de omstandiGheden weet te profiteren.)
  19. iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundiGheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden.)
  20. beter hard geblazen dan de mond gebrand. (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordiGheid of luiheid iets fout gaat)
  21. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardiGheid)
  22. jong geleerd is oud gedaan. (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardiGheid zal blijven)
  23. ergens als een berg tegen opzien. (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandiGheid.)
  24. kunnen zakken en verkopen (=in handiGheid ver overtreffen)
  25. als het getij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandiGheden aanpassen)
  26. als het tij verloopt verzet men de bakens (=men moet zich aan de omstandiGheden aanpassen)
  27. waar het paard aangebonden is moet het vreten (=men moet zich naar de omstandiGheden schikken)
  28. in hetzelfde schuitje varen/zitten (=met dezelfde omstandiGheden te maken hebben, vrijwel dezelfde situatie)
  29. zich blij maken met een dode mus (=met een kleiniGheid (een waardeloos iets)blij zijn)
  30. een kinderhand is gauw gevuld. (=met een kleiniGheid tevreden zijn.)
  31. met spek vangt men muizen (=met veel vrijgeviGheid kan men iedereen overhalen)
  32. het zijn niet allen koks die lange messen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardiGheid)
  33. het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=niet het uiterlijk vertoon bewijst iemands vaardiGheid)
  34. van de regen in de drup (=niet veel opschieten, van moeilijke omstandiGheden in nog moeilijkere omstandiGheden terecht komen)
  35. met een bord voor de kop lopen (=niet voor andere omstandiGheden of zienswijzen open staan.)
  36. twisten om des keizers baard (=om kleiniGheden ruzie maken)
  37. verkeren kunnen (=omstandiGheden kunnen snel veranderen)
  38. tegen de verdrukking in groeien (=ondanks zware omstandiGheden toch vooruit komen)
  39. elke bos stro waait voor de wind. (=onder makkelijke omstandiGheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren.)
  40. ergens de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand beziGhouden)
  41. woorden hebben (=ruzie of eniGheid hebben)
  42. tussen de bedrijven door. (=tussen andere beziGheden in; tussendoor.)
  43. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadiGheid terecht)
  44. van Scylla in Charybdis vervallen/geraken (=van moeilijke omstandiGheden in nog moeilijkere omstandiGheden terechtkomen)
  45. wat men aan het zaad spaart verliest men aan de oogst (=verkeerde zuiniGheid is niet goed)
  46. stoom afblazen (=vertellen wat je sterk beziGhoudt en opwindt)
  47. om 's keizers baard spelen (=voor een kleiniGheidje of helemaal niets)
  48. zich tussen hangen en wurgen bevinden (=zich in gevaarlijke en moeilijke omstandiGheden bevinden)
  49. van de nood een deugd maken (=zich naar de omstandiGheden schikken)
  50. voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandiGheden schikken)

Het dialectenwoordenboek kent 25 spreekwoorden met `Gh`

  1. Oudenbosch: gij zij toch aon oewe bliendedaarm gopereert ? keb toen niks mir Ghoort , eegut Gholpe / eeta Gholpe Ghat ? (=zz Brabantse betrokkenheid)
  2. Hulsters (NL): Gheten en Ghedronken èn (=het wel gehad hebben)
  3. Munsterbilzen - Minsters: ne knijn tvas aofhoë (=een konijn de dodelijke nekslag Gheven)
  4. Hulsters (NL): Ghin belet? (=Kom ik ongelegen?)
  5. Hulsters (NL): de leste man de zak Gheven (=als laatste weggaan)
  6. Hulsters (NL): Gheluk meej un onGheluk (=geluk bij een ongeluk)
  7. Zeeuws: Khe gin Ghrip (=Ik heb geen grip)
  8. Hulsters (NL): d'r ene zain zalig'eid Gheven (=iemand flink de waarheid zeggen)
  9. Hulsters (NL): da klopt van Ghin kânt(en) (=dat raakt kant noch wal)
  10. Axels: 'k èn Gheên kloôt'n (=ik heb niets)
  11. Hulsters (NL): daar ènk deuGhd van Ghad (=dat deed mij goed)
  12. Zoutleeuws: Ghed a gezicht gelek ene van de ellef ure mes. (=Je lijkt niet uitgeslapen.)
  13. Axels: z'èn te veê zuûre beiers Gheét'n (=ze moeten gaan trouwen)
  14. Oudenbosch: aarde gij wir posjus Ghe-te ? (=waar kwam je voor je werk zo laat vandaan ?)
  15. Hulsters (NL): Ghe kunt de pot op (=je zoekt het maar uit!)
  16. Waregems: wien eetr oi da Gheeêtn? (=wie heeft er u dat bevolen?)
  17. Hulsters (NL): Ghaij zeddun schône.... (=Van jou kun je ook niet op aan...)
  18. Waregems: die komre ee z'n recht Ghet (=die kamer heeft zijn (poets)beurt gehad)
  19. Hulsters (NL): Gha naor 'uis, manneke, oew moeder è viskes gebakken! (=ga naar huis, donder op!)
  20. Hulsters (NL): Ais Ghetrouwd meej de maid van de pastoor van Zaamslag. Ai èt zain kommuniebroekse nog an. (=Hij is ongetrouwd)
  21. Oudenbosch: Ghoef jeulemaol nie zoone toot te trekke (=je hoeft helemaal niet zo verongelijkt te kijken)
  22. Oudenbosch: Zebbenum daor aon dun aok Ghange (=Ze hebben hem daar op zijn plaats gezet)
  23. Hulsters (NL): Ghe meugt ur tweej keijr naor raaijen (=dit is toch wel overduidelijk)
  24. Hulsters (NL): Ghe leGhtur oew kop maor baij (=als men iets niet lust aan tafel:)
  25. brabants: Hedde gij da gezeet Ghad? Mende da werklik woar? Hoe doede gij da? Hoe doede gij da? Hoe hedde gij da gedoan? (=Heb je dat gezegd? Meen je dat echt? Hoe doe je dat? Hoe doe je dat? Hoe heb je dat gedaan?)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen