Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Het dialectenwoordenboek kent 129 spreekwoorden met `Gelo`

  1. Leids: Juh zuster met die dikke duim (=Als je iemand niet Gelooft)
  2. Sallands: gleu'k ... (=Geloof ik ...)
  3. Munsterbilzen - Minsters: dae ester mèt voert ! (=hij Gelooft dat ook nog !)
  4. Zolders: Och gè. (=Dat kan ik moelijk Geloven.)
  5. Tilburgs: kan goet gebeure (=ik wil het best Geloven)
  6. Antwerps: amaai mijne frak (=niet te Geloven)
  7. Waregems: nie geluuëflijk! (=niet te Geloven!)
  8. Oudenbosch: wa zijddun manne nallemaol (=niet te Geloven !)
  9. Oudenbosch: ijeet dun eule dag thuis over en weer lope lope (=hij heeft thuis de hele dag heen en weer Gelopen)
  10. Mestreechs: wee dat geluif is gèk of simpel (=Wie dat Gelooft is niet goed bij zijn hoofd)
  11. Munsterbilzen - Minsters: n kat énne zak koope (=blindelings Geloven)
  12. Bilzers: ich geleef nie en sinterkloës (=moeilijk te Geloven)
  13. Zeeuws: kheloof at vlie-es beter is as de bie-enen (=Geloven)
  14. Zwevegems: éwel gardeveau (=het is niet te Geloven)
  15. Sint-Niklaas: amai mijne frak (=niet te Geloven)
  16. Bilzers: de kons mich zégge woste wils, mér... (=Geloof het of Geloof het miet, maar...)
  17. Westfries: je líege dènk? (=dat Geloof ik niet.)
  18. Gils: tzalwel (=daar Geloof ik niks van)
  19. Helenaveens: Die is niks (=Hij/zij heeft geen Geloof)
  20. Munsterbilzen - Minsters: as piepele hoj aete ! (=Geloof je dat ?)
  21. Bilzers: das zever en pekskes (=dat Geloof ik niet)
  22. Oudenbosch: begrepte gij da nou ? (=dat is toch niet te Geloven)
  23. Gils: ze zegge zoveul / geleufde ge dè (=je moet niet alles Geloven)
  24. Oudenbosch: maok da oew moeder wijs (=dat Geloof ik niet)
  25. Tilburgs: irst ut kiendje zien, dan pas wiege (=eerst zien, dan pas Geloven)
  26. Tongers: hot oer möle tauw veur dè (=ge moet hem niet Geloven)
  27. Westerkwartiers: loov'm doe'j ien 'e kerk (=Geloven doe je in de kerk)
  28. Deinzes: 't schilt! (=dat Geloof ik niet)
  29. Hansbeeks: Da ziede van hiere (=Dat Geloof ik niet)
  30. Gronings: magst mie leuven of nait (=Geloof het of niet)
  31. Nijlens: Tzal wel zaan da (=Dat Geloof ik niet)
  32. Tilburgs: òch gaowèg ,dè gelêûft gin meens! (=ach nee toch, dat Gelooft niemand!)
  33. Tilburgs: hij hò blotskòp bèùte gelôope èn toen un goej klèts gevat. (=hij had blootshoofds buiten Gelopen en toen een fikse kou gevat.)
  34. Westerkwartiers: wils't wel loov'm dat . . (=wil je wel Geloven dat . .)
  35. Westerkwartiers: huuf'st mij niet loov'm (=je hoeft mij niet te Geloven)
  36. Westerkwartiers: kins't mij loov'm of niet (=je kunt mij Geloven of niet)
  37. Sint-Niklaas: mok ta de kiekens wijs (=dat Geloof ik niet)
  38. Sint-Katelijne-Waver: Kgeluuf er giên dèm van (=Ik Geloof er niets van)
  39. Munsterbilzen - Minsters: trèk es ojn mene vinger ! (=ik Geloof je niet !)
  40. Munsterbilzen - Minsters: aste da nie geleefs, maok ich tich get aanester wijs (=Geloof me vrij !)
  41. Amsterdams: Ja, ik ben Blinde Maupie (=Ik Geloof er niets van)
  42. Leissels: ik geleuf er gin zak van (=ik Geloof er niks van)
  43. tervurens: ik paas er et maane van (=ik Geloof hem niet)
  44. Sint-Laureins: ge ziet da van ierre (=dat Geloof ik niet)
  45. Oudenbosch: ut zal mijne tijd wel dure (=ik Geloof het wel)
  46. Sint-Niklaas: mijn oor ja! (=ik Geloof niet dat het waar is)
  47. Liwwadders: wat seist my nou? (=daar Geloof ik helemaal niets van)
  48. Munsterbilzen - Minsters: tGeloof ès noë de botte (=ik Geloof er niet meer in)
  49. Munsterbilzen - Minsters: tgloof ès noë de botte ! (=ik Geloof er niet meer in !)
  50. Munsterbilzen - Minsters: as ich ter mene vinger nie kan ènstaeke (=ik Geloof je niet)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen