Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gelo`

  1. De ganzen Geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=Zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  2. een Geloof dat bergen kan verzetten (=een sterk geloof)
  3. een onGelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  4. eraan moeten Geloven (=of iemand wil of niet, het moet toch gebeuren)
  5. ergens geen spaan van Geloven (=niets ervan geloven)
  6. Geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=Wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  7. iemand Geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord geloven)
  8. ik Geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  9. in de aap Gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
  10. met een goed Geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  11. twee Geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  12. zijn ogen niet Geloven (=niet geloven wat men ziet)
  13. zijn oren niet Geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)

40 betekenissen bevatten `Gelo`

  1. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opGelost)
  2. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend Geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  3. iemand iets heten liegen (=beweren dat iemand Gelogen heeft)
  4. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat Geloof ik niet)
  5. morgen brengen (=dat Geloof je toch zelf niet! dat doe ik beslist niet!)
  6. de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in Gelooft)
  7. de lens is uit de wagen (=de zaak is vastGelopen)
  8. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorGeloos leven hebben)
  9. het achtste wereldwonder (=een onGelooflijk prachtig iets)
  10. een geloof dat bergen kan verzetten (=een sterk Geloof)
  11. een hartje zonder zorg (=een zorGeloos iemand)
  12. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten Geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  13. de draak met iets steken (=ergens niets van Geloven en er grapjes over maken)
  14. uit de brand zijn (=geholpen zijn, problemen opGelost)
  15. voor goede munt aannemen (=Geloven)
  16. zijn ogen vertrouwen (=Geloven wat men ziet)
  17. het is gedaan met kaatje (=het is afGelopen)
  18. het liedje is uitgezongen (=het is afGelopen)
  19. dat loopt op zijn einde (=het is bijna afGelopen)
  20. het is hoed (=het is verkeerd afGelopen)
  21. hij heeft het probleem onder de knie (=het probleem is opGelost)
  22. iemand geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord Geloven)
  23. iets voetstoots aannemen (=iets Geloven zonder bewijs )
  24. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen Geloven)
  25. wat in het vat zit, verzuurt niet (=iets wat goed is en goed bewaard wordt, verliest zijn waarde niet / wat beloofd is zal ook worden inGelost)
  26. iets voor zoete koek slikken (=iets zomaar Geloven)
  27. ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik Geloof er maar weinig in)
  28. in partibus infidelium (=in het land der onGelovigen)
  29. de wens is de vader van de gedachte (=je Gelooft iets, omdat je wil dat het zo is)
  30. zijn ogen niet geloven (=niet Geloven wat men ziet)
  31. ergens geen spaan van geloven (=niets ervan Geloven)
  32. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets Geloven)
  33. Het ringetje van de deur kussen (=Onderdanig / beleefd zijn voorbij Geloofwaardigheid)
  34. zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opGelost worden)
  35. van de prins geen kwaad weten (=uiterst arGeloos zijn)
  36. veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven (=veel mensen zijn al blij met een belofte en Geloven alles)
  37. Geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=Wees niet lichtGelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  38. De ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=Zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen Geloof.)
  39. de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloosterGelofte verbreken)
  40. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloosterGelofte verbreken)

Het dialectenwoordenboek kent 129 spreekwoorden met `Gelo`

  1. Mestreechs: Gelouf, geluive, iech geluif (=Geloof, Geloven, ik Geloof)
  2. Brugs: t'i nie Geloofluk (=niet te Geloven)
  3. Westfries: zo foin as poppestrond (=zeer Gelovig)
  4. Utrechts: Die heeft doar de Adelaorstraot Gelope!! (=Die heeft door de Adelaarstraat Gelopen)
  5. Lebbeeks: knijt: Ik Geloeëf er giën knijt van (=Ik Geloof er geen barst van)
  6. Oudenbosch: Sienterklaos en zwaove (=Geloofsleven te Oudenbosch)
  7. Liedekerks: Das ie een begankenis (=Heen en weer Geloop)
  8. Kaatsheuvels: hij ies een grôôt missoal (=hij is een Gelovig mens)
  9. Waregems: Geload link nen ond mee vloein, Geload link nen eezle (=gepakt en gezakt)
  10. Drents: Hej giet er diepe deur. (=Hij is erg Gelovig.)
  11. Lunters: hut is heeltonttaard (=uit de hand Gelopen)
  12. Lebbeeks: oek: Z'és tegen d'n oek van en ronne taufel Geloeëpen (=Ze is zwanger)
  13. Bilzers: en den aop Gelozjiërd zin (=in moeilijkheden zitten)
  14. Hals: ei èèt doe blaa skeite Geloete (=afzien)
  15. Bilzers: sjeef Gelojje (=een glaasje te veel op)
  16. turnhouts: haai ee zenne kees Geloaten (=hij is overleden)
  17. Roosendaals: In de wei Geloopen emme mee. (=Verkering gehad hebben met.)
  18. Aalsters: Loeipen dat a kloeiten Geloik angen (=Heel snel lopen)
  19. leuvens: Zes teige nen hoek van een ronne tofel Geloepe (=Zij is zwanger)
  20. Westerkwartiers: as is verbraande törf (=als het anders was Gelopen . .)
  21. Mestreechs: aon koume gestieveld (=aan komen Gelopen)
  22. Munsterbilzen - Minsters: tès niks Geloeëte (=het baat niet !)
  23. Melseels: ei is't gon zeigen, ei ee zenne kijker Geloaten (=hij is overleden)
  24. Rotterdams: Das Gelope (=Dat is mooi meegenomen)
  25. Gents: veur mij nie Geloaten (=er is geen bezwaar)
  26. Bilzers: vür de kop Gelope (=voor het hoofd gestoten)
  27. Antwerps: zei tege an ronde toafel Gelope (=ze is zwanger)
  28. Munsterbilzen - Minsters: da liegter ! (=dat is Gelogen !)
  29. Bilzers: Da's Geloëge! Dat liegste! (=Dat is een leugen!)
  30. Tilburgs: zèè de himmòl lôopes (=heb je dat hele eind Gelopen)
  31. Antwerps: 'kzen in den aop Gelogeerd (=ik heb problemen)
  32. Munsterbilzen - Minsters: Geloje waaj ne mauliëzel (=zwaar beladen)
  33. Waregems: en gij Gelooëft da !! (=en jij volgt die bewering/mening !!)
  34. Overpelts: gè hèt 'm Gelo(=je geraakt niet van hem af)
  35. Hardinxvelds: Woar héjuh datoch Geloatuh (=Waar heb je dat toch gelaten)
  36. Bachten de kupes: nis Geloan lik u mulezel (=hij draagt veel bagage)
  37. Antwerps: 'kem hiel antwâarpe oep z'en bakkes Geloepe en niks gevonde (=vruchteloos zoeken)
  38. Aalsters: goe Geloin / keirre goe vol /e stuk in moin kloojten emmen (=zat zijn)
  39. Sint-Niklaas: nô bennik in den oap Gelozjeerd (=nu heb ik een probleem)
  40. Lichtervelds: we zyn in dn oap Gelozjeerd (=we hebben nu wat voor)
  41. Boorsems: Es te miech neet geluifs, dan maak iech diech get anges wies. (=als je me niet Geloofd, dan maak ik je wat anders wijs.)
  42. Munsterbilzen - Minsters: dae hèt lang aater hër zitte te vange (=hij heeft er lang achter Gelopen)
  43. Munsterbilzen - Minsters: en aste dat nie geleefs maok ich tich get aanester wijs (=de kerstman Geloofde nog in sinterklaas)
  44. Bilzers: aste n poos alléén wûls Gelotte wiëne, doet dan den aofwas ! (=met de afwas sta je altijd alleen)
  45. Lekkerkerks: de klok het Gelooien (=de (toren-)klok heeft geluid (betekent: het is tijd))
  46. Buggenhouts: hei hait achter de beerkeir Geloeipen tegen de wind in (=iemand met sproeten op zijn gezicht)
  47. Oudenbosch: Geloofde gij da ? (=dat kan niet waar zijn)
  48. Munsterbilzen - Minsters: daaj lieg tot ze zwat ziet (=alles wat ze zegt is Gelogen)
  49. Bilzers: dae éstemét voert ! (=die Gelooft dat ook nog)
  50. Munsterbilzen - Minsters: hang dat on de kat hërre stat (=dat Gelooft toch niemand)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen