Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Gebruik`

  1. dat is iemand met een Gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  2. de tijd gaat snel, Gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan gebruiken)
  3. de tijd vliet snel Gebruik hem wel (=doe wat je moet doen, terwijl je nog kan)
  4. zijn ellebogen Gebruiken (=zich ten koste van anderen opwerken)
  5. zijn verstand Gebruiken (=het verstandig aanpakken)

30 betekenissen bevatten `Gebruik`

  1. wie appelen vaart, die appelen eet (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook Gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van)
  2. bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure Gebruiken)
  3. zijn ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen Gebruiken)
  4. met zijn talenten woekeren (=de persoonlijke mogelijkheden/gaven goed Gebruiken)
  5. goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te Gebruiken wordt het karwei snel geklaard)
  6. Eet vis, als er vis is. (=Een gunstige gelegenheid moet men niet onGebruikt laten voorbijgaan.)
  7. dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen Gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  8. ieder vist op zijn getij (=iedereen maakt Gebruik van het geschikte ogenblik)
  9. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes Gebruikt wordt)
  10. het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te Gebruiken is)
  11. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als Gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  12. te/van pas komen (=iets goed kunnen Gebruiken)
  13. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=in de Middeleeuwen Gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden)
  14. (haring) bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt Gebruikt.))
  15. op zijn tandvlees lopen (=in totale uitputting voortdoen, zijn laatste krachten Gebruiken)
  16. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid Gebruiken als die zich voordoet)
  17. overboord werpen (=niet langer Gebruiken, ervan afzien)
  18. met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld Gebruiken)
  19. iemand op sleeptouw nemen (=omdat iemand het alleen niet lukt diegene helpen, iemand steeds maar dingen beloven zonder die na te komen, iemand Gebruiken voor eigen belang zonder dat die het doorheeft)
  20. Een oud paard van stal halen. (=Oude argumenten opnieuw Gebruiken)
  21. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander Gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  22. uit het vuistje (=uit de hand , zonder Gebruik van mes en vork)
  23. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid Gebruik maken)
  24. de kans schoon zien (=van de gelegenheid Gebruik maken)
  25. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid Gebruik maken)
  26. heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het Gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
  27. gevleugelde woorden (=veel Gebruikte uitdrukking)
  28. de tijd gaat snel, gebruik haar wel (=verspil nooit de tijd die je kan Gebruiken)
  29. de biezen pakken (=vertrekken (de biezen zijn een dubbele mand van vlechtwerk, Gebruikt als koffer))
  30. wie niet sterk is moet slim zijn (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid Gebruiken om je doel te behalen)

Het dialectenwoordenboek kent 43 spreekwoorden met `Gebruik`

  1. Zeeuws: \ (=smerig water Gebruiker:)
  2. Westerkwartiers: da's hier niet gangboar (=dat is hier niet Gebruikelijk)
  3. Heerlens: knoa botter (grote hoeveelheid is altijd Gebruikelijk) (=klontje boter)
  4. Diesters: ne vuielen truk Gebruike; liggenemme;me zen kloeëte ( voete ) spele; ne kloeët aftrekke; ieëne aftrekke, vals speele (=beetnemen)
  5. Oudenbosch: da kan wel un kwasje Gebruike (=dat moet nodig geverfd worden)
  6. Waregems: ie plochte.../'t plochte.... (=hij was het gewend om.../het was Gebruikelijk om...)
  7. Liemers: Een ei 's gin ei, twee eiere 's 'n half ei, drie eiere 's pas 'n heel klein eitje (=Groot Gebruiker van eieren alleen met Pasen.)
  8. Genneps: Achterum is 't kèrmes (=Gebruik de achterdeur)
  9. Zeeuws: ou jeneihen in de reeke (=Gebruik je fatsoen)
  10. Sint-Niklaas: da kom goe fa pas (=dat kan ik goed Gebruiken)
  11. Westerkwartiers: dat ken 'k niet bruuk'n (=dat kan ik niet Gebruiken)
  12. Genneps: Niks afslaon as vlie.ge (=alles kunnen Gebruiken)
  13. Bilzers: nau bénech va (=de grove middelen Gebruiken kan helpen)
  14. Helenaveens: Eige teelt roke (=Zelf gekweekte en gefermenteerde tabak Gebruiken)
  15. Weerts: Dae sleutj niks aaf as vleege (=Hij kan alles Gebruiken)
  16. Zeeuws: ie proenkt mie un ander mans veern (=iemands werk Gebruiken)
  17. Zeeuws: Voorbeeld: 'ij èt nooit gjeen tied (=Gebruik van dubbele ontkenning)
  18. Sittards: van de gelaegenheid gebroek maake (=van de gelegenheid Gebruik maken)
  19. Tilburgs: zu-me bè-t Dòrsteg Hèrt ònlègge (=zullen we bij `het Dorstige Hert` iets Gebruiken)
  20. Venloos: Mukke bummele (=fictieve plaatsnaam, Gebruikt als antwoord op de vraag waar men geweest is)
  21. Wetters: 't huis der zuchten(word nu niet meer Gebruikt) (=belastingkantoor)
  22. Lochristis: Moe ge doarveur ne kop op ou lijf hebben (=Je verstand niet Gebruiken)
  23. Geldermalsens: Aggut nie mir wit vatte kit (=Als je het niet meer weet Gebruik je kit)
  24. Zeeuws: ei t'n noe hlad hin voeruhu (=hij Gebruikt zijn verstand[niet])
  25. Venrays: zidde gij nog wel wies (=iemand die zijn verstand niet Gebruikt)
  26. Mestreechs: gebruuk dien ouge en oere (=Gebruik je ogen en oren)
  27. Tilburgs: un schôon gebröök van jaore hèr (=een mooi Gebruik van vroeger)
  28. Barghs: Doa ku-j op noa Keûle ri-jje. (=Dat is zo bot dat je het niet kunt Gebruiken)
  29. Brussels: Amplojeit zou veul Franse woude ni, de Vlomse langosje es abbondant genoeg (=Gebruik zo veel Franse woorden niet, de vlaamse taal is rijk genoeg)
  30. Hulsbergs: Gebroek geer ouch de Veldeke-sjpelling? (=Gebruikt u ook de Veldeke-spelling?)
  31. Zeeuws: Voorbeeld: Je èt er die gaon in 'Olland gaon werkn (=dubbel Gebruik van het werkwoord gaan)
  32. Lebbeeks: tellevies: D'n tellevies masjeer ni (als het over machines gaat Gebruik je het woord masjeer) (=De televisie werkt niet)
  33. Bilzers: Wat hélpe kepotsje en pil asset vrooke nie poepe wil (=Gebruik de juiste hulp)
  34. Bilzers: goei gedaachte koëme raech auttet hat (=Gebruik je verstand met je hart erbij)
  35. Sallands: Luu die völle te zeng hebt, gebruukt weinig woorn. (=Mensen die veel te zeggen hebben, Gebruiken weinig woorden.)
  36. Leefdaals: kletmariet (mariette) (=uitdrukking Gebruikt wanneer iemand iets zegt dat nogal hard aankomt in het gezelschap)
  37. Tilburgs: k-zèè goet roms, mar slèècht katteliek (=ik ben goed rooms (Gebruik veel melk) , maar slecht katholiek)
  38. Klemskerks: feteurlik, zei tn, en je reeë' med een oendekarre (traditionele zei-spreuk, Gebruikt als humoristische woordspeling op 'natuurlijk!' in de zin van 'uiteraard, vanzelfsprekend') (=voituurlijk, zei hij, en hij reed met een hondenkar)
  39. Klemskerks: Stal(h)ille, grooët van wille, grooët van pracht mo' kleeëne va' macht: in Klemskerke en Vlissegem Gebruikte ironische karakterisering van de inwoners van het aanpalende dorp Stalhille. De Stalhillenaars stonden bekend als hovaardig en hooghartig (=Stalhille, groot van wille, groot van pracht maar klein van macht)
  40. Klemskerks: 't Is gebeuterd, zei Smoeter, en j' at ze stuutn drooge (traditionele zeispreuk, Gebruikt met betekenis 'het is gebeurd, het is klaar, het is af') (='t Is geboterd, zei Smouter, en hij at zijn stuiten droog)
  41. Klemskerks: teegn dek: Gebruikt in uitdrukkingen als 'teegn dek sloan': onzacht op de grond terechtkomen, bv. 'k Probeerde me nog vast te houden aan een staak, maar 'k sloeg toch tegen dek' (=tegen dek)
  42. Gents: maan kluutte, Pieroo! (weert mier Gebruikt buite 't stad - an de Muije of op de Brugse Puurte, ' t Van Beeversplain, ba 't gemien volk ) / mein uure Pieroo / kbein nie takoort mee eu (=ik ben het niet met u eens)
  43. Klemskerks: Rienk zei kooker en je bolde me se deeësm (tradtionele zei-spreuk, onder meer Gebruikt met betekenis 'Raak!') (=Ring!, zei Koker, en hij bolde met zijn desem)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen