Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Er be`

  1. De tafel de nodige eEr bewijzen. (=Smakelijk gaan eten.)
  2. een bittEr beetje (=een klein beetje)
  3. eEr betuigen (=vereren)
  4. geen vlees zondEr been (=niets zonder gebreken)
  5. hoe groter geest hoe grotEr beest (=wel verstandig, maar daarom niet goedhartig)
  6. iets op de kepEr beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  7. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug ovEr bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  8. Paarden vallen ook al hebben zij viEr benen. (=Iedereen maakt fouten)
  9. vel ovEr been zijn (=erg mager zijn)

33 betekenissen bevatten `Er be`

  1. gissen doet missen (=als je niet zekEr bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  2. wat men afdingt is het eerst betaald (=als men het goedkoop krijgt, is het vluggEr betaald)
  3. na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meEr ben - het zal mijn tijd wel duren)
  4. zijn trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde maniEr behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  5. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zondEr beleg))
  6. voor paal/schut staan (=een blundEr begaan voor de ogen van anderen (en schamen))
  7. iets in petto houden (=een mededeling voor latEr bewaren)
  8. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie ovEr bestaat)
  9. tussen twee stoelen in de as vallen (=Er bekaaid vanaf komen)
  10. te koop lopen/staan (=Er bespottelijk uitzien)
  11. onze Lieve Heer heeft rare/vreemde kostgangers (=Er bestaan nu eenmaal merkwaardige mensen)
  12. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig ovEr beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  13. Men kan beter naar de bakker dan naar de apotheker gaan. (=Eten is gezond, de apothekEr bezoek je als je ziek bent.)
  14. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat Er beschikbaar/mogelijk is)
  15. ter ziele zijn / ter ziele gaan (=gestorven zijn of sterven, ook figuurlijk: iets dat niet meEr bestaat of actief is)
  16. geen vin verroeren (=heel stil zondEr beweging zijn)
  17. iemand een kroon opzetten (=iemand eEr bewijzen)
  18. iemand in het zonnetje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eEr bewijzen)
  19. iets voetstoots aannemen (=iets geloven zondEr bewijs )
  20. iets achter de hand hebben (=iets tEr beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  21. geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats mindEr bereid te luisteren)
  22. het is een slechte muis die maar een hol heeft (=je doet Er best aan een alternatieve oplossing achter de hand te hebben)
  23. de tijd zal het leren (=na verloop van tijd is Er bekend hoe het gegaan is)
  24. onder de loupe nemen (=nadEr bekijken, aandachtig bestuderen)
  25. hard tegen hard gaan (=niemand die wil toevoegen en Er beide voor gaan om te winnen)
  26. plak en gard ontwassen zijn (=ook zondEr begeleiding wel kunnen leven)
  27. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden (=op de manier zoals je een andEr behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  28. door een donkere bril bekijken (=op een pessimistische maniEr bekijken)
  29. de deur platlopen (=steeds weEr bezoeken)
  30. Ongegund brood wordt veel gegeten. (=Vaak kan men het niet verdragen dat het een andEr beter gaat.)
  31. het is koek en ei tussen hen (=ze zijn zeEr bevriend)
  32. als een kip zonder kop (=zondEr beraad, onbesuisd)
  33. met zijn tien geboden eten (=zondEr bestek met de vingers eten)

Het dialectenwoordenboek kent 1381 spreekwoorden met `Er be`

  1. Westerkwartiers: troan'n met tuut'n reer'n (=erbarmelijk huilen)
  2. Zeeuws: ie sprong ter op asn duvel op hi -erad (=reageren)
  3. Liedekerks: K'peisn dak erau was (=Ik was heel ziek / Ik was echt geschrokken)
  4. Westerkwartiers: papp'n en natholl'n (=erbij blijven en opletten)
  5. Zeeuws: ie sprong ter op as un bok op un [haver] iver kisteas nduuvel oophie-erad (=rap)
  6. Westerkwartiers: 'n grapke moet kenn'n (=een grapje hoort erbij)
  7. Twents: koffie met 't bloate gat (=koffie zonder iets erbij (koekje, taart))
  8. Westfries: je steke d'rin as 'n boneskouf (=Wat loop jij erbij!)
  9. Munsterbilzen - Minsters: èn zen haan spaaje (=eraan beginnen)
  10. Bilzers: ich zoeter vür aeveviël bij (=Ik zat erbij als Piet Snot)
  11. Gents: ge zit doar gelaak nen uil op ne kluit (=erbij zitten voor Piet snot)
  12. Westerkwartiers: die goan noar de haai'n (=die gaan eraan !!)
  13. Budels: Blieft eraf mej ouw kluutjes vingers! (=Niet aankomen!)
  14. Westerkwartiers: papp'm en nathold'n (=eraan doen wat in je vermogen ligt)
  15. Balens: mee heejel de reutemeteut (=met alles erop en eraan)
  16. Bilzers: goei gedaachte koëme raech auttet hat (=gebruik je verstand met je hart erbij)
  17. Kortrijks: Ie stoat te gaapn gelik een ond ip een zieke koe (=Hij staat erbij te kijken)
  18. Hoeselts: Dè hèt mich dat vlees ammël `opzëgzo'ts` opgète (=Iets (duur) opeten zonder iets erbij)
  19. Volendams: Un snoek is niet groot, moar ij bèèt wél je bien erof (=Een snoek is niet groot, maar hij bijt wel je been eraf)
  20. Munsterbilzen - Minsters: èn feite hübset ook gezoeke (=het zat eraan te komen !)
  21. Tilburgs: Naa hadjEr bem diettie toen nie ha. (=Nu had hij erbij die hij toen niet had.)
  22. Westerkwartiers: hij 's deur de moaz'n van 't net gleed'n (=hij is eraan ontglipt)
  23. Waregems: en heel den utsekluts, den battaklang, (=met alles erop en eraan)
  24. Lebbeeks: aule: Waur aule ze 't! (=Hoe komen ze erbij!)
  25. tervurens: ummekes (=op een sympathieke manier 'hij' zeggen terwijl de persoon erbij staat)
  26. Merenaars: In miejer op de kassau laugen drau rau auren mi ne parau derbau (=In Mere op de kassei lagen 3 rauwe eieren met een prei erbij)
  27. Munsterbilzen - Minsters: nie vergaete ze jéske aon te trékke vür daste de grot èn gees (=zet hem op voordat je eraan begint)
  28. Rotterdams: Paar meter straat erbij nemen (verwijzing naar prostitutie) (=Extra werk moeten zoeken (geld nodig))
  29. Leids: Hij hep een goed hart. Ut had alleen gekookt op sun rug moete hange. Zo hoog dat de honde erbij kunne. (=Iemand is niet aardig)
  30. Sint-Niklaas: er was ies... (=er was eens...)
  31. Tilburgs: is ur niemes nie (=is er niemand)
  32. West-Vlaams: wadist (=wat is er)
  33. Brakels: der ès a op slegter papier geschreevn (=er zijn er minder mooie)
  34. Bargoens: schijt er aan hebben (=er niets om geven)
  35. Urkers: Wat is er loos (=Wat is er aan de hand)
  36. Waregems: 't zijn der die... (=er zijn er die...)
  37. Tilburgs: ut rokt ur (=er is heibel)
  38. Bilzers: doë ès kal (=er is sprake)
  39. Arnhems: Wà heijij (=Wat is er)
  40. Sallands: wat is 't (=wat is er)
  41. Slands: Wà doggie (=Wat denk je er je er van)
  42. Zeeuws: kie uut ai er nie ofsoenkeld (=er af vallen)
  43. Antwerps: er 't scheit van em'n (=er genoeg van hebben)
  44. Hamonter: Hij proat er neffe (=Er naast praten)
  45. Kortrijks: je kent er gen flutte van (=hij kent er niets van)
  46. Lichtervelds: je moet er jne pap mee koeln (=je zit er mee opgescheept)
  47. Leissels: ik geleuf er gin zak van (=ik geloof er niks van)
  48. Flakkees: Je staet er dim op (=Je ziet er netjes uit)
  49. Westerkwartiers: zichst er mietereg uut (=je ziet er slecht uit)
  50. Leefdaals: 'k versteun er gien kloette van (=ik begrijp er niets van)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen