Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `Eerlijk`

  1. Eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)

31 betekenissen bevatten `Eerlijk`

  1. recht door zee gaan (=altijd Eerlijk blijven/zijn)
  2. zijn hemel op aarde verdienen (=een goed en Eerlijk leven leiden)
  3. een leventje als een luis op een zeer hoofd (=een hEerlijk leventje)
  4. recht en slecht (=eenvoudig en Eerlijk)
  5. iedereen wat van de stokvis (=Eerlijk delen)
  6. klare wijn schenken (=Eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  7. met de hand op het hart (=Eerlijk en gemeend)
  8. het kind bij de naam noemen (=Eerlijk voor de mening uitkomen)
  9. het hart op de rechte plaats hebben (=Eerlijk zijn)
  10. de koninklijke weg bewandelen (=Eerlijk zijn)
  11. recht in zijn schoenen lopen/staan (=Eerlijk zijn, niets misdaan hebben)
  12. open kaart spelen (=Eerlijk zijn, niets verbergen)
  13. de rechte weg is de beste (=Eerlijkheid loont)
  14. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en hEerlijk slapen)
  15. aan de strijkstok blijven hangen (=geld dat aan een goed doel wordt besteed verdwijnt voor een groot deel bij mensen die onEerlijke onkosten maken)
  16. het daglicht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of onEerlijk gedaan)
  17. met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet Eerlijk zijn)
  18. Iets door het oog van de schaar halen (=Materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf onEerlijk zaken toe-eigenen)
  19. dieven met dieven vangen (=mensen die niet Eerlijk zijn of gemeen, moet je op dezelfde manier ook behandelen)
  20. met open vizier (=met Eerlijke middelen)
  21. te goeder trouw (=naar beste weten en Eerlijk handelend)
  22. niet zuiver op de graat (=niet helemaal Eerlijk)
  23. de man wel, maar het paard niet (=niet helemaal Eerlijk zijn)
  24. kromme gangen gaan (=omwegen maken, onEerlijk zijn)
  25. te kwader trouw (=onbetrouwbaar, onEerlijk handelend)
  26. laag bij de grond (=onEerlijk, unfair)
  27. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, Eerlijk zeggen waar het op staat)
  28. iets in de wacht slepen (=op onEerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld)
  29. onder één hoedje spelen (=samen iets onEerlijks doen)
  30. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een hEerlijk leven)
  31. van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / Eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)

Het dialectenwoordenboek kent 14 spreekwoorden met `Eerlijk`

  1. Riemsts: reit oot gezeit (=Eerlijk gezegd)
  2. Zeeuws: t is wezeluk wer (=Eerlijk waar)
  3. Weerts: dao esse mét kwaoj hang aan gekaome (=daar is iemand niet op een Eerlijke manier aan gekomen)
  4. Genneps: Iedereen wat van het verkensgat (=Eerlijk delen)
  5. Ostêns: ik zien rechte voe de vuste (=ik ben Eerlijk)
  6. Schijndels: dun irlukke vènder hih ut geld afgelivverd bè (=de Eerlijke vinder heeft het geld afgeleverd bij)
  7. Munsterbilzen - Minsters: broederlëk dele en zusterlëk opaete (=Eerlijk verdelen)
  8. Munsterbilzen - Minsters: métte hand oppet hat (=Eerlijk waar !)
  9. Opglabbeeks: de kürrik int midde houwe (=Eerlijk blijven)
  10. Zeeuws: dr is hin ie-en kleinleuhentje bie (=Eerlijk waar)
  11. Westerkwartiers: 't is doar lieg'n en bedrieg'n (=niemand daar is Eerlijk)
  12. Sint-Niklaas: 't is Eerlijk woar (=het is echt waar)
  13. Venloos: dae flut auk neet wao det der woent (=hij is niet Eerlijk)
  14. Zeeuws: 'k kan 't nie al mee 'n schèrtje knip'n (=als iets niet precies Eerlijk verdeeld kan worden)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen