Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


Eén spreekwoord bevat `Een,`

  1. wanneer twee honden vechten om een bEen, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)

2 betekenissen bevatten `Een,`

  1. iets van de daken schreeuwen/prediken/verkondigen (=iets luid, voor iederEen, verkondigen)
  2. dieven met dieven vangen (=mensen die niet eerlijk zijn of gemEen, moet je op dezelfde manier ook behandelen)

Het dialectenwoordenboek kent 3551 spreekwoorden met `Een,`

  1. Rotterdams: Hotel Emma (=Politieburo Eendrachtsplein)
  2. Westerkwartiers: dat hangt as lös zaand an mekoar (=dat zijn allemaal eenlingen)
  3. Merenaars: oepen en toepen (=eender wat doen, erop los leven)
  4. Zwols: kiek die tamme ente ies, as 't oew tamme ente is pak em dan. In de 60-er jaren reed er in Zwolle een lelijk eendje rond met de Latijnse tekst: Sidi tamentis, astoe entis pactum (=kijk die tamme eend eens, als het jouw eend is pak hem dan)
  5. Middelnederlands: huus ende hof houden met eene wive, met eene vrouw (=samenwonen (vooral buitenechtelijk))
  6. Oudenbosch: de tijd eenie stilgestaon (=er is veel veranderd)
  7. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  8. Merenaars: der mè zèn moesj nor sloeën (=raden, eender wat antzoorden)
  9. Brabants: dur eene gaon vatten (=een borrel gaan drinken)
  10. Lutters: alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water)
  11. Westerkwartiers: elk schot is gien eendvogel (=niet elke poging lukt)
  12. Bilzers: den eenen of den aandere (=de één of ander)
  13. Graauws: eenen ne pee stoven (=iemand voor de gek houden)
  14. Genneps: klitse, klatse, kla.nder, van den eenen bil óp d'n a.ndere (=op en neer)
  15. Twents: den löp met beide beene in eene piepe (=hij is heel onhandig)
  16. Steins: 't is mich sjiet egaal (=het is mij om het eender)
  17. Noorderkempisch: Paktitamentis (=Pak die tamme eend eens)
  18. Hams: Da's tjij (=Zo is hij nu eenmaal)
  19. Lebbeeks: vrouijen: Dei zaa mé ne paul vrouijen (=Die zou met eender wie vrijen)
  20. Twents: eene flink an de pinne loat'n roek'n. (=iemand hard laten werken)
  21. Epers: Dät kan net eender wat wéézn (=Dat kan van alles zijn)
  22. Oudenbosch: da gaodover mun out eene (=dat gaat mij veel te ver)
  23. Bilzers: haol mich zau nog èns eene\r\ne ras epoët (=zo is er maar één)
  24. Oudenbosch: gaotur nou nie om-eene draaie (=zeg wat je wilt zeggen)
  25. Oudenbosch: ze kwame allemaol d n eene mit d n aandere binne (=ze kwamen allen tegelijk binnen)
  26. Oudenbosch: eurst deur d n keurdo-ns eene motte (=eerst verwerken om verder te kunnen)
  27. Klemskerks: 't Reegent d'r ip lik ip een oande: hij/zij is ongevoelig voor berisping, kritiek, vermaning of goede raad (='t Regent erop gelijk op een eend)
  28. Urkers: as je oover de kwoadampen eene binnen (=als je de midlifecrisis te boven bent)
  29. Walshoutems: weivuel zo da wooge puist ne kir (=Hoeveel zou dat wegen probeer eenmaal)
  30. Kampers: Sie die tamme ante ies, as te oenten ist pakt em (pseudo-latijn!) (=kijk die tamme eend eens,als ie van jou is pak 'm)
  31. Liemers: Hentum van Bentum draei-j den end um anders verbrentum (In kwazie latijn). (=Pastoorsmeid Hentje van Bentum was ook de koster en hadden eend in de pan die dreigde aan te branden onder de hoogmis de pastoor draaide zich om en zong:)
  32. Sint-Niklaas: een tikenei (=een ei van een kip)
  33. Zeels: een scheet in een flesse (=een niemendalletje)
  34. Zomergems: een beschetn comisse (=een zaak met een reukje aan)
  35. Avelgems: Est een meiske of ne knecht? (=Is het een meisje of een jongen?)
  36. Amelands: een twe hanz stukje of een een hanz stukje (=een een hands stukje of een twee hands stukje)
  37. Overmeers: 'n klesse hoar (=een haarlok)
  38. Zeeuws: ùnont (=een hond)
  39. Overmeers: nen boek koarten (=een kaartspel)
  40. Sint-Niklaas: 'nen oarzak (=een valsspeler)
  41. Overmeers: e vloksken snieë (=een sneeuwvlokje)
  42. Aalsters: een snabbe en een beet (=kortaf)
  43. Lokers: e pieleke vliees (=een bolletje gehakt of een sneetje charcuterie)
  44. Sevenums: kaojen duuej is gewissen duuej (=een koude dooi is een zekere dooi)
  45. Overpelts: nenaawenotto en nenouwenotto (=een oude auto en een nieuwe auto)
  46. Munsterbilzen - Minsters: hae deed et én den oto (=een pooier in een Escort)
  47. Fries: Ik bin in tûken ien (=Ik ben een tuiken een)
  48. Siebengewalds: an enne bergse (=Waar heeft een Siebengewalder een hekel aan..)
  49. Zeeuws: Da's mae 'n schoef kind (=Dat is een is een schuw kind)
  50. Liedekerks: gestreltj dee een peirabie (=gestoken door een bij)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen