Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


69 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Een o`

  1. aan Een oor doof zijn (=iets niet willen horen)
  2. Aan Een oud dak moet je veel herstellen (=Verouderde zaken vergen nu eenmaal onderhoud)
  3. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze Een onaangename geur (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren)
  4. als Een olifant in de porseleinkast (=buitengewoon onvoorzichtig of tactloos)
  5. daar is gEen oogje vet meer op (=dat is niet veel meer waard)
  6. dat gaapt als Een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
  7. dat gaapt zo wijd als Een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  8. dat past als een vuist in Een oog (=dat past helemaal niet)
  9. de boter allEen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  10. een gezicht als Een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat er bijv. iets gedaan moet worden))
  11. een leven als Een oordeel (=een verschrikkelijk lawaai)
  12. een nieuwe lap op Een oud kleed (=een zinloze toevoeging)
  13. Een olifantshuid hebben (=veel kunnen verdragen)
  14. Een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht)
  15. Een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
  16. Een ondergeschoven kindje zijn (=iets of iemand is miskend. Zie bedstede voor de letterlijke betekenis)
  17. Eén onderrok trekt meer dan twee paarden. (=De invloed van een vrouw is heel sterk)
  18. Een ongeletterde boer (=weinig geleerd persoon)
  19. Een ongelikte beer (=een onbeschofterik)
  20. Een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  21. Een ongeluk begaan (=zodanig kwaad zijn dat er `n ongeluk van komt)
  22. Een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  23. Een ongeluk komt zelden/nooit alleen (=als er iets misgaat, gaat er vaak nog meer mis)
  24. Een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  25. Een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
  26. Een oog in het zeil houden (=in de gaten houden)
  27. Een oogje dichtdrukken/toeknijpen/luiken (=niet optreden tegen iets wat eigenlijk niet mag. Iets gedogen)
  28. Een oogje in het zeil houden (=iets in de gaten houden)
  29. Een oogje in het zeil houden (=Alert zijn)
  30. Een oogje op iemand hebben (=tedere, mogelijk verliefde, gevoelens voor iemand koesteren)
  31. Een oorblazer (=Een kwaadspreker)
  32. Een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  33. Een open oog voor iets hebben (=voor iets open staan)
  34. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  35. Een oud paard van stal halen. (=Oude argumenten opnieuw gebruiken)
  36. Een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  37. Een oud wijf zijn (=zich niet flink gedragen - zeuren)
  38. Een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  39. Een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen)
  40. Een oude vrouw en Een oude koe, die vallen toe, maar Een oude man en Een oud paard zijn niets meer waard. (=Een oude vrouw kan soms nog wel wat doen, maar aan een oude man heb je niets dan last)
  41. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  42. ergens gEen oog voor hebben (=er niet op letten)
  43. gapen als Een oester (=met de mond wijd open geeuwen)
  44. gapen als Een oester die in de warmte komt (=met de wond wijd open geeuwen)
  45. gEen olie meer in de lamp hebben (=platzak zijn - levensmoe (of ernstig ziek))
  46. gEen oren hebben naar iets (=ergens niet naar willen luisteren)
  47. gEen oud wijf bleef aan het spinnewiel (=iedereen kwam kijken)
  48. geluk bij Een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
  49. het is op Een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
  50. het varken is op Een oor na gevild/gewassen (=het is bijna klaar)

94 betekenissen bevatten `Een o`

  1. het licht zien (=begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep, Een oplossing komt in zicht)
  2. de grond onder zich voelen wegzinken (=beschaamd zijn , gEen oplossing meer zien)
  3. er voor gaan (=besluiten aan Een onzekere onderneming te beginnen en zich er volledig voor in te zetten)
  4. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel Een oplossing voor te vinden)
  5. dan zijn we nergens (=dan is er gEen oplossing)
  6. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is Een ongewone gebeurtenis)
  7. dat is een bal voor open doel (=dat is Een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  8. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit Een omvangrijk werk)
  9. als proefkonijn dienen (=dienen voor Een of ander experiment)
  10. van die boer, geen eieren (=dit is Een oplossing die men niet wenst)
  11. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering Een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  12. zich achter de oren krabben (=door Een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  13. uit de heup schieten (=een discussie ingaan met Een ongenuanceerde argumentatie)
  14. een slimme vogel (=een handig persoon met overal Een oplossing voor)
  15. een tang van een wijf. / Een oude tang (=een heks, feeks. / Een oude lastige vrouw)
  16. een zwaluw maakt de lente niet (=Een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  17. een lijk in de kast (=Een onaangename erfenis)
  18. in de fout gaan (=Een onaanvaardbaar of strafbaar feit begaan)
  19. op de koop toe nemen (=Een onbedoeld gevolg accepteren)
  20. een stuk of tig (=Een onbekend aantal)
  21. een ongelikte beer (=Een onbeschofterik)
  22. aan de zwabber zijn (=Een onbezorgd leventje leiden)
  23. een zaak aankaarten (=Een onderwerp in de aandacht brengen)
  24. het sop is de kool niet waard (=Een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  25. een speldje bij iets steken (=Een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  26. een kwestie aankaarten (=Een onderwerp ter discussie brengen)
  27. een twistappel vormen (=Een onderwerp van ruzie/conflict/onenigheid zijn)
  28. het achtste wereldwonder (=Een ongelooflijk prachtig iets)
  29. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=Een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  30. een echte Hannes (=Een onhandig persoon)
  31. bij Neck om naar Den Haag (=Een onnodige omweg maken)
  32. een gat in de lucht slaan (=Een onnozele handeling doen)
  33. aan de rem trekken (=Een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
  34. het tij keren (=Een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  35. conditio sine qua non (=Een onvermijdelijke voorwaarde)
  36. een tegenslag (=Een onverwacht nadelig feit of voorval)
  37. als een donderslag bij heldere hemel (=Een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt)
  38. Nood doet zelfs oude vrouwen rennen (=Een onverwachte situatie kan verrassende kwaliteiten naar boven brengen (vergelijkbaar met `angst geeft vleugels`))
  39. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=Een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  40. een krakende wagen (=Een onzekere zaak - iemand met een zwakke gezondheid)
  41. mosterd na de maaltijd (=Een oplossing die te laat komt)
  42. eruit komen (=Een oplossing vinden)
  43. de kool en de geit sparen (=Een oplossing vinden waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn)
  44. het hart op de goede plaats hebben (=Een oprecht en menslievend karakter hebben)
  45. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  46. op oud ijs vriest het licht (=Een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
  47. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=Een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  48. een mop met een baard (=Een oude mop)
  49. een geeltje van de plank nemen (=Een oude preek herhalen)
  50. vaatje zuur bier (=Een oude vrijster)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen