Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


425 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ES`

  1. 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nESten warm houden kan. (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden.)
  2. (vaak toegESchreven aan Erasmus, maar komt iets anders al voor in de Griekse klassieken.) (=)
  3. aan alle heilige huisjES aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  4. aan alle kapelletjES aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  5. aan allES een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)
  6. aan de touwtjES trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  7. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjES niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
  8. achter de gordijntjES smullen (=in stilte opeten)
  9. achter de traliES (=opgesloten)
  10. acte de présence geven. (=ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent.)
  11. afwijzend bESchikken op (=het verzoek weigeren)
  12. al moESten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  13. al voor heter vuren gEStaan hebben (=er erger meegemaakt hebben)
  14. alle beetjES helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  15. alle goede dingen bEStaan in drieen (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen…)
  16. alle heilige huisjES aandoen (=alle cafés bezoeken)
  17. alle vrachtjES helpen (=veel kleintjes maken een grote)
  18. allES komt uit al moESten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  19. allES kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
  20. allES malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  21. allES op allES zetten. (=zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken.)
  22. allES op een kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken)
  23. allES op één kaart zetten (=risico vergroten door één ding uit te kiezen in plaats van meerdere)
  24. allES op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  25. allES op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
  26. allES over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  27. allES over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  28. allES wat los en vast is/zit (=alles)
  29. als de zon een mEStvaalt bESchijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur. (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren.)
  30. als een warm mES door de boter. (=als iets erg makkelijk of geleidelijk gaat.)
  31. als hadden geweESt is, is hebben te laat. . (=niet zeuren over gedane zaken)
  32. als je allES van tevoren weet, ga je liggen voor je valt. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  33. als je allES van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  34. als je gESchoren wordt, moet je stilzitten. (=als er scherpe kritiek op je is (je wordt geschoren), kun je beter rustig wachten tot het voorbij is, in plaats van erop in te gaan.)
  35. als paddEStoelen uit de grond schieten (=snel en in grote massa tevoorschijn komen)
  36. als sardientjES in een blik (=stijf boven op elkaar; dicht opeen)
  37. als warme/hete broodjES over de toonbank gaan. (=zeer goed verkopen)
  38. als winnaar/bESte uit de bus komen (=iets of iemand blijkt het beste te zijn)
  39. alsof er een engeltje over je tong piESt (=iets lekker vinden)
  40. arbeider in de wijngaard dES heren (=geestelijk beroep (priester,dominee) uitoefenend)
  41. bESlagen ten ijs komen (=goed voorbereid zijn)
  42. beter kleine meESter dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  43. beter rapen aan eigen dis dan elders vleES of vis (=Oost West thuis best)
  44. bij avond zijn alle katjES grauw (=als het erop aankomt, zijn we allen gelijk)
  45. bij de roES (=alles door elkaar)
  46. bij gebrek aan brood eet men korstjES van pasteien (=bij gebrek aan het goedkope, het dure gebruiken)
  47. bij nacht zijn alle katjES grauw en alle mondjES even nauw (=als het erop aankomt zijn we allen gelijk)
  48. bokkESprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
  49. brandende kwEStie (=een dringende, actuele zaak)
  50. buigen als een knipmES (=zeer onderdanig doen)

592 betekenissen bevatten `ES`

  1. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) allES doen wat iemand vraagt)
  2. in de schoenen schuiven (=(vaak onterecht) bESchuldigen)
  3. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. (=aan allES komt een einde.)
  4. wat de heren wijzen moeten de gekken prijzen (=aan bESlissingen van het hoger gezag moet men zich onderwerpen)
  5. tegen iets aan gooien (=aan iets bESteden)
  6. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de lES die een wijs persoon meegeeft)
  7. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgESlagen.`)
  8. zijn ziel en zaligheid verkopen (=absoluut allES opofferen)
  9. lik op stuk krijgen/geven. (=afgEStraft worden/afstraffen)
  10. Stoom afblazen (=afreageren van emotiES of spanningen)
  11. alle heilige huisjes aandoen (=alle cafés bezoeken)
  12. bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés bezoeken)
  13. aan alle heilige huisjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  14. aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  15. geld stinkt niet. (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegEStaan.)
  16. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / allES in het werk stellen)
  17. voor Sinterklaas spelen. (=alle wensen vervullen, allES voor iedereen betalen)
  18. alles wat los en vast is/zit (=allES)
  19. niets afslaan behalve vliegen (=allES aannemen)
  20. bij de roes (=allES door elkaar)
  21. alles over een kam scheren (=allES en iedereen gelijk stellen)
  22. botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom (=allES gaat goed zonder problemen)
  23. zijn ogen de kost geven (=allES goed in zich opnemen)
  24. alle tij heeft zijn weertij (=allES heeft een keerzijde)
  25. ogen van achteren en van voren hebben (=allES in de gaten kunnen houden)
  26. geen steen op de andere laten (=allES in het werk stellen)
  27. alles op het spel zetten (=allES inzetten en mogelijk allES verliezen)
  28. er is niets nieuws onder de zon (=allES is al eerder vertoond)
  29. boven water zijn (=allES is bekend geworden of is teruggevonden)
  30. het is er haardje bij schuurtje (=allES is er dicht bij elkaar)
  31. in kannen en kruiken zijn (=allES is geregeld)
  32. de kust is veilig (=allES is in orde - er is niemand in de buurt)
  33. voor niets gaat de zon op. (=allES kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt)
  34. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=allES kunnen doen en laten wat iemand wil)
  35. stelen als de raven (=allES maar stelen wat je kunt)
  36. we gaan geen ijsje eten. (=allES mislukt.)
  37. tot in de puntjes regelen (=allES nauwkeurig regelen)
  38. de bramzeilen bijzetten (=allES op allES zetten)
  39. men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=allES op zijn tijd, het feESt niet te vroeg vieren)
  40. long en lever verteren (=allES opmaken)
  41. de volle laag krijgen (=allES over zich heen krijgen)
  42. alles malletje naar malletje doen/maken (=allES steeds weer op preciES dezelfde manier doen)
  43. een oude rot in het vak (zijn) (=allES van het vak afweten en allES weten hoe te doen)
  44. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=allES van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  45. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=allES van iemand gedaan (kunnen) krijgen of allES mogen)
  46. alles over de vloer halen (=allES verplaatsen)
  47. geen ding betert door ouderdom (=allES verslijt door de ouderdom)
  48. zijn hebben en houwen verliezen (=allES wat iemand bezit kwijtraken)
  49. have en goed (verliezen) (=allES wat je hebt (verliezen))
  50. zich uitkleden voor men naar bed gaat (=allES weggeven voor men sterft)

Het dialectenwoordenboek kent 578 spreekwoorden met `ES`

  1. Waregems: oe ES't Godsmeuëlijk! (=het is Godgeklaagd!)
  2. Ninoofs: a ES't vas af (=hij heeft zijn nek gebroken)
  3. West-Vlaams: 't ES'tn gEScheten en gESpogen (=Hij lijkt er als twee druppels water op)
  4. Waregems: in 't begun ES't ol wa wilde en wa zilde, in 't begun 'n kan 't nie ip (=eerst is allES koek en ei)
  5. Waregems: zijn bobijne ES of, zijn piele ES plat, ie ES tend'n (=hij is teneinde krachten)
  6. Westerkwartiers: griezele grapp'n zuurkool !! (=tsjonge nog ES aan toe !!)
  7. Diesters: Dieë ES zoe zot as tieleboës; dieën ES van lotteke getikt; dieë ES oep zenne kop gevalle; dieë ES turrelut; dieë ES ni goe bij ze verstand; zoe zot as en deur ( vrouw ) (=Hij is gek)
  8. Waregems: 't ES in ordre (='t is in orde)
  9. Nuths: Zo douom ES ,n gaws (=oliedom)
  10. Lebbeeks: beniESt: 't ES beniESt, 't ES de waurouijd (='t Is de waarheid (uitspraak na het niezen))
  11. Westerkwartiers: oe kremmESkirrel (=man nog ES aan toe)
  12. Westerkwartiers: schuuf ES wat deur (=doorschuiven - schuif ES wat door)
  13. Slengs: mijn ma ES van slenne en mijn pa ES van kluizen (=moeder is van sleidinge en vader van kluizen)
  14. Lochristis: é ES gelijk de cloons, é komt als 't gedoin ES (=te laat komen om mee te helpen)
  15. Ninoofs: de keir ES geklonken (=miskraam)
  16. Harelbeeks: 'T ES pynantie (=Hij is zat)
  17. Zottegems: ij ES schampavie (=hij is weg)
  18. Stellingwarfs: tot kiek ES (=tot ziens)
  19. Vlijtingens: zo lèt ES de naach (=aartslelijk)
  20. Diesters: Kust gij men kloeëte ES, kust me gat ES (=Laat me gerust)
  21. Westerkwartiers: mens'nkiener en gien enne (=mensen nog ES aan toe)
  22. Bilzers: 't ES allemoeël geë hoeërsnaaje (='t is niet gemakkelijk)
  23. Lebbeeks: kwaffèir: ES a kwaffèir doeëd? (=Een vraag voor iemand met lang haar)
  24. Deinzes: 't spel ES ESpe (=AllES is in orde)
  25. Tiens: men aas ES een kezijreme (=binnen en buiten lopen)
  26. Zeeuws: kom ES krom (=ga eens krom staan)
  27. Erps: e ES gerineweert (=hij bezit niets meer)
  28. Opwijks: zèn keireken ES vol (=hij heeft genoeg gedronken)
  29. Moes: ei ES uit de koan (=hij is aan de beterhand)
  30. Ursels: hij ES gereeen van Costers e moerhond (=hij is bedrogen)
  31. Moes: ei ES schampavie (=hij is er van onder gemuisd)
  32. Koersels: he ES riepe snije (=hij is er vanonder getrokken)
  33. Bilzers: e kënderhendsje ES rap gevüld (=hij is gauw tevreden)
  34. Waregems: ie ES ter deure (=hij is gESlaagd (examen))
  35. Waregems: i ES ebooisd (=hij is gezakt in zijn examen)
  36. Liedekerks: E ES goe sticket. (=Hij is heel dronken)
  37. Wetters: ei ES zu dom as tpeird van kristuus (=hij is niet slim)
  38. Erps: è ES in zen wiek gESchoten (=hij is nijdig)
  39. Zottegems: ij ES van den duvel geree-en (=hij is onhandelbaar)
  40. Merenaars: a ES op trok (=hij is op zwier)
  41. Hansbeeks: 't ES geen avance (=Het zal niet helpen)
  42. Waarschoots: ei ES bei den troep (=hij is in het leger)
  43. Liedekerks: e ES van over 't woater (=hij is van Denderleeuw)
  44. Gents: ij ES in zijn gat gebeten (=hij is verontwaardigd)
  45. Liedekerks: E ES deer ne pasfit gedroiëjd (=Hij is zeer sluw)
  46. Harelbeeks: 'T ES crymieniël (=Hij is zeer zat)
  47. Harelbeeks: 'T ES 'n iëwig dingne (=Het is ellendig)
  48. Hals: das ne erreur da nie chjucht ES (=het is fout)
  49. Deinzes: t schoap ES de preute af (=het is gebeurd)
  50. Ninoofs: 't ES een skeet in een flES (=het is niets bijzonders)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen