Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

37 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `De Kl`

  1. als een blinde over De Kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  2. bij De Kladden krijgen (=te pakken krijgen)
  3. dat gaat je niet in de kouwe/kouDe Kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  4. dat raakt mijn kouDe Kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  5. de grote vissen eten De Kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  6. De groten rijden te paard en De Kleinen hangen tussen hemel en aarde. (=De machtige lui leven op kosten van de gewone man)
  7. De Klad zit er in (=het gaat niet goed)
  8. De Kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  9. De Kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  10. De Klok achteruit zetten (=terug naar oude toestanden gaan)
  11. De Klok hebben horen luiden maar niet weten waar De Klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  12. De Klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
  13. De Klop is er op (=ze is 28 jaar)
  14. De Kluts kwijt zijn (=in de war zijn)
  15. de noppen van De Kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  16. een man van De Klok zijn (=iemand die steeds precies op tijd is)
  17. er is klei aan De Kloet/knikker (=er is iets mis)
  18. er over oordelen als een blinde over De Kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  19. het op De Klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  20. iemand bij De Kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  21. iets aan De Klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
  22. in De Kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  23. kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van De Kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)
  24. met De Klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
  25. met De Klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten)
  26. op De Kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
  27. op De Klippen lopen (=mislukken)
  28. op De Kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
  29. over De Kling jagen (=iemand doden)
  30. tegen De Klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
  31. tussen De Klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden)
  32. uit De Klei getrokken (=boers)
  33. uit De Kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
  34. uit De Kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
  35. uit dezelfDe Klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
  36. van De Kleef zijn (=gierig zijn)
  37. weten wat De Klok slaat (=weten hoe laat het is)

14 betekenissen bevatten `De Kl`

  1. op de poot spelen (=bij De Kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
  2. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelenDe Klusjes opknappen)
  3. het koren van de molen zenden (=De Klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
  4. een hoofd als een boei krijgen (=een erg roDe Kleur krijgen in het gezicht, erg blozen)
  5. een duit in het zakje doen (=een kleine bijdrage leveren. (Historisch: De Kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk).)
  6. zo rood als een kreeft (=een roDe Kleur hebben. (kreeft wordt knalrood tijdens het koken))
  7. De hete aardappel doorspelen (=Iemand anders de vervelenDe Klus laten opknappen)
  8. Iemand een hengst verkopen. (=Iemand een harDe Klap geven)
  9. zich schrap zetten (=klaarmaken om De Klap op te vangen)
  10. tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij De Kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
  11. Een snijder heeft maar een darm. (=Spotternij van boeren, die veel meer eten dan De Kleermaker.)
  12. met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van De Kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
  13. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreiDe Klus heb je meer tijd nodig)
  14. op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook De Kleine uitgaven proberen terug te dringen)

Het dialectenwoordenboek kent één spreekwoord met `De Kl`

  1. Tilburgs: öt De Klaaj getròkke (=lomp, onbeholpen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen