Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `De Handen`

  1. De Handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
  2. De Handen in de schoot (=werkloos)
  3. De Handen slaan aan (=ontwijden)
  4. De Handen thuis houden (=niet aanraken)
  5. De Handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  6. De Handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
  7. de maan met De Handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  8. ergens De Handen voor op elkaar krijgen (=ergens steun (applaus) voor krijgen)
  9. iemand De Handen zalven (=iemand een geschenk geven in de hoop een gunst te bekomen)
  10. liggen De Handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
  11. met beiDe Handen toegrijpen (=met graagte aanvaarden)
  12. met De Handen in het haar zitten (=geen oplossing meer weten)
  13. Rap met de tanden, is rap met De Handen. (=Wie snel kan eten, kan snel werken.)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `De Handen`

  1. Zeeuws: die joean ei vee duumkruud (=sterk in De Handen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: aete métzen tein geboje (=met De Handen eten)
  3. Heerlens: i gen heng klatsje (=in De Handen klappen)
  4. Sint-Niklaas: ze kletsen in oldur pollen (=ze klappen in De Handen)
  5. Arendonks: dabben (=met De Handen in de grond graven)
  6. Zeeuws: klets klets klandere van tie -en billetje op tandere (=deeg met De Handen kneden)
  7. Munsterbilzen - Minsters: baeter kaa haan dan e kaat hat (=krijgen vult De Handen, geven het hart)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen