Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


45 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Dat is`

  1. Dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=dat is voor jou te hoog gegrepen)
  2. Dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  3. Dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  4. Dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  5. Dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  6. Dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  7. Dat is de aard van het beestje (=dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar)
  8. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  9. Dat is de goden verzoeken (=te grote risico's nemen)
  10. Dat is de hamvraag (=de vraag waar het om gaat)
  11. Dat is een aalshuid (=dat is van weinig waarde)
  12. Dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  13. Dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  14. Dat is een echte haai (=assertief en bijdehand mens)
  15. Dat is een eitje (=het is heel eenvoudig)
  16. Dat is een haspel in een fles (=dat is een raadsel)
  17. Dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
  18. Dat is een kwal (=een uiterst vervelend persoon)
  19. Dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  20. Dat is een paard van een daalder. (=Dat is een trots mens)
  21. Dat is een rijkeluiswens (=iets waar heel erg naar wordt verlangd)
  22. Dat is een stuk! (=dat is een aantrekkelijk persoon)
  23. Dat is een ver-van-mijn-bed-show (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  24. Dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  25. Dat is er een uit de arke noachs (=dat is er een uit een groot gezin)
  26. Dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  27. Dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  28. Dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  29. Dat is het hele eieren eten. (=Zo zit de zaak in elkaar.)
  30. Dat is huilen met de pet op (=bedroevend resultaat)
  31. Dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  32. Dat is kaviaar voor hen (=dat is onbereikbaar voor hen)
  33. Dat is koren op zijn molen (=hij zal dat meteen gebruiken als argument voor wat hij toch al wilde)
  34. Dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
  35. Dat is Latijn voor mij (=dat begrijp ik niet)
  36. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  37. Dat is naatje/pet (=dat is waardeloos)
  38. Dat is nog geen haaienvin waard (=waardeloos)
  39. Dat is nog van voor de zondvloed (=dat is al heel oud)
  40. Dat is ook geen heksen (=dat is wel heel gemakkelijk)
  41. Dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  42. Dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  43. Dat is van de baan (=dat gaat niet door)
  44. Dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  45. Dat is zo vast als een huis (=dat is zeker)

53 betekenissen bevatten `Dat is`

  1. hoc est (=Dat is)
  2. dat is nog van voor de zondvloed (=Dat is al heel oud)
  3. dat heb ik nog nooit op een klomp horen spelen (=Dat is al te gek)
  4. dat is een stuk! (=Dat is een aantrekkelijk persoon)
  5. dat staat als een paal boven water (=Dat is een absolute zekerheid)
  6. dat mag met een krijtje aan de balk (=Dat is een ongewone gebeurtenis)
  7. dat is een bal voor open doel (=Dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  8. na mij de zondvloed (=Dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
  9. dat is een haspel in een fles (=Dat is een raadsel)
  10. Dat is een paard van een daalder. (=Dat is een trots mens)
  11. dat is er een uit de arke noachs (=Dat is er een uit een groot gezin)
  12. dat ruikt naar peper (=Dat is erg duur)
  13. dat is geen geld (=Dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
  14. dat moet je niet uitpoetsen/uitvlakken (=Dat is ernstiger dan het lijkt)
  15. dat zet geen zoden aan de dijk (=Dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
  16. dat is geen punt. / Daar maken we geen punt van (=Dat is geen probleem. / Dat is helemaal geen argument)
  17. lach als je begraven wordt (=Dat is geen reden om te lachen)
  18. dat raakt kant noch wal (=Dat is geen zinnig argument)
  19. die perzik smaakt naar meer (=Dat is gunstig - nog van dat!)
  20. dat is andere koek (=Dat is heel iets anders)
  21. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=Dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  22. dat is het begin van het einde (=Dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  23. dat gaapt zo wijd als een oven (=Dat is hoogst onwaarschijnlijk)
  24. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=Dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  25. dat is een ver-van-mijn-bed-show (=Dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; Dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  26. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=Dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  27. dat was op het nippertje (=Dat is maar net gelukt)
  28. dat heeft nogal wat voeten in de aarde (=Dat is moeilijk te realiseren)
  29. dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=Dat is niet te verkopen)
  30. daar is geen oogje vet meer op (=Dat is niet veel meer waard)
  31. dat is kaviaar voor hen (=Dat is onbereikbaar voor hen)
  32. dat gaapt als een oven (=Dat is onwaarschijnlijk)
  33. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=Dat is overduidelijk)
  34. dat is een waarheid als een koe (=Dat is overduidelijk waar)
  35. dat spreekt boekdelen (=Dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  36. dat kan hij in zijn zak steken (=Dat is raak - die zit!)
  37. die zit (=Dat is raak!)
  38. dat is Beulemans Frans (=Dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  39. dat is een brug te ver (=Dat is te hoog gegrepen)
  40. dat is de aard van het beestje (=Dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar)
  41. dat is een aalshuid (=Dat is van weinig waarde)
  42. als een vlag op een modderschuit (=Dat is veel te mooi voor die situatie)
  43. dat is alleen voor pater en mater en niet voor het hele convent (=Dat is voor jou te hoog gegrepen)
  44. dat is naatje/pet (=Dat is waardeloos)
  45. dat is andere peper (=Dat is wat anders, Dat is moeilijker)
  46. dat is andere tabak (=Dat is wat anders, Dat is moeilijker)
  47. dat is andere tabak dan kanaster (=Dat is wat anders!)
  48. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=Dat is wel een heel klein beetje)
  49. dat is ook geen heksen (=Dat is wel heel gemakkelijk)
  50. dat is zo vast als een huis (=Dat is zeker)

Het dialectenwoordenboek kent 2348 spreekwoorden met `Dat is`

  1. West-vlaams: tis tied dathuut is (=tijd dat 't gedaan is)
  2. Mechels (BE): dattem zeurgt veu ... (=dat hij zorgt voor...)
  3. Ransts: dië denkt ok dattem ne witte merel hee (=exhibionist)
  4. Westerkwartiers: die wiet van veur'n niet dat'er van achter'n leeft (=die is dom !!)
  5. Munsterbilzen - Minsters: twelf stiele en dattein ongelëkke (=voor niets goed !)
  6. Hardinxvelds: Woar héjuh datoch geloatuh (=Waar heb je dat toch gelaten)
  7. Lichtervelds: jis gierig datn stienkt (=hij is zeer gierig)
  8. Antwerps: Datrekterni oep (=Dit is niet mooi)
  9. Erps: 'k pijs dathij (=ik verdenk hem ervan)
  10. Texels: Hut waait dat't rôôkt. (=Het waait hard)
  11. Oudenbosch: zurgde gij mar datta eul bleft (=zorg dat dat niet kapot gaat)
  12. Munsterbilzen - Minsters: én den tijd datte beiste koste kalle (=vroeger)
  13. Oudenbosch: vor ut lest datta gewiest is waar mee ons vaoder zunne verjaordag (=sinds vader's verjaardag is dat niet meer gebeurd)
  14. Zottegems: ei scheit mier dan dat'ei eet (=hij geeft veel uit)
  15. Balens: hè docht datem den duvel mi ze moejer ha (=hij verwachtte er te veel van)
  16. Giethoorns: As ik dit,as ik dat.Ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  17. Oudenbosch: ut is wir zo eet datt de musse vant dak valle (=het is weer heel erg warm vandaag)
  18. Bilzers: de dinks toch nie dattech de gebrojde haenkes zoumér énde mond koëme valle (=Voor eten moet je werken)
  19. Giethoorns: As ik dit en as ik dat.Ase is verbraande turf (=Je kunt me nog meer vertellen)
  20. Balens: hè docht datem den duvel mi ze moejer ha (=hij verwachte er te veel van)
  21. Bilzers: datech naut bén getrauwd hét nie on mich gefraete, mér dat ze mich nauts hübbe gevroëg da kannech nie vergaete (=van niets spijt hebben is het begin van alle wijsheid)
  22. Buggenhouts: iene ne stamp tegen zeine inktpot geven dat'n al schreivd voits leupt (=iemand een trap tegen zijn achterste geven)
  23. tervurens: aa iet et werm woeter oeitgevonne of aa paast dattem et werm woeter oeitgevonne iet (=voor iemand die stom is of hem zelf voor slim pakt)
  24. kortemarks: tis oltyd e ditje of e datje (=er is altijd iets mis)
  25. Holsbeeks: De polis stelt na een onderziek in eomda ze 't goe megeloëk vinge data geld me krimineel zokes te moken heet (=De politie stelt een onderzoek in, omdat zij het niet onwaarschijnlijk acht dat het geld te maken heeft met een criminele activiteit)
  26. Veurns: Dat is de puppe (=Dat is prima)
  27. Neerharens: schik is mieg dat (=Dat is mooi)
  28. Haarlems: Dat is maf (=Dat is gek)
  29. brabants: germ (=Dat is niet leuk/ Dat is zielig/ Dat is sneu)
  30. Sint-Niklaas: dakik... (=dat ik...)
  31. Spakenburgs: Daddis dáni (=Dat is dani)
  32. Munsterbilzen - Minsters: da liegter ! (=Dat is gelogen !)
  33. Haperts: Tis sunt. (=Dat is jammer.)
  34. Oudenbosch: das spulleke (=Dat is kwaliteitje)
  35. tervurens: das ni gezievert (=Dat is straf)
  36. Steins: dat geuf mich wónjer (=dat verwondert mij)
  37. Hulsters (NL): da's gepassêêrd (=Dat is voorbij)
  38. Antwerps: dasbekaanstverniet (=Dat is zeer goedkoop)
  39. Boekels: Wel.... (=Is dat zo)
  40. Sint-Niklaas: wasda? (=wat is dat?)
  41. Mestreechs: boe is dat feeske? hei is dat feeske (=waar is dat feesje?)
  42. Gronings: Valt mie nait of'. (=Dat is geweldig! / Dat valt heel erg mee!)
  43. Voorthuizens: dat hên wullie ehdoan (=dat hebben wij gedaan)
  44. Sallands: dat bin 'k kwiet ewöddn (=dat ben ik kwijtgeraakt)
  45. Westerkwartiers: dat komt om 'e hoaverklap veur (=dat gebeurt regelmatig)
  46. Westerkwartiers: dat has't dreumd (=dat had je gedroomd)
  47. Sittards: Dat is ónger de vuit oet (=Dat is aan de kant)
  48. Brakels: tès vandor dat komt (=Dat is de reden)
  49. Noorderkempisch: Dat is ook den duzendste luk (=Dat is erg toevallig)
  50. Bilzers: Dat lit zich aete (=Dat is lekker)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen