Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


421 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `DÃ`

  1. aan de dag leggen (=vertonen)
  2. aan de orde van de dag zijn (=vaak voorkomen)
  3. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  4. Aken en Keulen zijn niet op een dag gebouwd (=niet alles is onmiddellijk klaar - even geduld)
  5. Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd. (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
  6. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  7. alle dagen een draadje is een hemdsmouw in het jaar (=met geduld kan men veel bereiken - vele kleintjes maken een groot)
  8. als 't schip zinkt dan zinkt ook de lading. (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt.)
  9. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  10. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit.)
  11. als de dagen (gaan) lengen, gaat/gaan de vorst/winter/nachten strengen. (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag.)
  12. als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
  13. als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
  14. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  15. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur. (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren.)
  16. als er één schaap over de dam is, volgen er meer. (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel.)
  17. als het bier is in de man dan is de wijsheid in de kan (=van dronkaards verwacht men geen verstandige woorden)
  18. als het geld op is, is het kopen gedaan. (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk.)
  19. als het hemd scheurt dan heeft het een gat (=wees niet vooraf al nodeloos bezorgd)
  20. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  21. als je ergens gaat logeren, moet je maar een paar dagen blijven. (=)
  22. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen. (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd.)
  23. als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een 'parvenu' heeft dikwijls kapsones)
  24. als Pasen en Pinksteren op één dag vallen (=iets wat nooit zal gebeuren)
  25. beter blo(de) Jan dan do(de) Jan. (=het is beter zich laf blood te gedragen, dan te sterven, dood te zijn.)
  26. beter blooie Piet dan dooie Piet. (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt.)
  27. beter een goede buur dan een verre vriend (=van mensen in zijn omgeving kan men meer hulp verwachten)
  28. beter een half ei dan een lege dop. (=beter iets dan helemaal niets)
  29. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  30. beter ermee verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
  31. beter gezegd dan gedaan (=je kan beter iets doen in plaats van niets doen)
  32. beter hard geblazen dan de mond gebrand. (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
  33. beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  34. beter laat dan nooit. (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  35. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  36. beter rapen aan eigen dis dan elders vlees of vis (=Oost West thuis best)
  37. beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. (=je kan beter iets voortijdig stoppen dan doorgaan tot het helemaal verkeerd gaat)
  38. beter van een stad dan van een dorp. (=je kan beter wat krijgen van een rijk persoon dan van een arme.)
  39. beter voorkomen dan genezen. (=je kan beter iets voortijdig voorkomen dan er later de gevolgen van inzien)
  40. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  41. daar ben ik mooi klaar mee. (=nu heb ik een probleem.)
  42. daar durft hij zijn hand voor in het vuur te steken. (=ergens heilig van overtuigd zijn.)
  43. daar geboren en getogen. (=daar geboren en opgegroeid)
  44. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  45. daar groeit het gras in de straten (=daar is het erg saai.)
  46. daar heb ik geen hoge pet van op. (=ik geloof niet dat hij/zij tot veel in staat is/zijn.)
  47. daar heb je het gedonder in de glazen (=daar begint de miserie)
  48. daar heeft hij geen pap (of kaas) van gegeten. (=hij heeft er geen verstand van.)
  49. daar helpt geen lievemoederen/moedertjelief aan. (=niets helpt, ook vriendelijke woorden niet)
  50. daar is een haartje in de boter (=daar is ruzie of wrijving)

711 betekenissen bevatten `DÃ`

  1. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  2. naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
  3. op de vingers kijken (=(Op een vervelende manier) scherp toezien hoe iemand iets doet, zodat elke fout direct opgemerkt wordt.)
  4. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  5. in zijn eigen sop gaar laten koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  6. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  7. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  8. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  9. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  10. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  11. het op de klompen aanvoelen (=achterafgepraat - Dat had men kunnen weten)
  12. achter de wolken schijnt de zon. (=alle nare dingen zijn tijdelijk en daarna wordt het beter)
  13. om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
  14. voor niets gaat de zon op. (=alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt)
  15. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  16. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  17. het ene woord haalt het andere uit. (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  18. komt men over de hond, dan komt men over de staart. (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf.)
  19. vele handen maken licht werk. (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  20. na gedane arbeid is het goed rusten. (=als een klusje geklaard is kan men er tevreden op terug kijken dat het af is)
  21. als 't schip zinkt dan zinkt ook de lading. (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt.)
  22. morgen gaat het beter. (=als het vandaag niet zo best is gegaan...)
  23. als de maan vol is schijnt ze overal. (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien.)
  24. eens gezegd, blijft gezegd. (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  25. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.)
  26. lieg ik, dan lieg ik in commissie. (=als ik niet de waarheid vertel komt dat omdat ik niet beter weet of vertel wat anderen vertellen)
  27. botten blijven platvis (=als je dom bent dan blijf je dat)
  28. laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  29. wie kaatst kan/moet de bal verwachten. (=als je een ander plaagt, kun je verwachten dat die jou terug gaat plagen)
  30. die het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best. (=als je ergens vlak bij bent heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is)
  31. wie appelen vaart, die appelen eet. (=als je handelt in bepaalde goederen, dan zul je deze zelf waarschijnlijk ook gebruiken. / Iemand die bepaalde werkzaamheden voor een ander moet verrichten, geniet daar doorgaans zelf ook van.)
  32. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar. (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  33. belofte maakt schuld. (=als je iets beloofd hebt moet je dat ook nakomen)
  34. ongevraagd, ongeweigerd. (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  35. waar een wil is is een weg. (=als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel)
  36. een man een man, een woord een woord. (=als je iets hebt beloofd, dan moet je je daar ook aan houden.)
  37. van uitstel komt afstel. (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt.)
  38. hoop doet leven. (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
  39. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur. (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren.)
  40. geen bericht is goed bericht. (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt.)
  41. een geplaveisde weg is des duivels oorkussen. (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  42. gedeelde smart is halve smart. (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  43. goed voorbeeld doet goed volgen. (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  44. goed voorgaan doet goed volgen. (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  45. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft. (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  46. schelen zijn de mooisten niet, maar ze worden wel het meest aangekeken. (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen.)
  47. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen. (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt.)
  48. haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten.)
  49. de pastoor gaat voor en de dominee loopt met hem mee. (=altijd eerst de machtige mensen, dan de mindere mens.)
  50. Uit de toon vallen (=Anders zijn dan de anderen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen